Na een periode vol onzekerheid en plannen voor een nieuw futuristisch design, krijgt het historische stationsgebouw van Kortrijk nu officieel bescherming. Deze beslissing volgt na een eerdere poging tot sloop die stuitte op hevig verzet en juridische strijd.
In een opmerkelijke wending binnen het stationsproject van Kortrijk, heeft Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts een beschermingsdecreet voor het bekende stationsgebouw aangekondigd. Dit besluit komt na een langdurige discussie en het stilvallen van een ambitieus nieuwbouwproject dat financieel ontspoorde.
Het bestaande gebouw, dat het laatste grote wederopbouwstation na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen is, was oorspronkelijk gedoemd om gesloopt te worden voor een moderner station. De kosten voor het nieuwe ontwerp escaleerden echter met 40%, wat leidde tot een budgettaire overschrijding van ongeveer 35,8 miljoen euro. Hierdoor trokken NMBS en andere projectpartners zich terug.
De omslag kwam er nadat actiegroepen succesvol bezwaar maakten tegen de sloopvergunning en deze door de Raad voor Vergunningsbetwistingen werd vernietigd, omdat de erfgoedwaarde van het gebouw onderbelicht bleef.
Burgemeester Ruth Vandenberghe reageerde verheugd op de nieuwe richting: "Dit is een positieve stap na eerdere overeenkomsten om het station niet te slopen. De uitdaging ligt nu in het ontwikkelen van een plan dat zowel de historie respecteert als dat het station transformeert tot een centraal mobiliteitsknooppunt."
Met de aanstaande bescherming kan het project ook rekenen op extra subsidies voor de restauratie van het gebouw. De finale ontwerpen die deze erfgoedwaarden integreren in een modern mobiliteitsconcept zijn momenteel in ontwikkeling, al is de start van de daadwerkelijke bouwwerkzaamheden nog niet bepaald.