Katten lijken altijd op hun pootjes te landen, maar hoe doen ze dat precies? Onderzoekers van de Yamaguchi-universiteit in Japan hebben nu eindelijk een antwoord op deze vraag.
Uit het onderzoek blijkt dat de ruggengraat van de kat een ware acrobaat is. Het voorste deel kan tot wel 47 graden draaien, terwijl het achterste deel stijver en zwaarder is. Bij een val draait eerst het voorlichaam van de kat, waarna het achterste deel enkele milliseconden later volgt. Door hun voorpoten in te trekken en de achterpoten uit te strekken, weten ze vrijwel altijd veilig te landen.
Maar daar blijft het niet bij. De staart van de kat speelt een cruciale rol bij het bewaren van balans. In combinatie met de ruggengraat en de hersenen kan een kat zich razendsnel corrigeren, waardoor zelfs een onverwachte val geen gevaar betekent.
Een verrassend mysterie
Het onderzoek onthult echter ook een mysterie dat nog onopgelost is: katten draaien bij het landen steeds naar de rechterkant. Waarom dit gebeurt, is nog onbekend, maar onderzoekers vermoeden dat het te maken kan hebben met een betere bloeddoorstroming langs die kant.