Tot voor de komst van sociale media werd een filmster nog beoordeeld op zijn of haar “bankability”: kon je het publiek in groten getallen naar de zalen lokken, ongeacht de kwaliteit van de film?
In de jaren ’80 en ’90 stonden mensen in de rij voor namen alleen, denk aan Schwarzenegger, Julia Roberts of Tom Hanks. Zelfs onze Jean-Claude wist het enkel te doen op naam zelf.
Vandaag blijft daar nog amper iets van over. Buiten Tom Cruise lijkt er niemand meer die met zekerheid kaartjes verkoopt.
Het bewijs ligt dit weekend op tafel: A Big Bold Beautiful Journey, met toch niet de minste namen—Colin Farrell en Margot Robbie—op de affiche, haalt amper een openingsweekend van 3 miljoen dollar binnen.
Een genadeloze klap voor een productie met een prijskaartje van 50 miljoen. Robbie en Farrell zijn niet plots onbekwaam, maar hun sterrenglans blijkt niet meer genoeg.
Sterrenstatus anno 2025 betekent niet langer automatisch volle zalen, hoe geliefd de acteur ook is op Instagram of Oscarbeeldjes heeft op haar/zijn schouw.
De film zelf helpt ook niet mee: de recensies zijn pover, en het publiek heeft duidelijk andere plannen dan twee uur lang “grote, gedurfde, mooie” cinema consumeren.
Bioscoopbezoek draait niet meer rond Hollywoodiconen zoals dertig jaar geleden, maar eerder rond hype, franchises of uitzonderlijk goede buzz.
Tommeke, nog even wachten op met pensioen te gaan, beloofd?