Satellietonderzoek toont aan dat er in maart minder zee-ijs rond de Noordpool is dan ooit tevoren, voor het tweede jaar op rij, ondanks dat dit normaal de piekperiode is.
Volgens satellietgegevens van het National Snow and Ice Data Center (NSIDC) heeft het zee-ijs in het Noordpoolgebied voor het tweede jaar op rij een historisch laag niveau bereikt. Op 15 maart 2023 was de oppervlakte van het zee-ijs 14,28 miljoen vierkante kilometer, wat gelijk is aan het laagterecord van het voorgaande jaar.
Significante afname
In vergelijking met het gemiddelde van 1981 tot 2010 is er momenteel 1,3 miljoen vierkante kilometer minder zee-ijs. Dit verlies komt overeen met meer dan twee keer de oppervlakte van Frankrijk. Ondanks het feit dat het noordelijk halfrond net de winter heeft afgesloten, waarin het ijs normaal gesproken aangroeit, blijft de verwachte piek in zee-ijs voor het tweede opeenvolgende jaar uit.
Dunner ijs
Naast de oppervlakte neemt ook de dikte van het zee-ijs af. Nathan Kurtz van NASA's ICESat-2-missie meldt dat het zee-ijs, vooral in de Barentszee, dunner is. Dit betekent dat het ijs met een achterstand het smeltseizoen ingaat, dat nu begint en doorgaans tot september duurt, wanneer het zee-ijs normaal zijn minimum bereikt.
Klimaateffecten
De afname van zee-ijs in de Noordpool heeft invloed op de opwarming van de aarde. Het witte zee-ijs weerkaatst zonlicht, wat helpt om de Noordpool en de aarde koeler te houden. Wanneer het ijs smelt en wordt vervangen door donkerder zeewater, wordt er meer warmte geabsorbeerd, wat de opwarming kan versnellen.
Verschillen tussen polen
Ondanks de situatie in het Noordpoolgebied zijn er positieve ontwikkelingen aan de Zuidpool. Onder gunstige weersomstandigheden is het zee-ijsoppervlak daar dichter bij het gemiddelde teruggekeerd, wat een verbetering is ten opzichte van eerdere jaren.