Theo Franken verzint een nieuwe werkelijkheid: de ‘militaire crisistijd’, waar het leger de regels schrijft en weigeren een misdrijf wordt.
Het woord “oorlog” blijft officieel taboe, maar dat weerhoudt de wetgever er niet van om alvast een versie 2.0 te bouwen. Met minder bommen op papier, maar des te meer macht in de praktijk. Want in de nieuwe “militaire crisistijd” schuift het leger rustig mee aan het stuur van het land — zonder dat iemand het W-woord hoeft uit te spreken.
Wie dacht dat het hier ging om een technische update van verouderde regels, krijgt er meteen een stevig staaltje realpolitik bovenop. In het ontwerp van de nieuwe defensiecodex krijgt het leger niet alleen meer bewegingsruimte, maar ook de juridische spierballen om die af te dwingen.
Crisistijd: geen oorlog, wel militaire logica
Onder impuls van minister van Defensie Theo Francken wordt een nieuwe tussenfase ingevoerd: “militaire crisistijd”. Klinkt onschuldig genoeg, tot je leest wat dat in de praktijk betekent. Geen formele oorlog, maar wel uitzonderingsmaatregelen die steeds meer op oorlog lijken.
In die toestand kan het leger onder meer voorrang opeisen op snelwegen en spoorlijnen. Logistiek wordt geen kwestie van verkeer meer, maar van bevel. Wie in de weg staat, staat in de weg van de “veiligheid”.
En daar stopt het niet.
Opvordering als beleidsinstrument
De lijst van wat de staat eventueel kan opeisen leest als een inventaris van een moderne economie: transportmiddelen, datacenters, softwaretoegang, cryptomunten, energie-infrastructuur, mediakanalen en zelfs medische voorraden zoals bloed en organen.
En ja, ook mensen staan op die lijst. IT’ers, verpleegkundigen, ingenieurs, chauffeurs, tolken en crisismanagers kunnen in “crisistijd” verplicht worden ingeschakeld als vrijwilligheid onvoldoende blijkt. Vrijwilligheid, in tijden van bevelsstructuren, klinkt alvast als een optionele luxe.
Niet meewerken? Strafrecht als motivatiecoach
Wie denkt dat weigeren een optie blijft, komt bedrogen uit. Niet meewerken aan een opeisingsbevel kan leiden tot gevangenisstraffen tot twee jaar en boetes tot 40.000 euro. Bij “buitengewoon gevaar” mag dat bedrag en die straf nog eens verdubbelen.
De boodschap is helder: in crisistijd is neutraliteit geen houding, maar een risico.
Van burger naar inzetbare schakel
De defensiecodex gaat nog verder en hertekent ook de rol van militairen in het binnenland. Identiteitscontroles, fouilleringen en tijdelijke aanhoudingen worden in bepaalde omstandigheden deel van hun gereedschapskist. Niet alleen op militaire sites, maar ook bij “gevoelige infrastructuur” en — indien nodig — op straat.
Wat vandaag nog uitzonderlijk is, dreigt zo stilaan structureel te worden. Gemengde patrouilles met politie zijn intussen al ingeburgerd, onder meer bij de bewaking van Joodse sites en metro-omgevingen in Brussel.
Wat ooit begon als tijdelijke antiterrorismemaatregel, evolueert zo naar een permanente militaire aanwezigheid in het straatbeeld.
De nieuwe realiteit: tussen vrede en bevel
Officieel blijft België in vrede leven. In de praktijk wordt een juridische tussenzone gecreëerd waarin het leger steeds meer taken en bevoegdheden krijgt — zonder de formele stap naar oorlog.
Of, zoals het nieuwe tijdsbeeld het samenvat: geen oorlog, maar wel regels die er verdacht veel op beginnen te lijken. En wie daar vragen bij stelt, riskeert binnenkort misschien niet alleen een mening, maar ook een boete.
(Foto: Lenin Nolly/Nurphoto/Shutterstock/Shutterstock/Photo News)