Een 45-jarige man uit Oostende heeft in beroep een mildere straf gekregen voor de diefstal van een e-bike. De gevangenisstraf is verkort en de boete is verlaagd.
De man was eerder veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en een boete van 1.600 euro voor de diefstal van een elektrische fiets en een e-sigaret. Hij ontkende de diefstal van de fiets en heeft hoger beroep aangetekend.
Verleden en ontkenning
De man heeft een strafblad met veroordelingen voor verkeersdelicten, intrafamiliaal geweld, inbraak en drugs. Daarnaast loopt er een zaak tegen hem voor exhibitionisme. In deze zaak werd hij door het slachtoffer herkend terwijl hij op de gestolen fiets reed. Het slachtoffer vroeg hem: “Wat doe je met mijn fiets?”, maar de man beweerde dat een andere persoon de fiets had gestolen.
Advocaat pleit voor mildheid
De advocaat van de man, Bart Bleyaert, stelde dat de straf van 18 maanden niet in verhouding stond tot de feiten en vroeg om een mildere straf. Hij betoogde dat het niet onomstotelijk vaststond dat zijn cliënt verantwoordelijk was voor de diefstal.
Uitspraak in beroep
Het hof van beroep heeft het verzoek van de advocaat ingewilligd en de straf verlaagd tot 4 maanden gevangenis en de boete tot 208 euro. De procureur had in zijn pleidooi nog aangedrongen op bevestiging van de oorspronkelijke straf, maar het hof heeft anders beslist.