De toekomst begint vandaag.
Bart De Wever (N-VA) trok deze week naar Amsterdam om de prestigieuze HJ Schoo-lezing te geven. Voor het eerst kreeg een Belg de kans om in dit symbolische Nederlandse forum de lijnen van de toekomst uit te tekenen. En De Wever greep die kans met beide handen – of beter: met beide armen om de Benelux.
Zijn boodschap was glashelder: meer integratie tussen België, Nederland en Luxemburg. Niet alleen economisch, maar ook op vlak van migratie, defensie en strategische autonomie. Waar Europa volgens hem te traag en te log is, moet de Benelux een “union intime” worden.
Oranje retoriek in een Vlaamse verpakking
De Wever weet hoe hij zijn publiek moet bespelen. Hij opende met een 18de-eeuws gedicht van Willem Bilderdijk, waarmee hij de Nederlanders meteen inpakte. Maar achter die historische retoriek zat een uitgesproken politieke lading. Hij prees artikel 350 van het EU-verdrag, dat de Benelux de ruimte geeft om sneller en dieper te integreren dan de rest van Europa. En hij hamerde op de nood om muren te slopen die de interne markt en kapitaalstromen nog steeds afremmen.
Migratie, defensie, energie en telecom: allemaal domeinen die volgens De Wever rijp zijn voor een gemeenschappelijke aanpak. Hij citeerde Mario Draghi en zijn berekening dat Europa jaarlijks 1.700 miljard euro verliest door interne barrières. De Wever vertaalde dat verlies naar een politiek wapen: “Krankzinnig, en dan janken we elke dag over Donald Trump.”
De orangistische onderstroom
Wie De Wever langer volgt, herkende meteen de ondertoon. Hij noemde de scheiding van Noord en Zuid eerder al “de grootste ramp die ons is overkomen”. In Amsterdam liet hij zich opnieuw gelden als orangist-in-hart-en-nieren. Zijn Benelux-visie is geen technocratisch plan, maar de politieke vertaling van zijn oude overtuiging dat de Lage Landen samen sterker staan.
Waar hij in Vlaanderen vaak pragmatisch overkomt, sprak hij bij onze noorderburen bijna vrijuit over zijn natte droom van een herenigd Nederland. Niet letterlijk, maar alles in zijn discours ademde dat verlangen uit. De Benelux als opstap naar iets groters, iets historisch.
Politieke haalbaarheid
Maar zelfs al juichten de aanwezigen in de Rode Hoed, de vraag is hoe realistisch De Wevers plan is. Nederland staat aan de vooravond van moeilijke verkiezingen, met de PVV van Geert Wilders nog steeds bovenaan de peilingen. Een partij die zich radicaal verzet tegen Europese integratie, laat staan een diepere verstrengeling met België en Luxemburg.
Zelf liet De Wever zich diplomatiek uit: hij bemoeit zich niet met de Nederlandse keuze, maar hoopt dat men kiest voor “verantwoordelijkheid en staatsmanschap”. Het klonk als een subtiele waarschuwing: laat het Nederlandse politieke moeras niet ontaarden tot een Belgische import.
Dus?
Met zijn speech in Amsterdam schoof De Wever zich in de etalage als premier van de Lage Landen eerder dan louter als Belgische regeringsleider. Het pragmatische verhaal over marktintegratie en migratie was slechts de verpakking. Wat hij in feite bracht, was een publiek eerbetoon aan zijn historische overtuiging: dat de Lage Landen beter samen verdergaan als een herenigd koninkrijk der Nederlanden. Maar spreken wij als volk echt dezelfde taal? Mogen we daar oprecht aan twijfelen?
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)