Ondanks strengere regels blijft het WK een paradijs voor gokreclame: tienduizenden jongeren verleid.
Tijdens dit WK met 48 ploegen en ruim honderd wedstrijden krijgt de goksector vrije baan om tienduizenden jonge fans te verleiden. De toezichthouder kijkt machteloos toe, de regelgeving is uitgehold. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: noemen we voetbal nog altijd terecht 'cultuur', of is het vooral een geldmachine geworden die het stamgevoel triggert, drank verkoopt, agressie aanwakkert en gokverslaving voedt?
De cijfers
We beginnen met het cijferwerk, want daar valt weinig op af te dingen.
Voor de gokindustrie zijn voetbalkampioenschappen geen sportieve hoogdagen maar commerciële piekmomenten. De Kansspelcommissie ziet bij elk toernooi hetzelfde patroon: meer nieuwe spelers, meer accounts, hogere inzetten. Tijdens het jongste EK ging het om ruim 324 miljoen euro aan inzetten, waarvan zo'n 36 miljoen euro nooit naar de spelers terugkeerde. Het WK in Qatar leverde de sector bijna 40 miljoen euro bruto op. Bij dat WK telde men meer dan dertigduizend mensen die voor het eerst in hun leven een weddenschap plaatsten.
Wie is er kwetsbaar?
De nieuwe gokker is doorgaans jong, mannelijk en komt uit alle lagen van de samenleving. Volgens professor sportmanagement Bram Constandt (UGent) krijgt hij e-mails van wanhopige leerkrachten wier slimste leerlingen gokken op sport zijn gaan zien als een vorm van beleggen. Put your knowledge into cash — zo luidt de belofte die marketing en influencers verkopen aan intelligente, verzorgde jongemannen. Er rust geen stigma op. Het wordt geframed als een slimme zet.
Het probleem is dat het lege belofte is. Onderzoek toont al langer aan dat er geen verband bestaat tussen voetbalkennis en gokwinst. Ervaringsdeskundige Arne Nilis van Beyond the Bet noemt sportweddenschappen de meest onderschatte gokvorm: de speler denkt door zijn kennis controle te hebben, terwijl de bookmaker per definitie de voorsprong houdt. Anders zou de bookmaker niet bestaan.
Een tandeloze toezichthouder
De regelgeving werd de voorbije jaren strenger. De minimumleeftijd schoof van 18 naar 21 jaar, er kwamen beperkingen op gokreclame. Maar de praktijk holt de wet uit. Tieners gokken via een ouder familielid of een vriend. Het reclameverbod wordt omzeild met constructies die zich voordoen als sportmediabedrijf en de kijker meteen doorsturen naar een goksite.
Tegelijk staat de Kansspelcommissie machteloos. Ze is onderbemand — een groot deel van de functies raakt niet ingevuld — en door een lopende juridische procedure mag er voorlopig niet worden ingegrepen tegen de nieuwe gokwetgeving. Het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs gooide intussen de handdoek in de ring: een sensibiliseringscampagne werd niet eens opgestart, omdat men er - in de woorden van directeur Katleen Peleman - simpelweg niet tegen op kan boksen. De budgetten van de operatoren overspoelen alles.
Dat is, zakelijk bekeken, een markt waarin de aanbieder vrij speelt en de rem ontbreekt.
Gaan we nu te kort door de bocht?
Sportweddenschappen zijn zo oud als de sport zelf, merkt Constandt terecht op, en niemand pleit voor een totaalverbod. De meeste fans die we spreken zetten kleine bedragen in — drie, vier, vijf euro — en zien dat als een inkomticket. Voetbal verbindt ook. Het levert verhalen, rituelen en een gedeeld geheugen — en dat is, of we het nu cultuur noemen of niet, een reële waarde.
Dus ja, wie de hele sport reduceert tot een verslavingsmachine, gaat wellicht te kort door de bocht. Maar…
Maar de nuance ontslaat ons niet van de analyse. Het verschil met vroeger is de drempel, en die lag nooit zo laag. Iedereen met een smartphone wordt vandaag continu aangemoedigd door reclame die overal opduikt. Wat als onschuldig terrasvermaak begint, is voor de operator een bewuste strategie om jonge klanten te binden — klanten die doorgaans het minste budget hebben en het snelst hun geld voor eten, kleren of hobby's vergokken. En anders dan bij drank of drugs blijft een gokverslaving lang onzichtbaar, óók voor partner en familie. De rekening komt soms pas maanden of jaren later.
Waar dit op uitdraait
De kern is niet dat voetbal slecht is. De kern is dat de commerciële laag eromheen het spel stilaan overschaduwt, en dat de overheid die laag niet onder controle heeft. Een toernooi dat is opgeblazen tot 48 ploegen genereert tientallen wedstrijden die louter als gokproduct interessant zijn. De sector profiteert, de regelgeving faalt, de toezichthouder kijkt toe.
De grootste risicobeweging zit in de normalisering. Als gokken bij de voetbalbeleving gaat horen zoals een kommetje chips en gezeur over de opstelling, dreigt een generatie op te groeien met de overtuiging dat je pas echt supporter bent wanneer je ook geld inzet. Dat is het scenario dat critici vrezen, en het is geen alarmisme — het is de logische uitkomst van wat we nu laten gebeuren.
Of voetbal cultuur is, blijft een legitieme vraag. Maar zolang het tribe-gevoel vooral wordt ingezet om jongeren naar de goksite te leiden, is het vooral één ding heel zeker: een uitstekend renderend businessmodel. En een businessmodel verdient geen culturele vrijstelling.
(Foto: Instagram)