Van Langenhove opnieuw veroordeeld voor racisme en negationisme: politiek proces of rechtspraak?
Dries Van Langenhove, voormalig Kamerlid en boegbeeld van de beweging Schild & Vrienden, is door het Gentse hof van beroep opnieuw veroordeeld voor racisme en negationisme. De rechtbank bevestigt daarmee in grote lijnen het vonnis van de eerste aanleg, al wordt de straf wel verzacht: waar hij in 2024 nog een effectieve gevangenisstraf kreeg opgelegd, is dat nu een voorwaardelijke celstraf van twaalf maanden, gekoppeld aan een proeftijd van drie jaar. Daarnaast moet Van Langenhove een geldboete van 1.600 euro betalen.
De uitspraak zet een voorlopig punt achter een proces dat sinds 2018 slentert, en waarin juridische overwegingen, politieke dimensies en mediatieke framing voortdurend in elkaar overvloeien. De kernvraag blijft: wordt Van Langenhove veroordeeld om wat hij gedaan heeft, of om wie hij is?
Strafrechtelijke veroordeling, politieke strijd?
Van Langenhove blijft zijn veroordeling beschouwen als politiek gemotiveerd. Bij aankomst aan de rechtbank liet hij verstaan dat hij niets minder dan vrijspraak én een schadevergoeding eiste, “voor alle schade die ons is aangedaan, onder meer door de media”. Zijn aversie voor de gerechtelijke instellingen is niet nieuw: al bij aanvang van het proces liet hij weten geen vertrouwen te hebben in het Belgisch gerecht.
Hij kondigde aan naar het Hof van Cassatie te stappen, en – indien nodig – verder naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Intussen haalde hij via crowdfunding bijna 100.000 euro op om zijn juridische strijd verder te bekostigen. Van Langenhove blijft zichzelf voorstellen als een slachtoffer van politieke vervolging. De vraag is: heeft hij daarin een punt, of probeert hij de ernst van de feiten te minimaliseren door het proces te herleiden tot een ideologische strijd?
Feiten: racisme en negationisme in geheime chatgroepen
De bal ging aan het rollen in september 2018, na een Pano-reportage waarin Schild & Vrienden werd ontmaskerd als meer dan een Vlaamsgezinde jongerenbeweging. In verborgen chatgroepen op Facebook en Discord deelden leden van de organisatie racistische, antisemitische en negationistische inhoud, vaak onder het mom van “humor” of “ironische memes”.
In juni 2019 werd Van Langenhove officieel in verdenking gesteld. De aanklacht steunde niet op expliciete uitlatingen van hemzelf die de Holocaust zouden ontkennen, bespotten of minimaliseren, maar op zijn rol als leider en ideologische motor van de organisatie. Volgens het hof trok hij andere beklaagden “mee in een racistisch, haatdragend, nazistisch en negationistisch discours waarin hij anderen aanzet”.
Daarmee houdt het hof hem medeverantwoordelijk voor het klimaat dat binnen de beweging groeide, ook al was zijn persoonlijke inbreng juridisch minder tastbaar. Een en ander leidde in eerste aanleg tot een veroordeling tot één jaar effectieve gevangenisstraf, een boete van 16.000 euro en een ontzetting uit zijn burgerrechten voor tien jaar, waardoor hij onder meer niet meer zou kunnen deelnemen aan verkiezingen.
In beroep wordt het oordeel verzacht: de gevangenisstraf wordt omgezet in uitstel, wat de facto betekent dat Van Langenhove voorlopig niet naar de cel moet, zolang hij zich tijdens de proeftijd niet opnieuw schuldig maakt aan gelijkaardige feiten. De burgerlijke gevolgen blijven evenwel zwaar, al is onduidelijk of de ontzetting uit zijn rechten ook na beroep overeind blijft.
Politiek proces?
Van Langenhove gebruikt zijn proces niet enkel als juridisch strijdtoneel, maar ook als politiek podium. In zijn communicatie op sociale media en in interviews positioneert hij zich consequent als slachtoffer van een repressief regime dat rechtse stemmen monddood wil maken. Hij wijst op het ontbreken van directe bewijzen van negationisme, en op de selectieve focus op zijn beweging, terwijl andere extremen – links of islamitisch – volgens hem ongemoeid worden gelaten.
Die framing slaat aan bij een deel van de publieke opinie, vooral bij een jong, rechts en digitaal georiënteerd publiek. Maar het roept tegelijk vragen op over de grenzen van verantwoordelijkheid. Kan een leider veroordeeld worden voor de inhoud van een beweging die hij bestuurt, ook zonder dat zijn eigen uitspraken expliciet strafbaar zijn? Waar eindigt de vrijheid van meningsuiting, als die systematisch wordt ingezet om haat te normaliseren? Tegelijk kan je je ook de vraag stellen waar de vrijheid van meningsuiting begint.
Het hof lijkt daar nu duidelijk over: wie een platform biedt aan racisme en negationisme, draagt verantwoordelijkheid – ook zonder directe auteurschap. Het gaat dus minder om wat Van Langenhove letterlijk zei, dan om het klimaat dat hij faciliteerde. Of dat juridisch voldoende is voor een veroordeling, blijft voer voor het Hof van Cassatie.
De bredere inzet
De zaak Van Langenhove overstijgt het persoonlijke parcours van één man. Het gaat ook over hoe we als samenleving omgaan met extremisme, online haat, ideologische radicalisering en de grenzen van het toelaatbare. Het strafrecht biedt duidelijke contouren, maar de toepassing ervan in complexe cases als deze riskeert altijd politiek geïnterpreteerd te worden – zeker wanneer het gaat over een figuur die zélf de grens tussen politiek, propaganda en provocatie voortdurend opzoekt.
En dus blijft de vraag in de lucht hangen: Is dit het logische sluitstuk van een zorgvuldige rechtsgang, of het resultaat van een politiek geladen afrekening? In een tijd waarin polarisatie de norm is en elk vonnis wordt herleid tot een ideologisch oordeel, lijkt het antwoord vooral af te hangen van wie het stelt.
Wat zeker is: de juridische strijd is nog niet voorbij, en Van Langenhove zal zijn veroordeling blijven uitspelen als munitie in de strijd tegen wat hij steevast het “regime” noemt. Alleen doet hij dat nu — voorlopig — niet meer vanuit het parlement, maar van aan de zijlijn.
(Foto: PD)