Tiens, wie had dat gedacht? Wij al jaren. Nu ook officieel: die zogezegd milieuvriendelijke plug-inhybrides zijn in werkelijkheid niks meer dan een groen sausje over een ouderwetse benzineslurper. Transport & Environment (T&E), een ngo die de uitstoot van wagens onderzoekt, heeft de cijfers nog eens op tafel gelegd en ze liegen er niet om.
Op papier doen autofabrikanten alsof hun hybrides amper 30 tot 50 gram CO₂ per kilometer uitstoten. Dat klinkt properder dan een Greta Thunberg op een zeilboot, maar in de praktijk blazen diezelfde wagens vrolijk vijf keer meer de lucht in. Afhankelijk van rijstijl en model gaat het vaak richting 100 tot 150 gram, oftewel: hetzelfde als een klassieke benzinewagen. Ja, die van vroeger, waar niemand ooit subsidies voor kreeg.
De grote leugen van de stekkerauto
Het probleem? Hybrides rijden veel minder vaak elektrisch dan fabrikanten ons willen doen geloven. De Europese Commissie ontdekte dat bestuurders hun batterij amper opladen. Soms omdat ze geen laadpaal in de buurt hebben, meestal omdat ze er gewoon geen zin in hebben. Resultaat: dure auto’s met een stekker die rondrijden alsof het gewone benzinewagens zijn, maar mét belastingvoordeel.
Dat belastingvoordeel liep in de miljarden. Jarenlang kregen multinationals en leasingmaatschappijen cadeautjes om hun parken vol te proppen met BMW’s, Volvo’s en Mercedessen die zogezegd het klimaat zouden redden. In werkelijkheid bleken die tanks even ‘groen’ als een barbecue met twaalf kilo houtskool.
Voorbeelden die pijn doen
Neem de BMW X5 plug-inhybride. Volgens de folders verbruikt die minder dan een stadswagentje. In realiteit drinkt hij, zodra de batterij leeg is (en dat gaat vrij snel), sneller fossiele brandstof dan een student pinten kan kappen op een Happy Hour. De Volvo XC60 Recharge en de Mercedes GLC 300e doen er amper voor onder. Allemaal netjes verkocht als ‘groene keuze’, terwijl de CO₂-uitstoot door het dak gaat.
Politiek getalm en fiscale spelletjes
In België rijden er nog altijd zo’n 200.000 hybrides rond. De vorige regering besliste dat de fiscale aftrekbaarheid tegen 2028 zou uitdoven. Maar dan kwam minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) met een ander idee: de voordelen toch wat langer rekken. Kostprijs? Bijna 300 miljoen aan Europese subsidies. Uiteindelijk kwam er een typisch Belgisch compromis: vennootschappen vallen onder het oude strenge regime, eenmanszaken krijgen nog wat extra respijt.
Tot 2029 kan je als zelfstandige dus nog profiteren van een hybride die ‘op papier’ minder dan 75 gram CO₂ uitstoot. Alles daarboven krijgt wat minder aftrek. Nadien valt het doek definitief.
Conclusie: tijd voor échte keuzes
Hybrides waren de grote leugen van de voorbije tien jaar. Een gesubsidieerd speeltje voor bedrijven, een schijnoplossing ‘voor het klimaat’ en een gouden melkkoe voor fabrikanten. T&E pleit terecht voor het afbouwen van de voordelen en het focussen op wagens die écht nul uitstoten. Want zolang de testprocedures een sprookje blijven, is de consument niet alleen misleid, maar ook gestraft: met dure auto’s die even vervuilend zijn als hun ‘ouderwetse’ voorgangers.