Weet je nog, die staatsbon uit 2023? De Belg haalde massaal zijn centen van het spaarboekje en leende ze uit aan de overheid. Bijna 22 miljard euro stroomde richting staatskas, een absoluut record. De Schatkist kon daardoor elders minder lenen en zou geld dat tijdelijk niet nodig was zelfs veilig beleggen om er rendement op te halen. Drie jaar later komt België opnieuw bij de spaarder aankloppen met staatsbons. Een uitstekend moment dus om eens te kijken wat er sinds die historische 22 miljard met onze staatsfinanciën is gebeurd. Maar ga voor je verder leest misschien eerst even zitten.
September 2023. De Belg ontdekte plots dat er nog iets anders bestond dan een spaarboekje. De federale regering lanceerde een eenjarige staatsbon met een brutorente van 3,30 procent en het werd een ongezien succes: in totaal haalde de Belgische staat 21,896 miljard euro op bij zijn burgers. Nooit eerder was een staatsbon zelfs maar in de buurt gekomen.
Jean Deboutte, baas van het Federaal Agentschap van de Schuld en bijgevolg zowat de man die 's avonds wakker ligt van getallen waarbij wij onze rekenmachine spontaan zouden dichtklappen, legde destijds uit wat de Schatkist met die enorme berg geld zou doen. Omdat er zoveel miljarden binnenstroomden, hoefde België een deel van zijn geplande kortetermijnfinanciering niet meer op te halen. Geld dat tijdelijk niet nodig was, kon ondertussen veilig worden belegd, waarbij de Schatkist naar een hoger rendement streefde dan de 3,30 procent brutorente die ze zelf moest betalen.
Klinkt behoorlijk verstandig. Maar ondertussen zijn we drie jaar verder. En dus vroegen wij ons af: hoe staat België er vandaag eigenlijk voor?
22 miljard later...
Om te beginnen moeten we één misverstand uit de wereld helpen. Die 22 miljard is niet ergens verdwenen in een gigantische Brusselse geldverbrandingsoven terwijl Jean Deboutte er met een schop bankbiljetten in stond te kieperen. Zo'n Vandenbroucke is hij niet.
De staatsbon was gewoon een manier om de Belgische staat te financieren. Omdat zoveel burgers rechtstreeks geld uitleenden aan België, hoefde de Schatkist een deel van het geld dat ze anders op de financiële markten zou ophalen niet meer te lenen. Het Schuldagentschap meldde destijds zelfs dat het enorme succes de rente op andere Belgische overheidsobligaties wat naar beneden hielp, waardoor ook daar geld werd bespaard.
Tot zover het goede nieuws. Want geld lenen tegen gunstige voorwaarden is één ding. Ervoor zorgen dat je het jaar daarna niet opnieuw miljarden nodig hebt, is blijkbaar een iets moeilijkere discipline.
Het gat werd alleen maar groter
In 2023 boekte de Belgische overheid volgens de inmiddels definitieve Eurostat-cijfers een tekort van 24,7 miljard euro. Een jaar later was dat al 27,1 miljard en in 2025 liep de put verder op tot 33,2 miljard euro.
Het begrotingstekort bedroeg daarmee 5,2 procent van het bruto binnenlands product. Alleen Roemenië en Polen deden het in de Europese Unie nog slechter; Frankrijk zat met 5,1 procent nét achter ons.
Om het even in perspectief te zetten: die historische 21,9 miljard die de Belg in 2023 bij elkaar schraapte, bedraagt ongeveer twee derde van wat onze overheden amper twee jaar later in één jaar tekortkwamen.
Dat is een beetje alsof je buurman je 22.000 euro leent omdat je iedere maand geld tekortkomt, hij twee jaar later voorzichtig vraagt of je financiën ondertussen weer op orde zijn en jij trots antwoordt: “Zeker. Ik kom tegenwoordig nog véél meer tekort.”
