Inflatie en federale keuzes duwen Vlaamse begroting in rode cijfers, waarschuwt SERV.
In de politiek geldt een harde wet: hoe meer handen aan de knoppen, hoe moeilijker het wordt om de kassa te laten kloppen. Zelfs Matthias Diependaele - de man die zich met de ijver van een Zwitserse horlogemaker vastbijt in cijfers en tabellen - moet onder ogen zien dat zijn begroting geen sluitende logica volgt, maar een federale spreidstand is tussen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. En dat zelfs een überboekhouder met goede bedoelingen machteloos toekijkt wanneer Brussel beslist wat Vlaanderen moet betalen.
Een begroting in het nauw
Vlaams premier Diependaele - in een vorig leven minister van Financiën voor N-VA- maakte er zijn persoonlijke missie van om de Vlaamse schuld af te remmen, begrotingen onder controle te krijgen en Vlaanderen als betrouwbare financiële entiteit in de markt te zetten. Geen grote speeches, geen sociale media-stormen – alleen spreadsheets, deficitcorrecties en structurele inspanningen. Maar zelfs met een calculator in de ene hand en een mes tussen de tanden in de andere, stoot hij op het oude Belgische probleem: te veel regeringen, te weinig samenhang.
De Vlaamse begroting mag dan wel op het eerste gezicht een eigen verantwoordelijkheid zijn, in realiteit is ze grotendeels afhankelijk van wat federaal beslist wordt. Loonsubsidies, pensioenkosten, fiscale hervormingen, energiemaatregelen – de meeste grote uitgavenstromen worden in Brussel vormgegeven, en met een rekeningsaldo doorgestuurd naar de deelstaten. Vlaanderen krijgt dus de factuur, zonder de zeggenschap over het bestel.
Zorgen voor andermans keuzes
De coronajaren maakten dat pijnlijk duidelijk. Terwijl de federale regering met miljoenen tegelijk steunmaatregelen aankondigde, zag Diependaele de Vlaamse boekhouding steeds verder ontsporen. De rekening kwam terecht bij de regio’s, de beleidsvrijheid niet. Vandaag herhaalt het scenario zich, zij het minder spectaculair: maatregelen tegen de energiecrisis, het oplopend prijskaartje van de federale gezondheidszorg en allerlei sociaal-economische correcties kruipen stilaan in de Vlaamse begroting zonder dat Vlaanderen er iets over te zeggen heeft gehad.
De man die zijn politieke identiteit bouwde op financiële degelijkheid, moet dus toezien hoe andere niveaus de kraan openzetten, terwijl hij zich nog amper de handen mag wassen.
Eén land, zes budgetten
België is op papier een federale staat, maar in de praktijk een complex kluwen waarin bevoegdheden versnipperd zijn over zes regeringen en talloze kabinetten. En elke beslissing van het ene niveau kan als een boemerang terugkaatsen op de begroting van het andere. Diependaele kan wel snoeien in Vlaamse subsidies of infrastructuurprojecten uitstellen, maar hij kan niet bepalen hoeveel geld Vlaanderen moet ophoesten voor federale vergrijzingskosten of socio-economische maatregelen die in Brussel op applaus worden onthaald.
Resultaat: geen enkele begroting is nog een boekhoudkundige oefening. Het is een permanente strijd om schadebeperking, om politieke overlevingsruimte, en vooral: om het behouden van gezichtsverlies.
Iedereen trekt aan het laken
De echte hinderpaal is dat er in dit land altijd wel iemand anders is die aan het laken trekt. Federaal maakt men schulden op kosten van de deelstaten. De deelstaten compenseren met eigen inkomsten, maar die worden grotendeels bepaald door federale verdeelsleutels. En intussen liggen Europese normen op de loer, waarin Vlaanderen als ‘deelstaat’ meegeteld wordt, maar als afzonderlijk beleidsonmachtig blijft.
Diependaele kan dus rekenen wat hij wil – maar zolang hij in een politiek huis zit waarin iedereen de kachel opstookt, maar niemand wil betalen voor de stookolie, blijft hij de boekhouder van een huis zonder centrale verwarming.
Het verdict
Matthias Diependaele is zonder twijfel één van de meest consciëntieuze ministers van de Vlaamse regering. Maar zijn strijd is symptomatisch voor de Belgische impasse: in een land waar politieke bevoegdheden versnipperd zijn als een doos legoblokken zonder handleiding, heeft zelfs de meest gedisciplineerde rekenmeester geen vat meer op het eindresultaat.
En dus moeten we vaststellen: het probleem is niet de boekhouder. Het probleem is de boekhouding van een land waar iedereen bestelt, maar niemand betaalt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)