Het is niet omdat iets klein is, dat het geen grootse indruk maakt. De nieuwe Mini Aceman bewijst dat nog maar eens: een guitige elektrische crossover die eruitziet alsof hij net uit een Pixar-film is komen gereden, maar stiekem de hersenen van een serieuze Duitser heeft. Een mini-crossover met grootse ambities. We gingen ermee op pad, en dit is wat we vonden.
De eerste indruk
Zet de Aceman ergens op een parking en mensen gaan twijfelen of dit nu een compacte SUV is of gewoon een Mini met een groeispurtje. De plastic spatborden, die stoere tuimelpanelen en de scherpe, hoekige koplampen geven ‘m alvast genoeg attitude om naast zijn grote broer, de Countryman, te mogen staan zonder zich te schamen. Toch is hij amper groter dan een Volkswagen Polo. Een echte illusionist dus: David Copperfield op vier wielen.
Het bekende Mini-gezicht is er nog, maar dan in een iets futuristischer jasje. Geen overdaad aan chroom, wel zilveren randjes en valse beschermplaten voor wie graag doet alsof hij offroad rijdt zonder ooit een plas modder te zien. Standaard Instagram-waardig, zeker in een kek kleurtje.
Onder de koets
De Mini Aceman is volledig elektrisch en staat op hetzelfde platform als de nieuwe elektrische Cooper. Twee versies dus: de Aceman E met 184 pk en een batterij van 42,5 kWh (goed voor 310 km WLTP) en de Aceman SE met 218 pk en een 54,2 kWh batterij (406 km bereik). Behoorlijk proper.
Snelladen doet hij... eerder traag. Met 75 kW (E) tot 95 kW (SE) kom je niet echt in Tesla-territorium, maar door de kleine accu’s sta je alsnog geen uren aan de paal. Van 10 naar 80% in zo’n 30 minuten – net genoeg tijd voor een koffie en een croissant of twee.
De E doet de sprint van nul naar honderd in 7,9 seconden en haalt een top van 160 km/u, bij de SE zijn dat respectievelijk 7,1 seconden en 170 km/u.
Het rijden
Wij waren onderweg met de SE: de snelste versie dus. Mini zegt al jaren dat hun auto’s aanvoelen als een kart. Bij de Aceman klopt dat nog steeds. De besturing is scherp, het chassis levendig, en hij duikt gretig door bochten. Alleen jammer dat hij veert als een, nu ja, kart. Die vering is hard, stug, en een beetje vermoeiend op slechte wegen.
Maar aan de andere kant maakt die stugge ophanging natuurlijk het ultieme bochtenwerk mogelijk. En dat doet de Aceman heel erg graag: een flink potje gaan sturen. De besturing is heerlijk messcherp en de voortrein bijt zich vast in het asfalt. De limiet van ons testexemplaar werd bepaald door het rubber: er lagen namelijk nog Hankook-winterrubbers onder.
Nog iets geinigs: de meeste auto’s hebben tegenwoordig een sport-modus, waarin de gasrespons wat scherper wordt. Bij de Mini Aceman heet dat echter niet sport-modus, maar ‘Go Kart’-modus. Als je ‘m in die stand zet, klinkt er een futuristisch geluidje bij het accelereren.
Nog iets leuks: de B-modus laat je heerlijk ‘one pedal driving’ doen. Je hoeft amper nog te remmen, wat het stadsverkeer een stuk relaxter maakt.
Verbruik? We klokten tijdens onze testweek af op 14,9 kWh/100 km, wat best netjes is en de actieradius in de praktijk op een 360 kilometer brengt.
Daarmee is de Aceman natuurlijk niet bedoeld als auto om lange afstanden mee te gaan malen. Maar kan het? Op zondag besloten we te gaan hiken in de buurt van Dinant, zo’n 160 kilometer van onze deur. Toen we thuis vertrokken hadden we nog 19 procent batterij en dus trokken we naar de dichtstbijzijnde Fastned, om daar voldoende stroom te ‘tanken’ om mee in Peutie te geraken: pakweg tien minuutjes. Aan het laadstation van Peutie was het behoorlijk druk en wellicht daardoor kregen we niet meer dan 45 kW aan stroom, waardoor we een behoorlijk dik half uur moesten laden tot er 80 procent in de batterij zat. ‘s Avonds, op onze terugweg, moesten we opnieuw laden in Peutie. Maar toen bleek het Fastned-laadstation in de richting van Antwerpen afgesloten te zijn. Enfin, wij dus de eerste afslag genomen en rechtsomkeer gemaakt om de Fastned aan de andere kant van de snelweg te nemen. Dat maakt dat we in totaal een uur en een kwartier aan de snellaadpaal moesten hangen, om een afstand van 320 kilometer te overbruggen.
Het viel ons ook (nog eens) op dat elektrisch rijden behoorlijk duur is, als je nogal veel aan de snellader hangt. De laadpas die we bij onze test-Aceman kregen, bleek het namelijk niet te doen en dus moesten we op een andere manier onze plan trekken. En aangezien je – bij ons weten dan toch – enkel aan snelladers met Visa kunt betalen in de plaats van met een app of laadpas, werd het dat. In totaal legden we tijdens onze testweek 609 kilometer af met de Aceman, en ‘tankten’ we voor 69,72 euro aan stroom.
De prijs
De Aceman E start aan 33.350 euro, de SE zit aan 37.350 euro. Da’s best concurrentieel. Als we kijken naar een andere compacte sportieveling als de Alfa Romeo Junior: die moet in zijn basisversie 3.000 euro meer kosten. En dan heb je een Alfa met 150 makke elektro-paardjes.
Bovendien is de Aceman standaard al redelijk goed uitgerust: 17-duims velgen, een uitgebreid infotainment-systeem, LED-verlichting, cruisecontrol, automatische airco: het kost je allemaal geen cent extra.
Ons verdict
De Aceman is misschien niet de ruimste in zijn klasse, de achterbank is krap en de koffer slechts 300 liter, maar dat vergeet je snel wanneer je hem ziet, voelt en rijdt. Het is een auto met karakter, flair en net dat tikkeltje overmoed dat we van Mini gewend zijn. Hij breekt enerzijds met tradities, maar blijft anderzijds trouw aan het Mini-DNA: eigenwijs, pittig, en niet voor grijze muizen.
Kortom: zoek je een compacte elektrische crossover met stijl, pit en persoonlijkheid, dan is de Aceman jouw nieuwe wingman. Dan nog hopen dat je buren denken dat hij duurder is dan hij werkelijk is.