België. Land van bier, chocolade, surrealisme en begrotingsbeleid. En dan hebben we het alleen nog maar over het jaarlijkse tekort gehad.
Van 617 naar 692 miljard
Ook de totale overheidsschuld is sinds die fameuze staatsbon vrolijk blijven aandikken. Eind 2023 stond de teller volgens Eurostat op ongeveer 617 miljard euro. Eind 2024 was dat 644 miljard en eind 2025 zaten we aan 692,5 miljard euro. Sinds eind 2023 kwam er dus in amper twee jaar tijd ongeveer 75 miljard euro schuld bij. Voor de verhouding: dat is ruim drie keer het volledige bedrag van die recordstaatsbon.
De Belgische overheidsschuld bedroeg eind vorig jaar 107,9 procent van onze economie, waarmee we tot de zwaarst verschuldigde landen van de Europese Unie behoren. Alleen Griekenland, Italië en Frankrijk stonden er procentueel nog slechter voor.
Wie nu denkt dat we stilaan de afdaling hebben ingezet, mag zijn feesthoedje nog even in de kast laten. De Europese Commissie verwachtte dit voorjaar, op basis van het toen bekende beleid, dat onze schuldquote verder zou stijgen tot 110,5 procent in 2026 en 112,8 procent in 2027. Niet onmiddellijk het soort grafiek dat je boven je bed hangt om rustig in slaap te vallen.
Maar waar is onze 22 miljard dan gebleven?
Daar moeten we journalistiek even op de rem gaan staan, want het zou verleidelijk zijn om te schrijven dat de regering onze 21,9 miljard gewoon heeft opgebrast aan energiepremies, sociale tarieven, ambtenarenlonen, indexeringen en de rest van de Belgische huishouding. Zo eenvoudig werkt een staatskas niet.
Er stond na de staatsbon geen aparte zichtrekening bij de Nationale Bank met als mededeling “22 MILJARD VAN NONKEL JOS – AFBLIJVEN”. Een overheid ontvangt voortdurend belastingen en andere inkomsten, betaalt voortdurend uitgaven, lost oude schulden af en sluit nieuwe leningen af. De staatsbon was één van de manieren waarop België zijn totale financieringsbehoefte invulde.
Daarom is “waar is onze 22 miljard gebleven?” eigenlijk niet eens de interessantste vraag. Veel interessanter is: wat heeft die historische 22 miljard fundamenteel opgelost?
En dan wordt het antwoord een pak ongemakkelijker. België had in 2023 immers geen eenmalig geldtekort waarvoor toevallig 22 miljard gevonden moest worden. België heeft een structureel begrotingsprobleem: jaar na jaar gaat er meer geld buiten dan er binnenkomt.
De cijfers van 2025 maken het bijna kinderlijk eenvoudig. De Belgische overheden ontvingen samen inkomsten ter waarde van 49 procent van het bbp, maar gaven 54,2 procent uit. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te begrijpen dat zoiets op termijn lastig wordt.
Als je structureel meer uitgeeft dan je ontvangt, heb je uiteindelijk maar een beperkt aantal mogelijkheden. Je verhoogt je inkomsten, je verlaagt je uitgaven of je leent het verschil bij. België heeft de voorbije jaren alvast bewezen dat het die derde mogelijkheid bijzonder goed onder de knie heeft. En precies daarom veranderde de recordstaatsbon niets fundamenteels aan onze begroting. Hij veranderde vooral bij wie we het geld gingen halen.
In plaats van uitsluitend bij grote institutionele beleggers en de internationale financiële markten stond plots ook nonkel Jos aan het loket met 30.000 euro die anders bij Belfius lag te maffen. Voor de Schatkist was dat een prima zaak: België financierde zich breder en het enorme succes hielp volgens het Schuldagentschap zelfs om de rente op andere Belgische schuld wat te drukken. Maar een nieuwe schuldeiser is natuurlijk nog geen nieuwe begroting.
