"Ziek, werkonbekwaam? Leg dat maar uit aan het OCMW."
Wat vandaag als “arbeidsmarkthervorming” wordt verkocht, is in werkelijkheid een frontale aanval op wie niet kan werken. Niet wil, maar kan. De regering-De Wever heeft daar geen misverstand over laten bestaan: wie economisch nutteloos wordt geacht, verliest zijn bestaansrecht in de sociale zekerheid. Dat is geen ontsporing, dat is beleid.
Onder leiding van premier Bart De Wever en met minister van Werk David Clarinval als uitvoerende beul, wordt de sociale zekerheid herleid tot een boekhoudkundige oefening. Mensen die jarenlang door de VDAB, artsen en gespecialiseerde screeningsdiensten officieel werden bestempeld als niet-toeleidbaar naar werk, worden nu zonder blikken of blozen van de dop gegooid. Twintig jaar erkenning wordt met één pennentrek uitgewist.
De overheid liegt tegen haar eigen dossiers
Dit beleid is niet streng, het is intellectueel oneerlijk. Dezelfde overheid die mensen jarenlang vertelde dat werken medisch of psychisch onmogelijk was, draait zich nu om en zegt: “Zoek het maar uit.” Geen nieuwe medische inzichten, geen verbeterde gezondheid, geen perspectief. Alleen een gewijzigd politiek dogma waarin uitkeringen verdacht zijn en kwetsbaarheid een lastpost.
Dat men daarbij geen enkele uitzondering maakt voor aantoonbaar niet-arbeidsgeschikten, is geen vergissing. Het is een bewuste keuze. De Wever en co hebben beslist dat nuance hinderlijk is en menselijkheid inefficiënt. Alles wat niet rendeert, moet weg.
‘Ga maar naar het OCMW’: het morele failliet
Het standaardantwoord van deze regering is even cynisch als doorzichtig: “Ze kunnen terecht bij het OCMW.” Dat is geen oplossing, dat is afschuifpolitiek. Het OCMW is geen vangnet maar een laatste halte, waar men alleen binnen mag als men eerst sociaal gestript is: geen spaargeld, geen eigendom, geen partner met een inkomen.
Voor duizenden mensen betekent dit concreet: nul inkomen. Want wie samenwoont met een werkende partner, krijgt geen leefloon. De staat trekt zich terug en rekent erop dat gezinnen het maar oplossen. Solidariteit wordt geprivatiseerd. Armoede wordt gedelegeerd.
Een rechtse droom, een sociale nachtmerrie
Wat hier gebeurt, past perfect in het ideologische project van De Wever: een harde staat voor wie niet meekan, een minimale overheid voor wie sterk genoeg is. Sociale zekerheid wordt niet langer gezien als collectieve bescherming, maar als een tijdelijk privilege dat je moet verdienen. Wie dat niet kan, valt buiten de morele gemeenschap.
Dit is geen Belgisch model meer. Dit is een Trumpiaanse logica: streng zijn, sanctioneren, culpabiliseren. Ziekte wordt wantrouwen. Onvermogen wordt verdacht. En wie uitvalt, wordt herleid tot statistiek of kostenpost.
Van activering naar eliminatie
Men spreekt graag over activering, maar dit beleid activeert niets en niemand. Het elimineert. Het duwt mensen richting armoede, richting ziekte-uitkeringen, richting mentale en fysieke aftakeling. Dat was in het verleden al zo bij eerdere verstrenging van de werkloosheid, en het zal opnieuw gebeuren. Alleen kan deze regering dan beweren dat “de cijfers verbeteren”.
Dat is geen beleid voeren, dat is cijfers manipuleren over de rug van mensen die zich niet kunnen verdedigen.
Dus?
De regering-De Wever kiest niet voor hervorming, maar voor afrekening. Niet voor solidariteit, maar voor selectie. Wie niet kan werken, wordt vandaag niet beschermd maar opgeofferd. Dit land laat zijn zwaksten vallen met open ogen, onder luid applaus van wie denkt dat het hen nooit zal overkomen. België is hiermee definitief opgehouden een sociaal land te zijn. Wat in de plaats komt, is een kille staat die straft waar ze zou moeten beschermen.
(Foto: AI-P-magazine/Grok)