Conner Rousseau flirt met de harde lijn en wil relschoppers discipline leren in een bootcamp.
Conner Rousseau heeft er een handje van weg om morele verontwaardiging te combineren met een soort doe-het-zelf strafrecht. Na de ongeregeldheden tijdens een leerlingenbetoging in Brussel liet de Vooruit-voorzitter zich op sociale media en later in De Afspraak bijzonder scherp uit over wat hij âkrapuulâ noemt. Het begon als een verontwaardigde tussenkomst over vernielingen en geweld, en groeide uit tot een pakket voorstellen over hoe met die jongeren moet worden afgerekend.
Snelle verontwaardiging, harde conclusies
De toon werd gezet nog voor enige afstand of nuance de kans kreeg. Rousseau beschreef hoe hij tijdens een verplaatsing in Brussel zag hoe een volgens hem vreedzame betoging ontspoorde door jongeren die vernielingen aanrichtten en de politie viseerden. Zijn conclusie volgde snel: hard optreden is volgens hem onvermijdelijk.
Van straf naar âbootcampâ
Wat dat âhard optredenâ concreet inhoudt, werd meteen ingevuld met een opvallende mix van straf en heropvoeding. Jongeren moeten volgens hem worden opgepakt, ouders moeten verantwoording afleggen en schade moet integraal worden terugbetaald. Daarbovenop kwam een voorstel dat hij zelf omschrijft als een âbootcampâ, waar jongeren discipline en orde zouden moeten leren omdat die volgens hem thuis onvoldoende worden aangeleerd.
De analyse in De Afspraak
In De Afspraak werkte hij die gedachte verder uit. Rousseau benadrukte dat hij vooral geschokt was door jongeren die de politie viseerden en met voorwerpen gooiden. Hij stelde vragen bij hun opvoeding, hun normen en het gebrek aan respect voor gezag. Zijn analyse mondde opnieuw uit in een pleidooi voor meer discipline, meer verantwoordelijkheid en meer corrigerende maatregelen.
Dat geweld tegen hulpdiensten en vernielingen op brede afkeuring kunnen rekenen, hoeft nauwelijks nog gezegd te worden. De beelden uit Brussel maakten bij veel mensen vooral woede los. Woede omdat dezelfde discussies telkens opnieuw lijken terug te keren zonder dat er structureel iets verandert.
Het Hemelrijk
Horen we hier een echo van het cafébezoek in Het Hemelrijk? In een niet zo ver verleden kwam Rousseau behoorlijk onder vuur te liggen nadat hij in een zattemansgesprek met agenten de matrak aanbevool om problemen op te lossen.
De vergelijking met zijn huidige âbootcampâ-voorstel is snel gemaakt: toen ging het over fysieke dwang als symbool van ordehandhaving, vandaag over disciplinering in een gestructureerd traject. De context verschuift, maar de onderliggende reflex blijft dezelfde: hard ingrijpen als antwoord op sociaal gedrag dat als ontsporend wordt gezien. Er zijn nogal wat kiezers die daar oren naar hebben.
Een politiek recept voor orde
Opvallend is vooral hoe snel de analyse verschuift van een concreet incident naar een bredere maatschappelijke diagnose. Waar anderen spreken over context, escalatie of groepsdynamiek, ziet Rousseau vooral een falend moreel kompas en een tekort aan discipline. Het resultaat is een discours waarin verontwaardiging naadloos overgaat in beleidsvoorstellen die jongeren tegelijk moeten straffen, heropvoeden en financieel verantwoordelijk maken.
Identificeren, sanctioneren, heropvoeden
Wat uiteindelijk blijft hangen, is minder de verontwaardiging over vandalisme dan de manier waarop die verontwaardiging telkens opnieuw wordt vertaald in een strak recept. Identificeer, sanctioneer, laat betalen en herstructureer. De politieke stijl van vandaag waarin complexiteit snel plaatsmaakt voor controle, en waarin het populaire imago van de man die âzegt waar het op staatâ opvallend vaak uitmondt in voorstellen die ergens balanceren tussen strafexpeditie en heropvoedingsproject. De matrak is ingeruild voor het bootcamp, maar de onderliggende boodschap is nauwelijks veranderd.
(Foto: Instagram)