De drones zijn verdwenen. Of beter: ze waren er misschien nooit echt. Geen bevestigde Russische dreiging, geen harde bewijzen, geen vijandige toestellen boven België. Maar wél een dossier dat met de dag pijnlijker begint te worden.
Want wat eerst leek op een klassiek verhaal van “paniek versus realiteit”, krijgt nu een extra laag.
Minister van Defensie Theo Francken gaf in het parlement namelijk toe dat hij zelf beelden van een vermeende drone heeft doorgestuurd naar een journalist. Beelden waarvan achteraf bleek dat het… een politiehelikopter was.
En plots wordt de vraag die al een tijdje in de lucht hing een pak concreter. Niet langer: hoe kon die hysterie ontstaan? Maar: wie heeft ze mee gevoed?
Want dat is exact wat er gebeurde. Maanden geleden werd België overspoeld met meldingen van drones, met beelden die opdoken in de media en met analyses die al snel richting Rusland wezen. De toon was gezet: dit was geen toeval, dit was dreiging.
Media — met HLN op kop — sprongen daar gretig op. Elk lichtje werd een verhaal, elke schaduw een mogelijk incident. De sfeer werd opgebouwd, versterkt en uitgesmeerd.
En nu blijkt dat één van die beelden, die mee dat verhaal voedden, rechtstreeks vanuit de minister zelf kwam.
Francken noemt het vandaag “reactief communiceren”. Een nuance die op papier misschien klopt, maar in de praktijk toch anders aanvoelt. Want of je nu proactief of reactief communiceert, als je als minister beelden verspreidt die later fout blijken te zijn, dan heeft dat gevolgen.
Zeker in een context waar de gevoeligheid rond Rusland, veiligheid en militaire dreiging al bijzonder hoog lag.
Het probleem is niet dat er meldingen waren. Die waren er. Het probleem is wat er vervolgens mee gebeurde.
Want terwijl de perceptie van dreiging groeide, werd er achter de schermen ook gehandeld. In sneltempo werd een antidroneplan van zo’n 50 miljoen euro goedgekeurd, zonder klassieke aanbestedingsprocedure. Alles moest snel, want de dreiging was zogezegd acuut.
Vandaag blijft van die acute dreiging vooral… weinig over. Maar de uitgaven zijn wel gebeurd. En dat maakt de kern van het verhaal des te gevoeliger.
Want wanneer een minister zelf bijdraagt aan het verspreiden van beelden die een dreiging suggereren — ook al is dat volgens hem “reactief” — en er nadien beslissingen volgen die miljoenen kosten, dan wordt het bijzonder moeilijk om die twee los van elkaar te zien.
Dat is geen beschuldiging. Dat is een logische vraag.
Zeker wanneer er tegelijk vragen rijzen over de aankoopprocedures, de prijzen en de gekozen leveranciers. Officieel is alles volgens Francken “marktconform” en werd “geen enkele wet omzeild”. Dat kan perfect kloppen.
Maar wetten volgen en perceptie vermijden zijn twee verschillende dingen.
En net die perceptie begint te schuiven.
Wat het helemaal wrang maakt, is de rol van de media in dit verhaal.
Toen de beelden opdoken, was er weinig terughoudendheid. De dreiging werd groot gebracht, de context snel ingevuld, de conclusies soms nog sneller getrokken. Vandaag, nu blijkt dat een deel van dat verhaal gebaseerd was op fout geïnterpreteerde beelden — zelfs afkomstig van een minister — blijft het opvallend stil.
Geen grote reflectie. Geen kritische terugblik.
Alsof de waarheid vooral interessant is wanneer ze luid genoeg klinkt. En zo komen we opnieuw bij dezelfde vraag. Wie had er baat bij die paniek?
Misschien was het gewoon een samenloop van omstandigheden. Meldingen die elkaar versterkten, beelden die verkeerd werden geïnterpreteerd, een minister die te snel handelde in een gevoelige context.
Dat kan.
Maar het feit dat die minister nu zelf bevestigt dat hij foutieve beelden verspreidde, maakt het wel bijzonder moeilijk om het hele verhaal nog af te doen als pure toevalligheid.
De drones zijn verdwenen. De paniek ook. Maar de verantwoordelijkheid… die begint nu pas echt zichtbaar te worden.