Wie durft er nog beweren dat verkeersboetes geen verdienmodel zijn?
De Vlaamse regering wil structureel meer profiteren van de opbrengst van verkeersboetes. Dat blijkt uit het begrotingsakkoord dat afgelopen nacht werd afgerond. Hoewel de meeste trajectcontroles in Vlaanderen worden geïnstalleerd, vloeit het merendeel van de boetes nu nog naar de federale overheid.
Eigen verwerking, eigen inkomsten
Om dat te veranderen, plant de Vlaamse overheid een eigen verwerkingssysteem voor verkeersboetes. Dat systeem vergt aanvankelijk een investering van enkele miljoenen euro, maar moet op termijn substantieel rendement opleveren. Volgens een regeringsbron rekent Vlaanderen op een jaarlijkse meeropbrengst van circa 50 miljoen euro.
Een deel van deze inkomsten - kwestie van het geweten te sussen - wordt gereserveerd voor het verkeersveiligheidsfonds, het overige bedrag wordt rechtstreeks in de begroting opgenomen. Dat maakt duidelijk dat de boetes niet louter een instrument voor handhaving of veiligheid zijn: ze worden expliciet als financiële bron beschouwd.
Verdienmodel in de praktijk
Door verkeersboetes rechtstreeks in de begroting te verwerken, toont de Vlaamse regering dat ze de inkomsten uit overtredingen bewust benut als begrotingsmiddel. De systematiek impliceert dat boetes niet alleen een instrument van ordehandhaving en veiligheid zijn, maar ook een manier om de staatskas te vullen.
Als dit te kort door de bocht is, dan hopen we dat er voldoende geïnvesteerd is in vangrails.
(Foto: Shutterstock)