Een jaar later: betalen, alstublieft
Bovendien zat er een vervelend detail aan de staatsbon van september 2023: hij liep maar één jaar. Op 4 september 2024 wilde de Belgische spaarder zijn geld terug. De bijna 22 miljard was tenslotte geen genereuze gift van de bevolking aan het vaderland geweest, maar een lening. En leningen hebben de vervelende eigenschap dat degene die het geld heeft uitgeleend het op een bepaald moment terug wil. Met rente, graag.
Dat betekent uiteraard niet dat de federale regering die ochtend zenuwachtig door alle ministeriële zetels is gaan graaien op zoek naar kleingeld. Overheidsschuld wordt voortdurend geherfinancierd: oude leningen lopen af terwijl nieuwe financiering wordt opgehaald.
Maar daarin zit nu juist de angel. Als je begroting ondertussen nog altijd miljarden in het rood staat, moet je niet alleen zorgen dat aflopende schuld kan worden vervangen. Je moet daarbovenop alweer vers geld vinden voor het nieuwe tekort.
Het is een beetje het financiële equivalent van een kredietkaart afbetalen met een andere kredietkaart, alleen heet het bij overheden een financieringsprogramma en draagt iedereen tijdens de vergadering een das.
Deboutte was eigenlijk het probleem niet
En hier moeten we misschien de man met wie dit verhaal begon verrassend genoeg vrijspreken. Jean Deboutte deed in 2023 gewoon waarvoor hij betaald wordt: ervoor zorgen dat België zich zo verstandig en voordelig mogelijk kan financieren. De recordstaatsbon verving andere geplande financiering, maakte België minder afhankelijk van één soort schuldeiser en zorgde volgens het Schuldagentschap zelfs voor gunstigere financieringsvoorwaarden op andere Belgische schuld.
Deboutte bepaalt alleen niet hoeveel geld de overheid uitgeeft. Zijn taak is ervoor te zorgen dat het geld beschikbaar is wanneer de politiek het nodig heeft. En aan dat laatste blijkt in België voorlopig weinig gebrek.
En jawel: we mogen opnieuw onze portefeuille bovenhalen
Daarmee komen we bij de ironie van het verhaal, want precies nu we drie jaar later de rekening opmaken, ligt er alweer een nieuwe uitgifte van Belgische staatsbons op tafel. De nieuwe staatsbons worden op 4 september 2026 uitgegeven en de inschrijvingscampagne loopt op dit moment.
Daar is op zich helemaal niets verdachts aan. Staatsbons zijn een normale manier waarop België geld leent en voor een spaarder kan zo'n product, afhankelijk van rente, looptijd en alternatieven, perfect interessant zijn.
Alleen krijgt de reclameboodschap drie jaar na het record van 2023 toch een ietwat komisch randje. Toen slaagde België erin zijn burgers in een mum van tijd bijna 22 miljard euro te laten mobiliseren. Een absoluut record, een financieel huzarenstuk en voor het Schuldagentschap een bijzonder geslaagde operatie.
Drie jaar later kunnen we vaststellen dat het instrument prima heeft gewerkt. Alleen heeft de patiënt zijn levensstijl niet aangepast. Sinds eind 2023 kwam er ongeveer 75 miljard euro overheidsschuld bij, het jaarlijkse tekort liep in 2025 op tot 33,2 miljard en de schuldquote dreigt de komende jaren nog verder te stijgen.
En nu mag de Belg dus opnieuw geld uitlenen aan België. Wie wil inschrijven, moet dat vooral doen als de voorwaarden interessant zijn. De Belgische staat zal zijn schuld netjes terugbetalen; daar gaat dit verhaal niet over. Maar misschien mag je, terwijl je het bedrag invult, toch heel even denken aan die buurman van daarnet.
Drie jaar geleden leende je hem geld omdat zijn rekening in het rood stond. Hij heeft je netjes terugbetaald, inclusief rente. Nu staat hij opnieuw voor de deur. Alleen is zijn schuld ondertussen 75 miljard groter.