Wanneer politici zichzelf steeds vaker als historische figuren beginnen te zien, wordt elk compromis een nederlaag en elke toegeving een vernedering.
Oorlogen beginnen zelden met kogels. Ze beginnen met woorden. Met dreigementen. Met symbolen. Met het aanwijzen van vijanden die niet langer politieke tegenstanders zijn, maar doelwitten.
De conservatieve Iraanse krant Hamshahri publiceerde een opvallende infografiek waarop een reeks westerse leiders letterlijk als toekomstige slachtoffers worden afgebeeld. Bovenaan prijken de namen van de Amerikaanse president Donald Trump en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Daarnaast staan ook de Amerikaanse ministers Pete Hegseth en Marco Rubio afgebeeld, allemaal in oranje gevangeniskledij, een beeldtaal die tegelijk vernedering en vergelding moet uitstralen.
Ook Europa ontsnapt niet aan de symbolische executielijst. De Franse president Emmanuel Macron, de Duitse bondskanselier Joachim-Friedrich Merz, de Britse premier Keir Starmer en de Italiaanse premier Giorgia Meloni worden eveneens opgevoerd als figuren die volgens de krant rekenschap moeten afleggen.
Geen losse provocatie
Kort nadat ayatollah Ali Khamenei om het leven kwam, beloofde zijn zoon en beoogde opvolger Mojtaba Khamenei in een schriftelijke boodschap openlijk wraak. De "dodenlijst" moet in dat licht worden gelezen: niet als een journalistieke ontsporing, maar als propaganda die perfect past binnen de retoriek van het Iraanse regime.
Het is opnieuw een stap verder in een conflict dat allang niet meer draait om Gaza, uranium of raketten alleen.
Een oorlog tussen goden en ego's
Wat zich vandaag afspeelt tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten heeft steeds minder weg van een klassiek geopolitiek conflict.
Het is een botsing geworden tussen absolute overtuigingen.
Aan de ene kant staat een regime dat zichzelf ziet als uitvoerder van een goddelijke opdracht en waarin martelaarschap en vergelding deel uitmaken van de staatsideologie.
Aan de andere kant staan leiders die zichzelf eveneens graag als onwrikbare verdedigers van beschaving, veiligheid en historische missies presenteren.
Religie, macht, nationale trots en persoonlijke ego's zijn in elkaar verstrengeld geraakt tot een explosieve cocktail.
Wanneer politici zichzelf steeds vaker als historische figuren beginnen te zien, wordt elk compromis een nederlaag en elke toegeving een vernedering.
Symbolen worden wapens
Een "dodenlijst" doodt op zichzelf niemand.
Maar ze verschuift wel opnieuw een grens.
Ze normaliseert het idee dat politieke leiders geen gesprekspartners meer zijn, maar legitieme doelwitten. Dat is precies hoe conflicten escaleren: eerst verdwijnen de nuances uit het debat, daarna de menselijkheid uit de tegenstander.
Woorden bereiden het terrein voor waar later de wapens spreken.
De gevaarlijkste fase
De oorlog tussen Israël, Iran en de Verenigde Staten wordt vaak voorgesteld als een strijd om veiligheid, nucleaire programma's of regionale invloed.
Dat speelt allemaal mee.
Maar minstens even gevaarlijk is de psychologische dimensie. Wanneer leiders niet langer alleen hun land verdedigen, maar ook hun prestige, hun geloof of hun historische nalatenschap, wordt de ruimte voor diplomatie steeds kleiner.
En precies daarom is zo'n Iraanse "dodenlijst" meer dan een propagandastunt.
Ze is een symptoom van een conflict dat steeds minder wordt gevoerd met berekening en steeds meer met emotie, wraak en symboliek.
Een oorlog tussen staten is al gevaarlijk genoeg.
Een oorlog tussen goden en ego's is dat nog veel meer.
(Foto: PD)