Van basisbehoefte naar luxeproduct.
Geopolitieke spanningen, oorlogen aan de andere kant van de wereld en een blokkade van de Straat van Hormuz: voor de gemiddelde Vlaming klinkt het als ver-van-mijn-bednieuws. Tot de energiefactuur in de bus valt.
Daar gaan we weer.
Een paar jaar geleden leerden we noodgedwongen wat een megawattuur was, wat een energiecomponent betekent en waarom een gasprijs aan de andere kant van Europa plots ook onze portemonnee aantast.
We hadden gehoopt dat die ellende voorbij was.
Niet dus.
Wie vandaag in Vlaanderen een nieuw elektriciteitscontract afsluit, mag voor een gemiddeld verbruik van 3.500 kilowattuur rekenen op ongeveer 1.359 euro per jaar. Dat is 73 euro meer dan vorige maand.
En daarmee zitten we opnieuw op het hoogste niveau in ongeveer drie jaar.
De oorlog komt via de energiefactuur binnen
De oorzaak klinkt ondertussen vertrouwd: geopolitieke spanningen.
Het conflict in het Midden-Oosten – dankuwel heren Netanyahu en Trump – zet de internationale energiemarkten opnieuw onder druk. Vooral aardgas is duurder geworden. En omdat gascentrales nog altijd een belangrijke rol spelen bij de elektriciteitsproductie, duwt duurder gas ook de stroomprijs omhoog.
Gas krijgt nog een grotere klap
Voor aardgas is het schrikken. Een gemiddeld Vlaams gezin met een nieuw contract zou momenteel uitkomen op ongeveer 1.780 euro per jaar. Dat is maar liefst 290 euro meer dan vorige maand.
De energiecomponent neemt daarvan het grootste deel voor zijn rekening. De federale accijnzen doen er nog eens 34 euro bovenop. Voor aardgas is dit het hoogste prijsniveau sinds februari 2023.
Straat van Hormuz, lege portemonnee
Een belangrijk deel van het probleem zit in de aanvoer van gas. Door de oorlog in het Midden-Oosten ondervinden gastankers vanuit Qatar moeilijkheden om de Perzische Golf te verlaten. Qatar is een belangrijke leverancier van vloeibaar aardgas.
Minder aanbod betekent hogere prijzen.
En Europa zit ondertussen met een bijkomend probleem: de gasvoorraden moeten opnieuw worden gevuld voor de winter. Door de geopolitieke onzekerheid verloopt dat minder vlot dan gehoopt.
Dus betalen we vandaag niet alleen voor wat we verbruiken. We betalen ook voor angst, onzekerheid en de verwachting dat het morgen misschien nog duurder wordt.
De overheid geeft ons acht euro cadeau
Gelukkig is er ook goed nieuws. Nou, goed!? De federale accijnzen op elektriciteit werden verlaagd. Dat scheelt ongeveer 8 euro. Wauw dat is de pijs van een glas beter wijn. Acht euro. Bij een elektriciteitsfactuur van 1.359 euro is dat nauwelijks een korting te noemen. Iets voor Candid Camera misschien?
En dan zijn er nog de kleine lettertjes
De genoemde bedragen zijn bovendien geen gegarandeerde facturen. Het gaat om berekeningen op basis van marktprijzen en gemiddelde verbruiken. Wie minder verbruikt, een goedkope leverancier vindt of gunstige nettarieven heeft, kan goedkoper uitkomen. Maar daar zit tegelijk de absurde logica van onze energiemarkt. De consument moet tegenwoordig bijna een halve energiehandelaar worden. Contracten vergelijken. Vaste en variabele tarieven bekijken. Energiecomponenten controleren. Nettarieven bestuderen. Accijnzen volgen. Marktprijzen in de gaten houden. En vooral hopen dat er ergens geen oorlog uitbreekt.
Weer helemaal terug?
In juli 2023 stonden de elektriciteitsprijzen voor het laatst op een vergelijkbaar niveau. Dat was nog in de nasleep van de grote energiecrisis. We hadden toen kunnen denken dat we iets geleerd hadden. Dat Europa zijn energievoorziening veiliger zou maken. Dat afhankelijkheden zouden worden afgebouwd. Dat consumenten niet telkens opnieuw de speelbal zouden worden van internationale conflicten.
Maar blijkbaar is de werkelijkheid simpeler.
De geopolitiek maakt ruzie, de energiemarkt reageert en de Vlaming betaalt.
En zo zijn we weer waar we liever nooit meer wilden zijn: de verwarming straks weer iets lager, de trui iets dikker en de energiefactuur opnieuw op tafel.
Het is weer van dat.
(Foto: Shutterstock)