"Alle witte mannen achteraan." En vrouwen, zij die niet goed weten tot welk geslacht ze behoren en ‘onwitte’ mannen naar voren. Het was één zinnetje van de Nederlandse zangeres Sophie Straat op de Gentse Feesten. Het maakte geen deel uit van haar song. Het was gewoon een politieke oproep tussen twee nummers door. Toch ziet Unia daarin geen probleem.
Volgens het gelijkekansencentrum gaat het om een artistieke en maatschappelijke context die beschermd wordt door de vrijheid van meningsuiting. Dat de uitspraak voor sommigen kwetsend of polariserend overkomt, verandert daar volgens Unia niets aan. Er zijn bovendien geen aanwijzingen dat witte mannen effectief van het concert werden uitgesloten.
Juridisch kan je daar uiteraard een discussie over voeren. Maar die redenering roept ook een fundamentele vraag op. Sinds wanneer wordt alles wat iemand op een podium zegt automatisch kunst? Wanneer houdt de muziek op en begint de mening, de politieke boodschap?
Een portrettekenaar op het marktplein die tussen twee portretten door plots roept “Alle Turken moeten terug naar Marokko!” (het was waarschijnlijk een stiepelzatte portrettekenaar) was op het moment dat hij dat riep toch niet aan het schilderen?
En een zangeres die haar optreden onderbreekt om ‘witte mannen’ naar achteren te sturen, is dan toch vooral... haar politieke mening aan het verkondigen?
Of met andere woorden: kunst wordt verward met het platform waarop die kunst wordt gebracht. Haar gekweel zou je kunst kunnen noemen. Haar politieke speech tussendoor is dat niet.
Geldt die redenering ook voor iedereen?
En daar wordt het interessant. Want heel wat mensen herinneren zich nog andere dossiers. Schrijvers, opiniemakers, politici en mediapersonen kwamen de voorbije jaren wél onder vuur te liggen voor uitspraken die zij deden of schreven. Soms volgden zelfs gerechtelijke procedures.
Nu vragen wij ons af: zou Unia exact dezelfde redenering gebruiken wanneer een artiest tijdens een concert een andere bevolkingsgroep naar achteren zou sturen? Stel dat ze had geroepen: “Alle moslims achteraan!” Zou dat dan ook worden omschreven als een "symbolische artistieke uiting"?
Dan was ‘t kot te klein. Dan had Unia waarschijnlijk een heel andere uitspraak gedaan. En dan had ze waarschijnlijk ook wel gelyncht geweest door een bende booslims.
Uiteindelijk gaat dit helemaal niet eens om Sophie Straat, maar over iets veel fundamentelers. Namelijk of alles wel met dezelfde meetlat wordt gemeten. Want zodra mensen het gevoel krijgen dat de context belangrijker wordt dan de woorden zelf, ontstaat al snel de indruk dat sommigen meer vrijheid van meningsuiting genieten dan anderen.
En precies dat is de discussie die na de Gentse Feesten wellicht nog veel langer zal blijven nazinderen dan het concert zelf.