Of hoe Jambon de spelregels veranderde terwijl we nog bezig waren.
De federale regering heeft haar lang aangekondigde pensioenhervorming afgerond. Het dossier lag jarenlang als een blok beton op de politieke tafel, maar kreeg uiteindelijk groen licht. Nu is het aan het parlement om de plannen definitief goed te keuren.
De inzet is duidelijk: het Belgische pensioensysteem betaalbaar houden én tegelijk meer mensen langer aan het werk houden. Want - zo redeneren de hervormers - vandaag stoppen Belgen te vroeg met werken.
De nieuwe regels veranderen niet alleen wanneer je met pensioen kan, maar ook hoe je pensioen wordt berekend en hoeveel je uiteindelijk krijgt.
Pensioenen kosten de staat steeds meer
België vergrijst snel en dat heeft een prijskaartje. Zonder ingrepen zouden de kosten voor pensioenen en vergrijzing tegen 2070 oplopen tot bijna een derde van het Belgische bbp.
Volgens de regering zou dat betekenen dat er ongeveer 30 miljard euro extra belastingen nodig zijn om het systeem te financieren.
De hervorming moet die stijging afremmen. Besparen op pensioenen is volgens de regering niet de bedoeling, maar wel het systeem hertekenen zodat mensen langer werken en minder snel uitstappen.
Dat is vandaag namelijk de realiteit:
- Belgische mannen gaan gemiddeld op 62,4 jaar met pensioen
- Belgische vrouwen stoppen gemiddeld op 60,6 jaar
Ter vergelijking: in veel andere OESO-landen ligt de effectieve pensioenleeftijd aanzienlijk hoger.
Grote verschillen tussen pensioenen
Een van de grootste scheeftrekkingen zit in de bedragen zelf. De kloof tussen ambtenaren, werknemers en zelfstandigen blijft groot.
Gemiddeld ziet het pensioen er vandaag zo uit:
- Ambtenaar: 2.521 euro netto
- Werknemer: 1.565 euro netto
- Zelfstandige: 1.231 euro netto
Het verschil tussen een ambtenaar en een zelfstandige bedraagt dus ongeveer 1.290 euro per maand.
De hervorming probeert dat verschil geleidelijk te verkleinen door onder meer de berekening van ambtenarenpensioenen te veranderen.
Minimumpensioen blijft afhankelijk van carrière
Om recht te hebben op het minimumpensioen moet men aan duidelijke voorwaarden voldoen.
De basisregels:
- minstens 30 loopbaanjaren
- minstens 5.000 effectief gewerkte dagen
Dat komt neer op ongeveer:
- 16 jaar voltijds werk
- of 20 jaar aan vier vijfde
Maar zelfs dan krijgt men nog niet automatisch het volledige minimumpensioen.
Het volledige bedrag – ongeveer 1.800 euro bruto per maand – is enkel weggelegd voor wie 45 jaar gewerkt heeft.
Kortere loopbanen leveren een evenredig deel op.
Voorbeeld:
wie 40 jaar werkt, krijgt 40/45 van het minimumpensioen, goed voor ongeveer 1.600 euro bruto.
Sommige periodes tellen toch mee
De regering erkent dat een carrière zelden perfect rechtlijnig is. Daarom blijven verschillende periodes meetellen alsof men werkte.
Dat geldt onder meer voor:
- moederschapsrust
- militaire dienstplicht
- tijdelijke werkloosheid
- zorgverloven
- ziekte (vanaf 2026 expliciet opgenomen)
Die periodes worden beschouwd als gelijkgestelde werkdagen.
Nieuwe strengere regels voor loopbaanjaren
Vanaf 2027 wordt het moeilijker om een volledig loopbaanjaar te laten meetellen.
Vandaag telt een jaar mee vanaf 104 gewerkte dagen.
In de toekomst wordt dat 156 effectief gewerkte dagen, wat overeenkomt met ongeveer een halftijdse job.
Er is wel één uitzondering:
het eerste werkjaar telt nog steeds mee vanaf 104 dagen, omdat starters vaak pas later in het jaar beginnen werken.
Vervroegd pensioen blijft mogelijk
De basisregels voor vervroegd pensioen veranderen niet.
Wie wil stoppen vóór de wettelijke pensioenleeftijd moet vandaag voldoen aan volgende voorwaarden:
- 60 jaar met 44 loopbaanjaren
- 61 of 62 jaar met 43 loopbaanjaren
- 63 jaar met 42 loopbaanjaren
Dat betekent dat veel mensen die vroeg beginnen werken nog altijd voor hun 65ste kunnen stoppen.
Extra mogelijkheid voor wie jong begon te werken
Vanaf 2027 komt er een nieuwe toegangspoort voor mensen met een lange carrière.
Wie 42 jaar gewerkt heeft, zal al op 60 jaar met pensioen kunnen gaan.
Dat is twee jaar vroeger dan vandaag mogelijk is.
Maar de voorwaarden zijn streng:
- minstens 234 gewerkte dagen per jaar (ongeveer 75% werkregime)
- minder gelijkgestelde periodes tellen mee
Voor dit systeem tellen alleen nog:
- moederschapsrust
- tijdelijke werkloosheid
- militaire dienstplicht
Ziekte, zorgverlof of werkloosheid tellen hier dus niet mee.
