Blue Heron kostte een fractie van Spider-Man, won prijzen op zowat elk festival dat ertoe doet, en laat je achter zonder antwoorden. Precies daarom moet je hem zien.
Vergeet de 70 millimeter-film en de IMAX-schermen met Griekse helden en spinnenmannen. Blue Heron is het tegenovergestelde: een Canadees-Hongaarse debuutfilm van eenennegentig minuten, met acteurs die je nergens van kent, over een gezin op Vancouver Island in de late jaren negentig.
Volgens ‘The Hollywood Reporter’ is het de meest geprezen film van 2026 tot nu toe. Op zowel Rotten Tomatoes als Metacritic staat hij dit jaar op één.
Waar het over gaat
Een Hongaars gezin met vier kinderen bouwt eind jaren negentig een nieuw leven op aan de Canadese westkust. Alles gezien door de ogen van Sasha, de jongste, acht jaar oud.
Die frisse start loopt vast op haar oudste broer Jeremy, wiens gedrag steeds gevaarlijker wordt. Hij steelt, klimt op het dak, sticht bijna brand. De ouders schakelen professionele hulp in. Het helpt niet.
Twintig jaar later is Jeremy er niet meer en is Sasha filmmaakster. Ze spit oude foto's en homevideo's door om te begrijpen wat er precies is misgelopen. Twee actrices spelen haar: Eylul Guven als kind, Amy Zimmer als volwassene.
Ze vindt stukjes. De puzzel legt ze niet.
Waarom dit geen gewone debuutfilm is
Regisseur Sophy Romvari, vijfendertig, baseerde het verhaal op haar eigen familiegeschiedenis. Ze noemt het uitdrukkelijk niet biografisch maar emotioneel autobiografisch: haar broer echt portretteren zou volgens haar onmogelijk zijn.
Wie dat wil natrekken, kan haar kortfilm Still Processing uit 2020 opzoeken, waarin ze de familiearchieven letterlijk doorneemt. Die film is het kleine broertje van deze.
Jeremy wordt gespeeld door Edik Beddoes, die nooit eerder acteerde en door een castingbureau van de straat werd geplukt. Hij had aanvankelijk weinig zin. Zijn gezicht beweegt nauwelijks, hij heeft amper tekst, en toch draagt hij de hele film.
Achter de camera zat Maya Bankovic, de montage is van Kurt Walker, de muziek van Blitz//Berlin.
De prijzenlijst
Wereldpremière op Locarno in augustus vorig jaar, in de competitie voor nieuwe makers. Daar won de film de Swatch First Feature Award, goed voor vijftienduizend Zwitserse frank, én de prijs van de jongerenjury.
Daarna Toronto, waar hij Best Canadian Discovery won. San Sebastián, met een speciale vermelding. Het BFI London Film Festival. In Vancouver twee prijzen, op het Festival du nouveau cinéma de grote prijs van de nationale competitie, en van de Toronto Film Critics Association zowel beste Canadese film als beste debuut.
En hij draaide ook op Film Fest Gent, waar hij eveneens in de prijzen viel.
Waarom je hier beter naartoe gaat dan naar de zoveelste superheld
Spider-Man en The Odyssey doen wat ze beloven. Er is een dreiging, er is een held, en op het einde is de dreiging weg. Dat is een prettig contract en er is niets mis mee.
Blue Heron weigert dat contract. Er komt geen verklaring voor Jeremy, geen diagnose die alles op zijn plaats zet, geen moment waarop iemand zegt: dit is wat er scheelde. Sommige kijkers vinden dat frustrerend.
Maar iedereen die ooit iemand is kwijtgeraakt zonder te begrijpen waarom, herkent precies dat. Het geheugen werkt niet zoals een filmscenario. Je onthoudt het geluid van een grasmaaier, de wind in de bomen, een sleutelhanger met een blauwe reiger die je broer je ooit gaf. De grote gebeurtenissen zelf blijven wazig.
De film wordt niet toevallig vergeleken met Aftersun van Charlotte Wells, en wie die film heeft gezien, weet meteen wat hij kan verwachten.
Wat je overhoudt is geen verklaring maar rust. En de ruimte om zelf iets in te vullen, wat een grote film je nooit gunt.
Het verhaal achter het verhaal
Romvari verwachtte hier zelf niets van. Ze leefde van deeltijdse jobs, montagewerk en beurzen, en ging ervan uit dat haar film rechtstreeks op een streamingdienst zou belanden. Als beginnende maker krijg je nu eenmaal te horen dat het een slecht moment is en dat niemand nog risico's neemt, zegt ze.
In plaats daarvan kocht Janus Films de rechten en kreeg de film een zorgvuldig uitgerolde bioscooprelease in Noord-Amerika, waar hij ruim een half miljoen dollar ophaalde. Voor een persoonlijk Canadees drama zonder sterren is dat een klein wonder.
Dat is meteen ook de reden waarom je dit soort films in de zaal moet gaan zien in plaats van te wachten. Ze bestaan alleen zolang mensen ervoor betalen.
Praktisch: waar en wanneer
De rechten voor de Benelux zijn in handen van Cherry Pickers, dat films als deze doorgaans naar het arthousecircuit brengt. Reken dus op de zalen die dit soort werk programmeren: Studio Skoop en Sphinx in Gent, Cartoon's en De Cinema in Antwerpen, Lumière in Brugge en Mechelen, De Studio, en de filmzalen van de cultuurcentra.
De Belgische releasedatum staat op het moment van schrijven niet vast. Check dus de agenda van je lokale arthousezaal en de site van de distributeur, en zet een melding op de titel bij Cinebel of bij de zaal zelf.
Twee tips voor als je gaat. Neem iemand mee met wie je achteraf iets kunt drinken, want dit is geen film waarbij je meteen op je fiets stapt. En kijk als voorbereiding Still Processing, de kortfilm van dezelfde regisseur.
Eenennegentig minuten. Geen monsters. Wel het beste wat er dit jaar is uitgekomen.