Van snel naar fataal: waarom Tesla stilaan een risico-object op vier wielen wordt.
Tesla stond ooit symbool voor innovatie, toekomstdenken en duurzame mobiliteit. Vandaag komt het merk echter steeds vaker in het nieuws om redenen die niets met technologie of vooruitgang te maken hebben. Nieuwe cijfers uit de Verenigde Staten tonen zwart op wit aan dat wie instapt in een Tesla, gemiddeld genomen een groter risico loopt om dat ritje niet levend te beëindigen. En dan hebben we het niet over gevoel of perceptie, maar over droge statistieken: de kans om te sterven in een Tesla is bijna dubbel zo groot als in de gemiddelde Amerikaanse wagen. Vooral de populaire Model Y scoort alarmerend slecht.
Statistieken die geen ruimte laten voor interpretatie
Tesla voert de lijst aan van automerken met het hoogste aantal dodelijke ongevallen per miljard gereden mijlen. De globale score voor het merk ligt op 5,6 – fors boven het nationale gemiddelde van 2,8. Dat alleen al zou reden tot bezorgdheid moeten zijn, maar het wordt erger. De Tesla Model Y – het best verkochte model van het merk – scoort met 10,6 doden per miljard mijlen bijna vier keer slechter dan het nationale gemiddelde. Ook de Model S doet het met 5,8 niet bepaald geruststellend.
Zelfs in vergelijking met andere risicomerken zoals Kia (5,5), Buick (4,8) of Dodge (4,4) blijft Tesla het slechtst presterende merk. En wie verder kijkt dan dodelijke incidenten, ontdekt dat Tesla ook het hoogste algemene ongevallencijfer noteert: 26,67 ongevallen per 1.000 bestuurders. Dat zijn geen afwijkingen of uitzonderingen, dat is structureel.
De paradox van de vijf sterren
Het is een vreemd contrast: op papier krijgen Tesla's uitstekende veiligheidsscores van zowel de Amerikaanse NHTSA als de Europese Euro NCAP. In crashtests behalen ze vijf sterren. Hun rijhulpsystemen krijgen lof en technische beoordelingen bevestigen regelmatig het potentieel van de software en infrastructuur. En toch vallen ze massaal door de mand in de echte wereld.
Wat verklaart dat verschil? Volgens experts ligt het niet aan de bouwkwaliteit of de veiligheidssystemen an sich, maar aan het gedrag van de bestuurders en de filosofie achter het voertuig. Tesla’s combineren brute kracht met een minimalistisch design waarin het centrale touchscreen als hoofdinterface dient. Voeg daar nog de semi-autonome “Autopilot” aan toe, en je krijgt een recept voor overmoed, afleiding en verkeerd ingeschat vertrouwen in technologie.
Met andere woorden: de wagens zijn technisch geavanceerd, maar ze versterken tegelijk gedragspatronen die het risico op zware ongevallen verhogen.
Een merk dat gevaarlijk gedrag faciliteert
Het fundamentele probleem is dus niet dat Tesla’s onveilig zíjn, maar dat ze uitnodigen tot onveilig rijgedrag. De snellere acceleratie, het stilistisch minimalisme en het gevoel van technologische superioriteit zorgen voor een overmoedig profiel bij veel bestuurders. De wet van de grote getallen liegt niet: als een merk systematisch slechter scoort, dan heeft dat niet louter met toeval of context te maken. Dan is er een structurele correlatie tussen voertuigtype en gedrag.
Tesla mag zich dan beroepen op innovatie, in de praktijk lijkt het steeds meer een platform te worden voor egocentrisch rijgedrag. Wie wil er straks nog rondrijden in een auto die vooral geassocieerd wordt met risicovol gedrag, overdreven zelfvertrouwen en de perceptie dat menselijke controle overbodig is?
Van Elon’s speeltuin naar maatschappelijk probleem
De cijfers zouden op zich al verontrustend genoeg moeten zijn. Maar het bredere plaatje maakt het nóg wranger. Tesla is het geesteskind van Elon Musk, een enfant terrible dat graag de media bespeelt met grootse visies en technologische beloftes, maar die steeds moeilijker af te rekenen lijkt met de gevolgen van zijn eigen ideeën. Autopilot-functies worden steevast als ‘beta’ gelabeld, maar ondertussen wel wereldwijd uitgerold. Kritiek op de veiligheid wordt afgewimpeld als doemdenken, terwijl de data het tegendeel bewijzen.
In plaats van bij te sturen, kiest het merk voor framing en PR. Het gevolg? Een publieke perceptie die langzaam kantelt: van bewondering naar achterdocht, van vooruitgang naar risico, van vertrouwen naar vermijden.
(Foto Pixabay)