De lijst die iedereen zocht, blijkt nergens te vinden.
Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft formeel bevestigd dat er geen bewijs bestaat voor het bestaan van een zogenaamde ‘klantenlijst’ van Jeffrey Epstein. Daarmee komt abrupt een einde aan maanden van suggestieve verklaringen, loze beloften en speculatieve communicatie – deels gevoed door leden van de regering-Trump zelf.
Wat jarenlang voer was voor samenzweringsdenkers – een lijst vol namen van machtige figuren die zich aan minderjarigen zouden hebben vergrepen via het Epstein-netwerk – blijkt volgens justitie simpelweg niet te bestaan. “Er is geen geloofwaardig bewijs dat Epstein iemand heeft gechanteerd of lijsten bijhield van zogezegde klanten,” stelt het ministerie ondubbelzinnig in een officiële mededeling.
Minister Bondi ondermijnt door eigen departement
De demarche is vooral pijnlijk voor Trumps huidige minister van Justitie, Pam Bondi. Die had de voorbije maanden herhaaldelijk gehint naar ‘grote onthullingen’, en zelfs publiek verklaard dat de beruchte lijst op haar bureau lag. Die uitspraken zijn nu door haar eigen administratie gecorrigeerd. Het Witte Huis voegt eraan toe dat Bondi “alleen maar verwees naar gerechtelijke documenten” – niet naar een lijst van betrokken personen.
Volgens Witte Huis-woordvoerder Karoline Leavitt zullen ook die documenten niet integraal gepubliceerd worden: ze zouden “te veel gevoelige informatie en expliciet beeldmateriaal van slachtoffers bevatten”.
Epstein-narratief implodeert
Jeffrey Epstein, steenrijke financier en veroordeelde zedendelinquent, overleed in 2019 in zijn cel in New York, officieel door zelfdoding. Zijn overlijden – onder omstandigheden die voldoende vaag waren om speculatie aan te wakkeren – werd het startschot voor een hardnekkig complotnarratief. In dat verhaal zou Epstein bewust uit de weg geruimd zijn om invloedrijke klanten te beschermen. De namenlijst – waarvan het bestaan nooit formeel werd aangetoond – groeide al snel uit tot een symbooldossier in de alternatieve informatiebubbel.
Ook Trump zelf werd vaak in verband gebracht met Epstein: in de jaren 90 werden ze meermaals samen gespot op feestjes en op zijn golfclub Mar-a-Lago. Andere grote namen die circuleerden in de context van het Epstein-dossier: Bill Clinton, Bill Gates en de Britse prins Andrew. In gerechtsdocumenten werden die connecties aangestipt, maar zonder bewijs van betrokkenheid bij misbruik.
Van onderbouw naar ondergronds
De FBI heeft dit weekend wel tien uur aan bewakingsbeelden vrijgegeven van de gang naast Epsteins cel, op de dag van zijn dood. Volgens FBI-onderdirecteur Dan Bongino – nochtans een Trump-getrouwe en voormalig complotgelovige – bevatten de beelden “geen enkel spoor van moord of sabotage”: geen verdachten, geen geluid, geen DNA, geen tips, “helemaal niets”.
Daarmee lijkt de Amerikaanse justitie – met de nodige vertraging – schoon schip te maken. Het verhaal van een institutioneel netwerk van pedofielen, zorgvuldig verborgen achter de façade van politieke macht, is nooit juridisch gestaafd geweest. Nu blijkt ook de fundamenten ervan – de mythische klantenlijst – juridisch onbestaand.
Musk mengt zich opnieuw
Dat belet echter niet dat het verhaal blijft circuleren. Elon Musk -voormalig vriend van Trump -heeft op X de uitspraken van minister Bondi al spottend herhaald. Musk beweerde vorige maand nog dat Trumps naam op de vermeende lijst stond, maar trok die uitspraak later terug.
Toch toont de controverse opnieuw hoe hardnekkig bepaalde narratieven blijven – ook als de harde feiten stilaan een andere richting uitwijzen. De juridische waarheid blijkt in het tijdperk van emotionele politiek en socialmediacampagnes lang niet altijd het laatste woord te hebben.
(Foto: Shutterstock)