Het Bonheidense bedrijf Cobbs heeft een gloednieuw battle lab geopend: een onderzoeks- en assemblagefaciliteit gericht op militaire drones. Een opvallende stap voor een bedrijf dat tot voor kort vooral bekend stond als distributeur van veiligheidsmateriaal.
Van distributeur naar producent
Cobbs was jarenlang een vertrouwde naam voor politie en leger. Kogelwerende vesten, nachtkijkers, drones — het bedrijf leverde het allemaal. Maar met de opening van het battle lab in Bonheiden zet Cobbs een nieuwe stap: voortaan assembleert het bedrijf ook zelf drones, specifiek die van het Amerikaanse bedrijf Anduril. Die worden ingezet voor zowel burgerlijk als militair gebruik.
In de researchruimte van het battle lab draait een 3D-printer op volle toeren. Die maakt onderdelen voor drones ter plaatse aan. De klanten zijn voornamelijk NAVO-landen.
Drones als nieuwe norm in defensie
De timing is niet toevallig. Drones zijn de laatste jaren uitgegroeid tot een sleutelelement in moderne conflicten. Ze zijn relatief goedkoop om te produceren, snel te ontwikkelen en kunnen ingezet worden zonder de levens van piloten te riskeren.
Ter vergelijking: de ontwikkeling van de F-35 gevechtsjager duurde zo'n 25 jaar. Bij drones is die doorlooptijd een fractie daarvan. Dat maakt snelle innovatie en aanpassing aan nieuwe dreigingen mogelijk — iets waar Cobbs nu actief op inspeelt.
Aanvallen én verdedigen
Cobbs wil met het battle lab niet alleen aanvalsdrones ontwikkelen. Elke nieuwe type aanvalsdrone vraagt ook om systemen om hem te neutraliseren. Het bedrijf wil die hele cyclus bestrijken: van ontwikkeling en assemblage tot tegenmaatregelen.
Dat maakt Bonheiden plots een opvallende pion in de Belgische defensie-industrie. In een tijdperk waarin NAVO-landen hun defensie-uitgaven opschroeven, positioneert Cobbs zich als een lokale Antwerpse speler in een groeiende markt.