Post openen, telefoons hacken, woningen binnendringen en straks zelfs bagage laten verdwijnen of doelbewust chaos veroorzaken. Met een nieuw wetsontwerp schuift België op naar een veiligheidsmodel waarin de inlichtingendiensten niet alleen observeren, maar ook actief ingrijpen. De vraag dringt zich op: waar eindigt bescherming, en waar begint de politiestaat?
De onzichtbare grens tussen veiligheid en controle
Als van de N-VA-regering afhangt dan krijgt de Belgische Staatsveiligheid straks bevoegdheden die enkele jaren geleden nog als ondenkbaar zouden zijn bestempeld.
Wat ooit begon als een dienst die informatie verzamelde over terrorisme, spionage en extremisme, zal uitgroeien tot een operationele actiedienst met verregaande interventiemogelijkheden. Niet alleen observeren, maar verstoren. Niet enkel rapporteren, maar ingrijpen.
Het wetsontwerp dat op tafel ligt, geeft de Veiligheid van de Staat en de militaire inlichtingendienst Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) de bevoegdheid om dreigingen actief te neutraliseren.
Dat klinkt geruststellend? Tot je leest wat dat concreet betekent.
Bagage saboteren en woningen binnendringen
De lijst van mogelijke acties leest als een handleiding voor clandestiene operaties.
Agenten zouden:
- bagage op luchthavens kunnen verplaatsen zodat iemand zijn vlucht mist;
- doelbewust verkeersopstoppingen kunnen creëren;
- postpakketten laten verdwijnen of vervangen;
- simkaarten onderscheppen;
- materiaal saboteren;
- heimelijk woningen binnendringen;
- bewust sporen achterlaten om psychologische druk uit te oefenen;
- informatie verspreiden om iemand in diskrediet te brengen.
De Belgische inlichtingendienst krijgt dus niet alleen de bevoegdheid om te kijken, maar ook om het leven van burgers doelbewust te ontregelen.
Corona als generale repetitie?
Wie denkt dat dit een abrupte breuk is met het verleden, vergeet hoe ver de overheid tijdens de coronacrisis al ging.
Gedurende maanden werd het sociale leven van miljoenen burgers gecontroleerd en gereguleerd. Contacten, verplaatsingen, evenementen en zelfs familiebezoeken werden onderwerp van toezicht.
Fungeerde corona als een maatschappelijke stresstest? Het was een wappie-theorie. Maar hoeveel vrijheid is de burger vandaag bereid op te geven in ruil voor veiligheid?
Het antwoord was voor de overheid verhelderend. Meer dan velen hadden verwacht.
Wat toen tijdelijk heette, lijkt vandaag steeds vaker structureel te worden.
Van informatie verzamelen naar actief ontregelen
Inlichtingendiensten hadden traditioneel één opdracht: informatie verzamelen en dreigingen signaleren. Met dit wetsontwerp verschuift die rol fundamenteel. Staatsveiligheid wordt een actor die zelf gebeurtenissen beïnvloedt.
Dat betekent dat de dienst in de praktijk kan beslissen om:
- iemands plannen te saboteren;
- reputaties te beschadigen;
- goederen te manipuleren;
- psychologische druk uit te oefenen.
Dat zijn instrumenten die tot voor kort eerder werden geassocieerd met buitenlandse geheime diensten dan met een democratische rechtsstaat.
Wie bepaalt wat een bedreiging is?
De meest fundamentele vraag is niet wat de Staatsveiligheid mag doen, maar tegen wie.
Begrippen zoals extremisme, radicalisering of buitenlandse beïnvloeding zijn vaak breed interpreteerbaar. Wat vandaag als veiligheidsrisico wordt bestempeld, kan morgen een politiek of ideologisch tegenstander zijn.
Een rechtsstaat staat of valt met duidelijke grenzen. Zodra bevoegdheden te ruim worden geformuleerd, ontstaat het risico dat uitzonderingsmaatregelen geleidelijk normaal worden.
Wie bepaalt dan wat een dreiging is? Zij die menen drones te zien?
Controle bestaat, maar blijft grotendeels onzichtbaar
Formeel moeten deze methodes worden goedgekeurd en gecontroleerd door de BIM-commissie en het Comité I.
Dat biedt juridische waarborgen, maar de praktijk blijft voor burgers grotendeels onzichtbaar.
Wie het doelwit is van een verstorende operatie, zal dat vaak nooit officieel bevestigd krijgen. Juist daarin schuilt de gevoeligheid van dergelijke bevoegdheden.
België volgt een internationale trend
In landen zoals Frankrijk beschikken inlichtingendiensten al langer over offensieve mogelijkheden. Die evolutie heeft successen opgeleverd, maar ook schandalen. Het bekendste voorbeeld blijft de sabotage van het Greenpeace-schip Rainbow Warrior door de Franse geheime dienst.
Wat begint als een instrument tegen ernstige dreigingen, kan ontsporen wanneer controle en proportionaliteit vervagen.
Veiligheid versus vrijheid
Niemand betwist dat België zich moet beschermen tegen terrorisme, cyberaanvallen, buitenlandse inmenging en extremisme.
Maar is daarom terughoudendheid net niet noodzakelijk?
Een democratie onderscheidt zich van autoritaire systemen doordat uitzonderlijke bevoegdheden strikt worden begrensd, transparant worden gecontroleerd en slechts in uiterste gevallen worden gebruikt.
Wanneer de overheid woningen mag binnendringen, reputaties mag beschadigen en gedrag actief mag manipuleren, dan is waakzaamheid geen paranoia maar burgerplicht.
Drijft België richting politiestaat?
België is geen politiestaat. Niet vandaag. Maar wetgeving die stap voor stap steeds verdergaande bevoegdheden toekent aan veiligheidsdiensten, verschuift wel degelijk de grens tussen vrijheid en controle.
De coronacrisis toonde hoe snel fundamentele rechten kunnen worden beperkt wanneer veiligheid het dominante argument wordt.
Het nieuwe wetsontwerp bevestigt dat die beweging niet is gestopt.
De vraag is dan ook niet alleen of de Staatsveiligheid deze bevoegdheden nodig heeft.
De echte vraag is hoeveel macht burgers bereid zijn af te staan voor de belofte van meer veiligheid — en of ze die macht ooit nog volledig terugkrijgen.
(Foto: Shutterstock)