In Brussel heb je ze in alle soorten en maten: de medetrampassagiers die je dag maken of breken. Van de nagelknipper tot de pitteneter — het stadsvervoer is een spiegel van het leven.
Er zijn van die momenten in het openbaar vervoer die je bijblijven. Niet omdat ze heroïsch zijn, maar omdat ze zo onverwacht menselijk zijn. Neem de nagelknipper: wie heeft hem nog niet meegemaakt? Knip! En daar gaan je nekharen rechtop staan. Het geluid alleen al is genoeg om een hele tramrit te verpesten.
Van nagels naar pitten
Maar deze keer was het anders. Na het werk, op de tram, verwachtte een reizigers het ergste toen ze het vertrouwde knipgeluid hoorde. Tot er een ander geluid volgde: een soort geplof. Geen nagels dus — maar zonnebloempitjes. De man naast haar zat rustig verse pitten te eten, schudde er handig eentje uit zijn handvol, beet het schilletje eraf en spuugde het in één vloeiende beweging uit.
Ringeling, knip, plof. Schudden, knippen, spuwen. Een klein ritueel, herhaald in het ritme van de tram.
Overal in de stad
Sindsdien duiken de zonnebloempitjes overal op in Brussel. Op caféterrassen, in het park, op de metro. Het is de onofficiële zomersnack van de stad — discreet, goedkoop en blijkbaar onweerstaanbaar.
De boodschap is simpel: als je zonnebloempitjes eet op de tram, maak dan eerst even duidelijk dat het pitten zijn en geen nagels. Je medepassagiers zullen je dankbaar zijn. En nagels knippen? Dat doe je thuis.