Stel: je vraagt in België een leefloon aan, maar je bezit ergens in het buitenland nog een appartement, een villa, een stuk bouwgrond of andere eigendommen waar de Belgische overheid geen zicht op heeft. Tot vandaag was dat vaak moeilijk te controleren. Daar komt binnenkort verandering in.
De federale regering heeft namelijk beslist dat OCMW's voortaan privédetectives of gespecialiseerde onderzoeksbureaus mogen inschakelen om mogelijke fraude met leeflonen op te sporen.
Wie een leefloon aanvraagt, mag uiteraard niet over een vermogen beschikken. Binnen België kan de overheid dat vrij eenvoudig controleren via allerlei databanken.
Maar zodra eigendommen of inkomsten zich in het buitenland bevinden, wordt dat een stuk moeilijker.
Precies daarom krijgen OCMW's nu een extra hulpmiddel. Wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat iemand informatie achterhoudt of tegenstrijdige verklaringen aflegt, kunnen zij een gespecialiseerd onderzoeksbureau inschakelen om ter plaatse officiële gegevens op te vragen.
Denk bijvoorbeeld aan informatie uit kadasters, eigendomsregisters of andere administratieve documenten.
Wie het woord "privédetective" hoort, denkt misschien spontaan aan iemand in een regenjas die dagenlang vanuit een onopvallende wagen zit te posten.
Zo spectaculair is het in de praktijk meestal niet.
De onderzoeksbureaus zullen vooral officiële documenten verzamelen en nagaan of iemand daadwerkelijk eigenaar is van vastgoed of andere bezittingen in het buitenland. De uiteindelijke beslissing blijft volledig bij het OCMW, dat de verzamelde informatie beoordeelt.
Volgens minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) gaat het bovendien niet om willekeurige controles, zo vertelt ze in Het Nieuwsblad.
Een onderzoek kan alleen wanneer er concrete aanwijzingen zijn van mogelijke fraude, wanneer verklaringen elkaar tegenspreken of wanneer aanvragers geen betrouwbare documenten kunnen voorleggen.
Helemaal nieuw is de aanpak niet. De stad Antwerpen schakelde enkele jaren geleden al een Nederlands onderzoeksbureau in om verborgen buitenlandse eigendommen op te sporen bij mensen die een leefloon aanvroegen.
Dat leidde destijds tot een juridisch conflict met de federale overheid, die oordeelde dat daarvoor geen wettelijke basis bestond.
Die juridische discussie is nu van de baan. Met de nieuwe regeling kunnen voortaan alle Belgische OCMW's, als ze dat wensen, van dergelijke onderzoeksbureaus gebruikmaken.
Volgens de regering moet de maatregel het draagvlak voor de sociale zekerheid versterken. Wie echt hulp nodig heeft, moet die ook blijven krijgen. Maar wie tegelijk over verborgen vermogen beschikt, zou volgens de minister geen aanspraak mogen maken op een leefloon dat bedoeld is voor mensen zonder voldoende middelen.
Voorstanders zien de nieuwe regeling dan ook als een manier om misbruik tegen te gaan en ervoor te zorgen dat belastinggeld terechtkomt bij wie het écht nodig heeft.
Toch ligt de maatregel gevoelig. Armoedeorganisaties en verschillende linkse partijen hebben in het verleden gewaarschuwd voor mogelijke privacyproblemen en vrezen dat bepaalde groepen sneller onder een vergrootglas zullen belanden.
De regering benadrukt daarom dat er verschillende waarborgen zijn ingebouwd. Zo blijven de privacywetgeving en het beroepsgeheim van kracht, en behoudt iedereen het recht om gehoord te worden en beroep aan te tekenen tegen een beslissing.
Hoe vaak OCMW's straks effectief gebruik zullen maken van de nieuwe bevoegdheid, zal de komende maanden moeten blijken.