Van schietschijf tot verkoophit.
Puristen spraken van verraad, beleggers dumpten het aandeel en oudgedienden fronsten de wenkbrauwen. Toch blijkt de eerste volledig elektrische Ferrari nu al een commercieel succes. De Luce bewijst dat kritiek veel lawaai kan maken, maar kopers uiteindelijk de rekening betalen.
Heiligschennis
Toen Ferrari de Luce onthulde, leek het alsof de Italiaanse constructeur een heilige huisregel had geschonden. Geen brullende V8 of V12 onder de motorkap, maar vier elektromotoren. Geen compromisloze tweezitter, wel een luxewagen met vier deuren en vijf zitplaatsen.
Voor heel wat Ferrari-fans was dat een brug te ver.
Sociale media ontploften. Autojournalisten fileerden het design. Sommigen vonden de Luce meer lijken op een dure gezinswagen dan op een raspaard uit Maranello. Zelfs de hand van topontwerper Jony Ive kon de critici niet overtuigen.
Beurs kreeg een hartverzakking
Niet alleen de liefhebbers trokken hun neus op. Ook beleggers reageerden alsof Ferrari een doodzonde had begaan. De dag na de voorstelling verloor het aandeel meer dan acht procent.
Zelfs voormalig Ferrari-baas Luca Cordero di Montezemolo liet verstaan dat hij liever zag dat het iconische steigerende paard niet op de elektrische nieuwkomer zou prijken.
Het was duidelijk: een elektrische Ferrari zou nooit een échte Ferrari worden.
De klanten beslisten anders
Alleen... de kopers blijken daar heel anders over te denken.
Volgens de Britse zakenkrant Financial Times heeft Ferrari amper twee maanden na de lancering zijn verkoopdoel voor dit jaar al gehaald. Achter de schermen wordt gesproken over zowat vijfhonderd verkochte exemplaren, ondanks een prijskaartje van ruim 550.000 euro.
Dat is opmerkelijk voor een model dat vooraf door velen werd afgeschreven.
Nieuwe rijken, nieuwe Ferrari
De Luce lijkt vooral een totaal nieuw publiek aan te spreken.
In China en het Amerikaanse Silicon Valley zouden vermogende ondernemers bijzonder enthousiast zijn. Het gaat om klanten die zijn opgegroeid met elektrische auto's en veel minder gehecht zijn aan het klassieke gebrul van een benzinemotor.
Voor hen telt vooral technologie, prestaties en exclusiviteit.
En prestaties zijn er genoeg. De Luce sprint in amper 2,5 seconden naar 100 kilometer per uur en blijft, ondanks zijn elektrische aandrijving, een van de snelste modellen die Ferrari ooit bouwde.
Exclusiviteit blijft het toverwoord
Ferrari wil van de Luce geen massaproduct maken. Tegen 2030 mikt de constructeur op ongeveer 2.500 verkochte exemplaren. Dat blijft slechts een fractie van de jaarlijkse Ferrari-productie.
Wie denkt zomaar een Luce te kunnen bestellen, vergist zich trouwens. Net als bij andere exclusieve Ferrari's bepaalt het merk zelf grotendeels wie in aanmerking komt. Trouwe klanten krijgen nog altijd een streepje voor.
Kassa rinkelt harder dan de kritiek
Ironisch genoeg komt het succes op een moment dat Ferrari financieel beter draait dan ooit. De constructeur verkocht weliswaar iets minder auto's, maar verdiende meer dankzij peperdure exclusieve modellen en beperkte oplages.
De winstverwachting voor 2026 werd daarom zelfs opgetrokken tot meer dan 3 miljard euro.
De moraal? Je kunt lachen met een elektrische Ferrari, hem een designflater noemen of beweren dat hij geen echte Ferrari is. Maar zodra er een half miljoen euro op tafel ligt, blijken heel wat vermogende autoliefhebbers daar opvallend anders over te denken.
(Foto: PD)