Jambon haalt de rekening bij wie het minst kan terugvechten.
De regering-De Wever verkoopt de centenindex als een ingreep om de begroting te saneren. Maar wie de cijfers bekijkt, ziet een pijnlijk detail: vooral gepensioneerden leveren in. Tegen 2030 kan de maatregel hen ruim een half miljard euro per jaar kosten.
Vanaf september wordt de centenindex voor miljoenen Belgen werkelijkheid. De overheid beperkt de indexering van lonen en uitkeringen tot een bepaald bedrag. Voor lonen geldt de eerste 4.000 euro bruto, voor sociale uitkeringen 2.000 euro.
Op papier klinkt dat als een technische begrotingsmaatregel. In de praktijk is het een flinke knip in de toekomstige inkomensgroei van miljoenen mensen.
Wie betaalt de rekening?
Uit cijfers van het Monitoringcomité blijkt dat vooral de pensioenen zwaar worden getroffen. Tegen 2030 zou de centenindex de overheid tot 521 miljoen euro per jaar besparen op pensioenen, zo schrijft ‘De Tijd’ op woensdag.
De ambtenarenpensioenen leveren daarvan ongeveer 328 miljoen euro op, de werknemerspensioenen zo'n 180 miljoen.
Dat is opmerkelijk. Want wie zijn pensioen eenmaal ontvangt, kan niet zomaar een loonsverhoging onderhandelen, een extra overuur draaien of van werkgever veranderen.
De gepensioneerde krijgt de rekening en kan alleen maar betalen.
En die centenindex staat niet alleen.
De regering heeft eerder al de hoogste wettelijke pensioenen afgetopt en het absolute maximum bevroren. Tegen 2030 zou dat nog eens ongeveer 250 miljoen euro besparen.
Daar bovenop komen de pensioenhervormingen, met strengere voorwaarden en wijzigingen in de berekening van bepaalde pensioenen.
Voor gepensioneerden stapelt de rekening zich dus behoorlijk snel op.
Een halve procent minder klinkt klein. Tot je het jaren volhoudt.
Het venijn van de centenindex zit bovendien niet alleen in de eerste gemiste indexering. Omdat toekomstige indexeringen voortbouwen op het lagere bedrag, blijft het verschil doorwerken.
Een tijdelijke ingreep wordt zo een structureel verschil.
Dat is handig voor een begroting.
Minder handig voor iemand die iedere maand van hetzelfde pensioen moet rondkomen.
Waarom juist daar?
De regering kan natuurlijk verdedigen dat ook werknemers en uitkeringsgerechtigden worden getroffen. Maar volgens het Monitoringcomité ligt de grootste besparing duidelijk bij de pensioenen.
Dat heeft een eenvoudige reden: veel pensioenen liggen boven de grens van 2.000 euro, terwijl heel wat andere uitkeringen daaronder blijven.
De maatregel treft dus niet iedereen even hard.
En daar ontstaat de politieke vraag die Jambon en zijn collega's niet kunnen wegmasseren met begrotingscijfers:
Waarom moet de overheid zoveel geld halen bij mensen die hun inkomen niet meer kunnen verhogen?
Eerst besparen, daarna uitleggen
De regering-De Wever heeft de centenindex verdedigd als onderdeel van een bredere begrotingsinspanning. Maar voor de gepensioneerde is het resultaat minder abstract.
Een indexering die gedeeltelijk wordt afgesneden, betekent gewoon minder geld op lange termijn.
En de supermarkt, de energiefactuur, de huur en de gezondheidskosten vragen geen korting omdat de regering toevallig een centenindex heeft ingevoerd.
De vakbonden willen de maatregel voor het Grondwettelijk Hof brengen. Misschien moet daar maar eens worden uitgezocht of de sterkste schouders werkelijk de zwaarste lasten dragen.
Want voorlopig lijkt het vooral de schouder van de gepensioneerde te zijn die onder de centenindex komt te staan.
(Foto: Philip Reynaers/Foto Nieuws)