Overheidsrapport legt link tussen klimaatbeweging en extremisme: 'Rampscenario nipt vermeden in Gent'.
Het begon met kartonnen borden, regenboogvlaggen en zingende scholieren, maar het eindigde met gebroken ramen, ontregelde veiligheidsinstallaties en slogans die niets meer met CO₂-uitstoot te maken hebben. Een vertrouwelijk rapport van OCAD – het coördinatieorgaan dat terroristische dreigingen zoals salafisme en neonazisme in kaart brengt – slaat alarm over een steeds moeilijker te negeren fenomeen: de radicalisering binnen de klimaatbeweging.
Van klimaatzorg naar cultus
Op 1 maart 2025 had de Gentse haven zomaar de voorpagina's kunnen halen als plaats van een dodelijk incident. Niet door een technisch defect of menselijke fout, maar door ideologisch verblinde actievoerders die het verschil tussen protest en sabotage zijn kwijtgeraakt. In een gecoördineerde actie drongen leden van Code Rood de site van het Amerikaanse voedingsbedrijf Cargill binnen. Het begon als een 'vreedzaam' protest met slogans en trommels, maar ontspoorde in ravage: kantoormeubilair vernield, servers kapotgeslagen, kabels doorgeknipt en veiligheidssystemen gecompromitteerd. In een beweging werd ook de naastgelegen site van staalgigant ArcelorMittal het toneel van gevaarlijke spelletjes met vuurwerk boven gasleidingen en losgeslagen vaartuigen.
OCAD noemt het “een ramp die nipt is vermeden”. Een understatement dat in ambtelijk jargon alarmerend veel zegt.
Moreel gelijk als stormram
Volgens het rapport is er een duidelijke verschuiving in de mindset van sommige klimaatactivisten. De klassieke, burgerlijke ongehoorzaamheid maakt plaats voor een revolutionaire retoriek waarin sabotage plots als ‘legitiem’ wordt beschouwd. De oude disclaimers van Code Rood – “geen schade aan infrastructuur” – zijn in sneltempo herschreven tot: “alle directe actietactieken zijn legitiem”.
Deze herdefiniëring van wat 'toelaatbaar' is, wordt ideologisch onderbouwd door figuren als Anuna De Wever, die ooit hand in hand met grootouders voor het klimaat door de straten van Brussel wandelde. Vandaag citeert OCAD haar uit een interview waarin ze stelt dat het “kapotmaken van pijpleidingen” een te overwegen strategie is om het kapitalisme te ontwrichten.
Het lijkt een logisch gevolg van een groeiend dogma binnen delen van de klimaatbeweging: wij staan aan de juiste kant van de geschiedenis, dus wat we doen is per definitie juist. Die zelfverkozen morele verhevenheid wordt vervolgens ingezet als vrijgeleide om boven de wet te gaan staan. Want wie het systeem wil redden, moet het eerst kapotmaken – of zo gaat de redenering.
Klimaat als dekmantel voor revolutie
Opvallend zijn de graffiti op de muren van Cargill: die verwijzen amper nog naar klimaatdoelen. In plaats van “Save the planet” leest men “Weg met de staat” of “Dood aan het kapitalisme”. Geen slip of the spraycan, wel een bewuste ideologische herpositionering. Groeperingen als Gauche Anticapitaliste en Les Soulèvements de la Terre – oorspronkelijk obscure revolutionaire splinters – krijgen in het rapport expliciet aandacht wegens hun groeiende invloed binnen Code Rood. En dat terwijl de organisatie vroeger prat ging op geweldloosheid en breed gedragen steun van organisaties als Greenpeace en Grootouders voor het Klimaat. Vandaag nemen diezelfde groepen publiekelijk afstand. Niet uit lafheid, maar omdat ze de alarmbel horen rinkelen.
Van klimaat naar conflict
De radicalisering stopt ook niet bij klimaat. Dezelfde activisten doken recent op bij het Waalse defensiebedrijf OIP, waar ze onder de vlag van ‘Stop Arming Israel’ voor bijna een miljoen euro aan schade aanrichtten. Code Rood feliciteerde openlijk de actievoerders, en volgens OCAD hebben ze zelfs meegewerkt aan de voorbereiding en opleiding van betrokkenen. De klimaatstrijd wordt zo een springplank voor bredere, gewelddadige confrontatie met alles wat als ‘systeem’ gezien wordt: het kapitalisme, de staat, de industrie, en nu dus ook defensie.
Het klimaat als excuus
Wat het OCAD-rapport in kille bewoordingen blootlegt, is een ongemakkelijke realiteit: binnen een deel van de klimaatbeweging is het besef weg dat protest aan regels onderhevig is. Sommigen geloven dat hun doel zó verheven is, dat het de middelen rechtvaardigt – inclusief geweld, sabotage en intimidatie. Ze deinzen er niet voor terug om infrastructuur te ondermijnen, risico’s te nemen met giftige gassen of havens tot op de rand van een ramp te brengen.
Het is de gevaarlijke logica van morele immuniteit: als je jezelf ziet als redder van de wereld, dan lijkt elke daad gerechtvaardigd – ook als die anderen in gevaar brengt. En dat maakt deze nieuwe generatie klimaatmilitanten niet alleen problematisch, maar ronduit gevaarlijk.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)