Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Drie op de tien Vlaamse leerkrachten missen het juiste diploma

Redactie - 25-08-2026

In het buitengewoon onderwijs zijn het er vier op de tien.

Volgende week begint het schooljaar. In ongeveer een derde van de klaslokalen zal iemand staan die niet het diploma heeft dat bij die opdracht hoort. Drieëntwintig procent van de leerkrachten volgde wel een lerarenopleiding maar niet de vereiste specialisatie. Zeven procent heeft helemaal geen lerarenopleiding afgerond.

Het opvallendste aan die cijfers is niet hoe hoog ze zijn. Het is hoe weinig ophef ze veroorzaken.

Eén cijfer, twee heel verschillende problemen

Wacht even, "drie op de tien" gooit twee dingen op één hoop die weinig met elkaar te maken hebben.

Het eerste is een kwestie van specialisatie. Een germanist die geschiedenis geeft, een historicus voor de klas bij aardrijkskunde: die mensen zijn opgeleid om les te geven, ze kennen hun vak alleen niet tot op de bodem. Dat is een probleem van diepgang. Vervelend, maar te overbruggen door iemand die zich inwerkt.

Het tweede is fundamenteler. Zeven procent van de mensen voor onze klassen heeft nooit geleerd hoe je lesgeeft. Niet hoe je een leerlijn opbouwt, niet hoe je vijfentwintig pubers op vrijdagnamiddag bij de les houdt, niet hoe je merkt dat het kind op de derde rij niet lui is maar iets anders aan de hand heeft. Vakkennis en didactiek zijn twee verschillende beroepen. Iedereen die ooit een briljante professor onverstaanbaar heeft horen doceren, weet dat.

Wie die twee groepen in één cijfer duwt, maakt het probleem tegelijk groter en onzichtbaar.

Hoe kwetsbaarder het kind, hoe kleiner de kans

Bij verdeling, wordt het echt pijnlijk.

In het lager onderwijs mist negentien procent het vereiste bekwaamheidsbewijs. In het secundair achtendertig procent. En in het buitengewoon onderwijs, over alle leerjaren heen, tweeënveertig procent.

Lees die laatste zin nog eens. Uitgerekend bij de kinderen met een beperking, een leerstoornis of een gedragsproblematiek — kinderen bij wie de juiste aanpak letterlijk het verschil maakt tussen vooruitgang en stilstand — staat de kleinste kans op iemand die daarvoor is opgeleid. Daar waar specialisatie het zwaarst weegt, is ze het minst aanwezig.

Datzelfde patroon zie je geografisch. De provincie Antwerpen, met de grootste stad, de meest diverse klassen en de zwaarste opdrachten, scoort het slechtst van allemaal. Waar de nood het hoogst is, is het aanbod het dunst. Dat is geen toeval, dat is hoe een tekort zich altijd verdeelt: het gaat zitten waar het werk het lastigst is.

De uitzondering die de regel werd

Lesgeven met een zogenaamd 'ander bekwaamheidsbewijs' is in de Vlaamse regelgeving bedoeld als uitzonderingsmaatregel. Een noodgreep, voor als er echt niemand met de juiste papieren te vinden is.

Van een uitzondering die voor bijna een derde van het korps geldt, kun je moeilijk nog volhouden dat het een uitzondering is. In de praktijk is de diplomavereiste dus grotendeels afgeschaft. Niet door een decreet, niet na een debat in het Vlaams Parlement, niet met een stemming waarvoor iemand verantwoording moet afleggen. Gewoon, door haar jarenlang niet te kunnen handhaven.

Dat is de stille manier waarop een samenleving een norm loslaat: niemand beslist iets, en op een dag is het gewoon zo.

En het goede nieuws?

Een gedreven ingenieur die na twintig jaar in de industrie wiskunde komt geven, kan beter lesgeven dan een uitgebluste licentiaat die zijn cursus al dertig jaar niet heeft aangeraakt. Motivatie, praktijkervaring en het vermogen om iets uit te leggen staan niet op je bul. Zij-instromers brengen bovendien iets mee wat een klas met alleen maar mensen die van school naar school gingen zelden heeft: een idee van hoe het er buiten aan toegaat.

En er is een hardere waarheid. Het alternatief voor een leraar zonder de juiste specialisatie is meestal niet een leraar mét die specialisatie. Het is een studie-uur. Vier jaar geleden vond zeven op de tien scholen niet voor alle lesuren iemand. Een germanist voor geschiedenis is dan geen ideaal, maar wel oneindig veel beter dan een lege stoel.