Financiële straf voor wie te vroeg stopt
De hervorming voert ook een malus in.
Dat is een financiële vermindering van het pensioen voor wie te vroeg stopt met werken zonder voldoende carrière.
De regel:
- per jaar dat men vóór de wettelijke pensioenleeftijd stopt
- kan het pensioen tot 5 procent dalen
Vooral mensen geboren na 1975 zullen die maximale vermindering kunnen voelen.
Men ontsnapt aan die malus als men:
- minstens 35 loopbaanjaren heeft
- met 156 effectief gewerkte dagen per jaar
- en 7.020 gewerkte dagen in totaal
Volgens de regering voldoet ongeveer 75 procent van de werknemers automatisch aan die voorwaarden.
Bonus voor wie langer blijft werken
Wie na de wettelijke pensioenleeftijd blijft werken, kan daar ook voor beloond worden.
De bonus kan oplopen tot:
- 5 procent extra pensioen per bijkomend werkjaar
Maar ook hier gelden voorwaarden:
- minstens 35 loopbaanjaren
- minstens 7.020 effectief gewerkte dagen
Niet alle periodes tellen mee. Alleen onder meer:
- moederschapsrust
- zorgverlof
- militaire dienstplicht
- tijdelijke werkloosheid
Ziekte en werkloosheid tellen hier niet mee.
Minder gelijkgestelde periodes
Vandaag bestaat een gemiddelde loopbaan voor ongeveer 30 procent uit periodes zonder werk, zoals ziekte of werkloosheid.
Voor mensen geboren vanaf 1968 zal dat in de toekomst beperkt worden.
Gelijkgestelde periodes mogen nog maximaal 20 procent van de carrière uitmaken voor de pensioenberekening.
Een voorbeeld maakt het duidelijk:
- iemand werkt 30 jaar
- en is 10 jaar werkloos
Dat betekent dat 25 procent van zijn loopbaan uit gelijkgestelde periodes bestaat.
Door de nieuwe regel zullen slechts 8 van die 10 jaren meetellen.
Het resultaat: een lager pensioen.
Ambtenaren verliezen een voordeel
Een van de opvallendste hervormingen raakt de ambtenaren.
Vandaag wordt hun pensioen berekend op basis van het loon van de laatste tien carrièrejaren. Omdat lonen tegen het einde van de carrière hoger liggen, levert dat vaak een aanzienlijk pensioen op.
Dat systeem wordt geleidelijk afgeschaft.
In de toekomst zal ook voor ambtenaren het pensioen gebaseerd worden op het volledige loon over de hele loopbaan.
Vanaf 2027 wordt elk jaar een extra jaar in de berekening opgenomen.
Tegen 2062 zal de volledige carrière van 45 jaar meetellen.
Voor jonge ambtenaren kan dat dus een merkbaar lager pensioen betekenen.
Sommige sectoren behouden uitzondering
Niet alle bijzondere regelingen verdwijnen.
Personeel in zogenaamde actieve diensten – zoals brandweer, politie en luchtverkeersleiding – en werknemers in het onderwijs zullen nog steeds één jaar vroeger met pensioen kunnen.
Maar andere uitzonderingen verdwijnen wel.
Speciale pensioenregimes verdwijnen
Sommige beroepen konden tot vandaag bijzonder vroeg stoppen.
Voorbeelden:
- militairen: pensioen rond 56 jaar
- rijdend treinpersoneel: pensioen rond 55 jaar
Die uitzonderingen worden geleidelijk afgeschaft.
Vanaf 2027 stijgt hun pensioenleeftijd elk jaar met één jaar, tot ze gelijklopen met de rest van de bevolking.
Ziektepensioen voor ambtenaren verdwijnt
Een ander systeem dat verdwijnt is het zogenaamde ziektepensioen.
Dat was een regeling voor ambtenaren die hun ziektedagen opgebruikt hadden en definitief uit het systeem vielen.
Sommige mensen kwamen daardoor al op jonge leeftijd in een soort pensioen terecht, vaak met een zeer lage uitkering.
Dat systeem wordt stopgezet.
Wie er nu gebruik van maakt, zal begeleid worden naar re-integratie op de arbeidsmarkt.
Gepensioneerden blijven grotendeels buiten schot
Voor wie vandaag al met pensioen is, verandert er weinig.
Eén uitzondering: gepensioneerde statutaire ambtenaren.
Hun pensioenen stijgen vandaag automatisch mee met loonverhogingen van actieve ambtenaren via het systeem van perequatie.
Dat mechanisme wordt afgeschaft. Hun pensioen blijft wel geïndexeerd, maar extra loonstijgingen verdwijnen.
De boodschap van de hervorming
De rode draad door de hele hervorming is duidelijk:
- langer werken wordt beloond
- te vroeg stoppen kan financieel pijn doen
- en verschillen tussen statuten worden kleiner
De tijd van moeiteloos vroeg met pensioen gaan, is verleden tijd.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)