“Nieuwe belastingen zijn geen taboe meer."
Tien jaar. Zoveel tijd vraagt buitenlandminister Maxime Prévot (Les Engagés) om België op koers te krijgen richting de nieuwe, ongeziene NAVO-norm van 5 procent van het BBP naar defensie. Of de Rus, de Iranees, de Chinees of de Amerikaan ook zolang wil wachten, met de grote invasie van ons land – zoals het narratief dat voorschrijft – is een andere vraag. Ondertussen vallen de Amerikaanse bommen al op Iran, en kraakt onze begroting langs alle kanten. De sfeer is dus niet bepaald zomers wanneer Prévot, in een opvallend eerlijk interview met ‘Het Laatste Nieuws’, hardop zegt wat veel collega’s alleen denken: “Nieuwe belastingen? Niet onze eerste keuze. Maar ik sluit het niet uit.”
Een opmerkelijke uitspraak in een land waar de belastingdruk nu al op recordhoogte zit en verkiezingen nooit veraf zijn. Maar in Prévots ogen is de luxe van uitstel definitief voorbij: "Wie nu niets doet, zadelt de volgende regering op met een titanenklus onder hoogspanning."
Wat als het ijs écht breekt?
De NAVO-top in Den Haag -volgens Prévot “de belangrijkste in decennia” - begon onder een nucleaire schaduw: de Amerikaanse aanval op Iran, een daad die Prévot “met grote bezorgdheid” bekijkt. Tegelijk liggen de spanningen binnen de alliantie zelf ook op de loer. Washington wil dat Europa zich wapent – liefst fors. En dat terwijl Trump alweer insinueert dat de VS zich misschien terugtrekt, of althans minder zal investeren dan wat hij van anderen eist.
Dat ruikt naar chantagepolitiek, en Prévot weet het ook. “De NAVO-norm moet voor iedereen gelden, of voor niemand. Wat de Amerikanen doen, staat haaks op de NAVO-solidariteit. Als andere lidstaten dat spelletje ook gaan spelen, dreigt de NAVO van binnenuit te imploderen.”
Of zoals Prévot het in zijn typische, beheerste verontwaardiging verwoordt: “We hebben te lang onder de Amerikaanse paraplu geschuild. Maar dat tijdperk is voorbij. We moeten nu zelf in staat zijn om onze vrede te bewaken.”
België, het slechte voorbeeld
Dat België jarenlang de ‘achterblijver van de klas’ was, is geen geheim. In tegenstelling tot landen als Polen of de Baltische staten — die dagelijks de hete adem van Rusland voelen — koos ons land steevast voor het absolute minimum. “Het begrip bij onze bondgenoten is echt op,” erkent Prévot. "Wij, Spanje en Luxemburg zijn de enigen die nog vragen durven stellen."
Toch is frontaal verzet, zoals Spanje dat doet, volgens Prévot niet realistisch. “De geopolitieke kaarten liggen anders voor ons. Zeggen dat we niet meer willen doen dan 2 procent is contraproductief. We vragen flexibiliteit, dus moeten we zelf ook bereid zijn om te bewegen.”
Dat betekent concreet: meer geld, en sneller. Maar waar moet dat vandaan komen?
“Ik wil intellectueel eerlijk zijn”
Als de Belgische politiek ergens niet dol op is, dan zijn het gesprekken over ‘structurele uitgaven’ zonder een concreet prijskaartje. Maar Prévot doorbreekt dat stilzwijgen: “We weten zelfs nog niet hoe we de extra 4 miljard gaan vinden om dit jaar al aan 2 procent te geraken.” Tot nu toe worden de gaten gedicht met eenmalige inkomsten. Maar dat geld droogt snel op.
Dus volgen de drie klassiekers: besparen, lenen of belasten. Geen enkele optie is appetijtelijk. “Ik wil geen van die drie,” zegt Prévot, “maar we zullen naar alle drie moeten kijken. Zonder taboes.”
Dat laatste is nieuw. Zeker voor een partij als Les Engagés, die traditioneel liever over fiscale verlichting dan over extra heffingen praat. “Voor ons zijn nieuwe belastingen niet de eerste piste,” benadrukt Prévot. “Maar ik wil wél intellectueel eerlijk zijn: als we het geld echt willen vinden, moeten ook nieuwe inkomsten bespreekbaar zijn.”
De sociale zekerheid: heilige koe of politieke bliksemafleider?
De vrees leeft dat het mes straks vooral in de sociale zekerheid zal snijden, en partijen als Vooruit en CD&V staan dan ook met de hakken in het zand. Prévot begrijpt die bezorgdheid: “Als we te brutaal hervormen, verliezen we het draagvlak. En dan geven we extreme partijen vrij spel. We zien het al in andere Europese landen: sociale afbraak leidt tot politieke implosie.”
Voor Prévot is dat meer dan een retorische bedenking. “Als we aan de sociale cohesie raken, wint Poetin zonder dat hij hoeft te vechten.” Het klinkt als een boutade, maar het is bittere ernst.
Moet alles dan naar F-35’s?
Op tafel ligt ook het investeringsplan van Defensieminister Theo Francken (N-VA), die — samen met premier De Wever — het dossier versneld door de regering wil jagen. Voor Prévot is dat geen prioriteit. “Nice to have, niet need to have. We moeten niet beslissen onder tijdsdruk.”
Zijn grootste bezorgdheid? “We mogen geen miljarden spenderen aan Europees materiaal dat technologisch al voorbijgestreefd is, puur omdat het Europees is. Strategische autonomie is belangrijk, maar we mogen niet blind zijn voor de realiteit. Op sommige domeinen lopen we achter op de VS. Als we investeren, moet het gaan om le nec plus ultra.”
Wat luchtafweer betreft is hij wel duidelijk: “Dat is de prioriteit. Onze hoofdstad, havens, kerncentrales en luchthavens moeten beschermd worden. Extra F-35’s? Alleen als blijkt dat ze écht nodig zijn.”
Gaza, woede en de grenzen van het mogelijke
Tot slot komt Prévot nog terug op het protest na de Gaza-betoging, waar hij onder vuur kwam te liggen wegens zijn ‘machteloosheid’. Zijn antwoord blijft nuchter: “België is geen supermacht. Wie zegt dat wij Israël in ons eentje kunnen dwingen tot een andere houding, maakt er een karikatuur van.”
Toch schuift hij de verontwaardiging niet weg: “Ook als mens, als vader, ben ik diep geraakt door wat we daar zien. En ik wíl meer doen. Maar realiteit en wens zijn niet altijd verenigbaar. Achter de schermen trekken we echt aan de kar.”
De balans
Maxime Prévot geeft toe dat we jarenlang te weinig hebben gedaan, maar pleit tegelijk voor realisme en verantwoordelijkheid — zonder de sociale pijlers van het land te ondermijnen.
Tussen oude gewoontes en nieuwe gevaren, tussen NAVO-normen en nationale beperkingen, groeit het besef: het tijdperk van wegduiken is voorbij.
De vraag is niet meer óf we gaan betalen. De vraag is waarmee.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News )