Vlaamse ambtenaren moeten weer vaker naar kantoor.
Er was een tijd dat telewerk het nieuwe normaal moest worden. Minder files, minder uitstoot, meer tevreden werknemers. Het klonk als een win-win waar niemand nog onderuit kon.
Vandaag is dat verhaal ingeruild voor iets anders. In Brussel draait men de kraan dicht. Plots moet iedereen weer vaker naar kantoor, zogezegd voor het teamgevoel en de spontane babbels aan de koffieautomaat.
Maar laten we eerlijk zijn: dit gaat niet over verbondenheid. Dit gaat over controle. Over een bestuur dat het zichtbaar hebben van zijn mensen verkiest boven het vertrouwen in hun werk. Alleen durft niemand dat zo te zeggen.
Dus wordt er een saus over gegoten van ‘sociale cohesie’ en ‘informele contacten’. Mooie woorden voor een simpel idee: we geloven het niet meer, dat thuiswerken.
De vraag is niet of dat klopt.
De vraag is waarom men dat niet gewoon durft toe te geven.
Afgelopen
De slinger slaat dus terug de ander kant uit. Na jaren van soepel thuiswerk zet de Vlaamse overheid de rem erop. Minister van Binnenland Hilde Crevits (CD&V) trekt een duidelijke lijn: ambtenaren mogen nog maximaal de helft van hun werktijd van thuis uit presteren. De rest moet opnieuw op kantoor gebeuren.
Duidelijke grens: helft thuis, helft op kantoor
De nieuwe richtlijn is simpel: op maandbasis moet elke Vlaamse ambtenaar minstens de helft van zijn werkdagen fysiek aanwezig zijn. Concreet komt dat neer op twee tot drie dagen per week op kantoor.
Volgens Crevits is dat geen breuk met het verleden, maar een “basislat” – mooi gevonden – om de wildgroei aan regels tussen diensten in te perken. Vandaag werkt de gemiddelde ambtenaar 1,75 dagen per week van thuis, maar de verschillen tussen diensten zijn groot.
Minder flexibiliteit, meer ‘verbinding’
De officiële reden: de band tussen collega’s herstellen.
Telewerk heeft voordelen, erkent de minister, maar volgens haar is er een keerzijde. Minder spontane contacten, minder informele uitwisseling, minder teamgevoel. En net dat wil de Vlaamse overheid opnieuw versterken.
De boodschap is duidelijk: werken is meer dan output alleen — het is ook aanwezigheid.
Bredere trend: terug naar kantoor
De maatregel past in een bredere beweging. Ook in de private sector wordt telewerk opnieuw ingeperkt. Steeds meer bedrijven verwachten hun werknemers opnieuw meerdere dagen per week op kantoor.
Wat begon als noodoplossing tijdens corona, wordt nu hertekend naar een nieuw evenwicht. Minder vrijblijvend, meer gestuurd.
Lege kantoren als extra motivatie
Er speelt nog iets anders mee. De bezettingsgraad van Vlaamse overheidsgebouwen blijft opvallend laag. Sommige sites draaien op amper 40 procent capaciteit. Dat is moeilijk te verantwoorden, zeker in tijden van budgettaire druk.
Minister-president Matthias Diependaele (N-VA) stelde die leegstand eerder al openlijk in vraag.
De nieuwe regel moet daar minstens gedeeltelijk een antwoord op bieden.
Balans of verplichting?
Volgens experten is dit typisch voor de huidige fase: een correctie na de extreme flexibiliteit van de coronajaren. Werkgevers zoeken opnieuw controle en cohesie, werknemers willen flexibiliteit behouden.
De Vlaamse overheid kiest nu duidelijk positie.
Niet langer volledig vrij kiezen waar je werkt, maar een opgelegde balans.
Met één duidelijke boodschap: thuiswerk blijft, maar niet onbeperkt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)