Nog een nuance, en die komt uit de eigen cijfers van de overheid: een deel van die stijging is een neveneffect van de zij-instroom. Wie vanuit de privé overstapt, staat vaak al voor de klas terwijl de lerarenopleiding nog loopt. Zo iemand telt vandaag mee als 'ander bekwaamheidsbewijs' en is over twee jaar volledig in orde. Dat is geen kwaliteitsprobleem, dat is een overgangsfase.

Kortom: het cijfer van dertig procent is minder rampzalig dan het klinkt. Maar het is ook geen geruststelling, want het beweegt al jaren dezelfde kant op.

De politiek verplaatst niet het probleem, maar de lat

Kijken we naar wat er tegen dat tekort ondernomen wordt, dan zien we een pijnlijke rode draad.

Scholen mogen een deel van hun vacante lesuren omzetten om andere profielen aan te werven. Ze mogen gastleraren inzetten tot een derde van een voltijdse opdracht. Zij-instromers mogen meer anciënniteit meenemen. Boven een bepaalde schoolgrootte hoeft zelfs de directeur geen pedagogisch bekwaamheidsbewijs meer te hebben, want die staat toch niet voor de klas.

Elk van die maatregelen valt afzonderlijk te verdedigen. Samen vormen ze wel één beweging: niet de aantrekkelijkheid van het beroep wordt verhoogd, maar de toegangsdrempel verlaagd. We lossen het tekort niet op, we verruimen de definitie tot het tekort statistisch verdwijnt.

De bevoegde minister nuanceert de cijfers en herhaalt dat het de bedoeling blijft om voor elke opdracht de juiste leerkracht te vinden. Dat zal wel. Alleen is een bedoeling geen beleid, en zeker geen leerkracht.

Vinden we het nog belangrijk?

Op papier is onderwijs onze topprioriteit. Elke partij zet het in haar programma, elke minister noemt het de basis van alles. Maar wat een samenleving belangrijk vindt, lees je niet in programma's. Je leest het in wat ze gedoogt.

En wij gedogen dit al een decennium. De resultaten van onze leerlingen zakken al even lang. Het beroep verliest aanzien, de planlast groeit, de privé betaalt beter voor minder gedoe, en wie het toch probeert, houdt het vaak geen vijf jaar vol. Ondertussen discussiëren we met veel overtuiging over eindtermen en toetsen — over wat kinderen moeten kennen — terwijl de vraag wie hun dat gaat aanleren steeds vaker beantwoord wordt met: iemand die beschikbaar was.

Er bestaat een eenvoudige test voor hoe belangrijk je iets echt vindt. Wat gebeurt er als het misloopt? Bij een tekort aan chirurgen zetten we geen apothekers in de operatiezaal. Bij een tekort aan piloten laten we de stewards niet opstijgen. Bij een tekort aan leraren zetten we iemand voor de klas en noemen we dat flexibiliteit.

Dat antwoord is verdedigbaar zolang het tijdelijk is. Het gaat pas mis wanneer het gewoon wordt. En kijk eens hoe rustig je zonet die tweeënveertig procent in het buitengewoon onderwijs las.

(Foto: P-magazine)

Onderwijs Lerarentekort Nieuws nationaal Leraren diploma Diploma

Reacties

2026-08-25 16:56:30 Het probleem (en dat wil Demir niet zien) zit hem vooral in de leerkrachtopleidingen. Lectoren beslissen eenzijdig of jij leerkracht mag worden of niet, en niemand kan hen tegenhouden. Ik heb zelf zo'n opleiding gevolgd enkele jaren geleden, en ik ben op een AntwerPse hogeschool echt weggepest geweest door slechts twee lectoren. Bij alle anderen haalde ik meestal redelijk goede punten, met af en toe eens een herexamen dat wel. Die twee - die er vandaag nog steeds les geven - moesten mij gewoon niet hebben. De ene daar was het probleem dat ik verbaal sterker was dan haar, en dat kon ze niet hebben. De andere was een extreem linkse idioot die op basis van een vermoeden dat ik een Vlaams Belanger was (wat niet eens zo is, ik heb nog nooit op die partij gestemd) mij keer op keer buisde. Mijn medestudenten kregen altijd eenvoudige vragen tijdens het mondeling examen en voor mij waren het altijd sets met extreem moeilijke vragen. Dat werd me pas duidelijk na gesprekken met die medestudenten . De leerkrachtenopleidingen moeten hervormd worden en vooral de willekeur aan mensen met amper een paar jaar les-ervaring die zomaar lector kunnen worden moet aangepakt worden. Minstens 10 jaar (of zelfs 15 jaar) in het onderwijs voor een klas hebben gestaan voor je lector kan worden, dat zou de regel moeten zijn. Dat is de eerste stap in de goede richting. Jonathan Maxwell Reeves
Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken