Je zet een nieuwe Vlaamse reeks op en na vijf minuten begint het spelletje: die ken ik, die ook en wacht eens even... zat die vorige week niet nog in een andere serie? Soms lijkt het alsof Vlaanderen ongeveer twintig acteurs bezit en die gewoon om de beurt aan de zenders uitleent. Maar waarom zien we eigenlijk zo vaak dezelfde koppen?
Vlaanderen is nu eenmaal geen Hollywood
De eerste verklaring is nogal simpel: Vlaanderen is klein. We hebben een beperkt taalgebied, een beperkte televisiemarkt en dus ook een veel kleinere professionele acteurswereld dan pakweg de Britse, Franse of Amerikaanse.
Daar staat tegenover dat Vlaanderen verrassend veel fictie maakt. VRT, VTM, Play en streamingdiensten hebben voortdurend nieuwe reeksen nodig. Tel daar films, theater en internationale coproducties bij en dezelfde professionele acteurs komen automatisch geregeld opnieuw bovendrijven.
Wie gisteren nog politieman was bij VRT, kan volgende maand psychopaat zijn bij VTM en tegen Kerstmis als overspelige tandarts op Streamz verschijnen.
Het leven van een Vlaamse acteur kan bijzonder veelzijdig zijn.
Iedereen kent iedereen
Ook de instroom is relatief overzichtelijk. Veel Vlaamse acteurs komen uit een beperkt aantal bekende toneel- en kunstopleidingen, onder meer in Antwerpen, Brussel en Gent.
Daar ontstaan netwerken. Acteurs kennen andere acteurs, regisseurs kennen acteurs met wie ze eerder goed hebben gewerkt en castingdirecteurs weten ondertussen wie ze voor welk soort rol kunnen bellen.
Dat hoeft helemaal geen duister ons-kent-ons-complot te zijn. In vrijwel iedere sector werkt het zo: als iemand eerder goed werk heeft geleverd, bel je hem sneller opnieuw.
Alleen valt het bij acteurs nogal hard op. Je denkt bij een nieuwe loodgieter tenslotte zelden: verdomme, die speelde vorige maand nog mijn boekhouder.
Bekende koppen zijn handig
Daar komt nog iets bij: ervaring. Een acteur die al tien grote rollen heeft gespeeld, heeft bewezen dat hij een productie aankan. Hij kent het ritme van een draaidag, kan snel schakelen en regisseurs weten ongeveer wat ze aan hem hebben.
En ja, herkenbaarheid kan mooi meegenomen zijn. Zet een bekende naam op een affiche en het publiek heeft onmiddellijk een aanknopingspunt.
Daarom zie je geregeld dezelfde gevestigde acteurs terug, zeker in grote rollen.
Het gevolg is wel dat een Vlaamse kijker na verloop van tijd een merkwaardige alternatieve werkelijkheid krijgt voorgeschoteld waarin dezelfde man eerst commissaris, vervolgens seriemoordenaar, daarna minister en uiteindelijk de vader van Pommelien Thijs blijkt te zijn.
Je moet een beetje kunnen volgen.
Maar waar blijven de nieuwe gezichten?
Dat betekent gelukkig niet dat nieuw talent geen kans krijgt. Iedere generatie brengt nieuwe acteurs mee en makers zoeken geregeld bewust naar onbekendere gezichten. Jongerenreeksen zijn daar een goed voorbeeld van: daar móét je wel vernieuwen, tenzij je een 43-jarige acteur met een boekentas aan de schoolpoort wilt zetten.
Maar door de beperkte schaal van Vlaanderen worden succesvolle nieuwkomers vervolgens zelf razendsnel bekende gezichten.
Eén sterke rol, daarna een tweede reeks, een film, een gastrol en voor je het weet zit je als kijker opnieuw te roepen: “Zie je wel! Die speelt ook overal in.”
Misschien hebben we dus niet werkelijk twintig Vlaamse acteurs. Het voelt alleen soms zo.
En wees gerust: degene die je gisteren als corrupte flik zag, duikt binnenkort ongetwijfeld opnieuw op. Waarschijnlijk als dokter.
(Foto: P-magazine)