Ach zo, jij die dacht dat het ergste achter de rug was?
De Vlaamse nuchterheid van Bart De Wever heeft een nieuwe gedaante aangenomen: die van een federale boekhouder met een hakbijl. In zijn zoektocht naar 10 miljard euro besparingen – en mogelijk meer – heeft de premier aan zijn coalitiepartners de vraag voorgelegd die de Belgische middenklasse al decennia doet huiveren: is een indexsprong bespreekbaar?
Volgens verschillende bronnen binnen de regering is dat geen proefballonnetje, maar een concreet denkspoor. De Wever wil de automatische loonindexering tijdelijk bevriezen om bedrijven wat zuurstof te gunnen. De keerzijde: lonen, pensioenen en uitkeringen zouden minstens één keer niet meestijgen met de levensduurte. Een maatregel die, hoe technocratisch hij ook klinkt, elke Belg aan de kassa zal voelen.
Een begrotingsgat van olympische proporties
De federale boekhouding kleurt dieper rood dan ooit. Het tekort van 26,6 miljard euro dreigt de komende jaren uit te dijen tot 39 miljard euro, tenzij er fors wordt ingegrepen. De gesprekken die De Wever de voorbije dagen voerde met zijn vicepremiers en partijvoorzitters, gingen niet langer over of er bespaard moet worden, maar over waar de pijn moet vallen.
De premier polste daarbij expliciet naar de bereidheid voor een indexsprong — een maatregel die de federale schatkist op korte termijn weinig oplevert, maar het bedrijfsleven zou moeten ontlasten. Belgische ondernemingen klagen al jaren over de automatische loonindexering die hun loonkosten sneller doet stijgen dan die van buitenlandse concurrenten. Een tijdelijke sprong zou die “loonhandicap” deels moeten verlichten.
Iedereen voelt het — behalve de spreadsheet
De impact van zo’n maatregel is eenvoudig samen te vatten: alles wordt duurder, behalve het loon. In de publieke sector stijgen weddes telkens wanneer de spilindex wordt overschreden, soms meerdere keren per jaar. In de private sector gebeurt dat meestal op vaste momenten. Een overgeslagen indexatie betekent dus dat de koopkracht afkalft, terwijl prijzen, huur en boodschappen wél blijven stijgen.
Het voorstel is politiek buskruit. Bij Vooruit verdedigt Conner Rousseau de automatische indexering als “de ruggengraat van de koopkracht”. CD&V, dat de middenklasse claimt te beschermen, weet dat net die groep het hardst geraakt zou worden. En de vakbonden – al op oorlogspad richting de nationale stakingsdag van 14 oktober – zien er een rode lap in.
De geschiedenis herhaalt zich
Een indexsprong is geen onbekend recept. In 2015 voerde de regering-Michel (met N-VA) er al één door. Het effect was toen beperkt maar symbolisch: België leek weer even “ondernemersvriendelijk”. Tien jaar later wil De Wever, nu als premier, opnieuw aantonen dat hij de moed heeft om het ondenkbare te overwegen. Of dat ook uitvoerbaar is binnen een vierpartijencoalitie, is een ander verhaal.
Woensdag schuiven de vicepremiers voor het eerst samen aan tafel om over de begroting te praten. Officieel liggen er nog geen cijfers op tafel, maar insiders bevestigen dat De Wever de indexsprong als test inzet: wie beweegt, wie niet?
De race tegen de klok – en de markten
De federale sanering is niet louter een binnenlandse oefening. Europa kijkt mee. Om de uitgavennorm te respecteren, moet België tegen 2030 minstens 10 miljard euro besparen. Om het tekort onder de symbolische 3 procent te brengen, zou zelfs het dubbele nodig zijn.
De Wever mikt op meer dan een begrotingsakkoord: hij wil de financiële markten geruststellen. De dreiging van een lagere kredietrating hangt boven België als een zwaard van Damocles. Minder vertrouwen betekent hogere rente, duurdere leningen en nóg minder ruimte voor beleid. Nu ja, dat is de theorie.
Daarom wil de premier tonen dat hij durft beslissen waar zijn voorgangers vooral rekenden. “Wie de regering nu laat vallen, moet opgeknoopt worden op de Brusselse Grote Markt”, grapte hij – half ironisch, half dreigend – tijdens een gastcollege aan de Universiteit Gent.
De laatste ronde
De Wever heeft tot 14 oktober de tijd om een begrotingsdeal te sluiten, net voor zijn eerste State of the Union in het parlement. Maar haast lijkt niet zijn prioriteit. “Een goed akkoord is belangrijker dan een snel akkoord”, liet hij weten.
Of die wijsheid standhoudt als het gaat over een maatregel die miljoenen Belgen minder koopkracht oplevert, valt nog te bezien. Want één ding is zeker: wie dacht dat de begrotingscrisis al achter de rug was, heeft zich rijk gerekend. België staat opnieuw aan de rand van de spiegel, en dit keer kijkt de portemonnee recht terug.