Fossiel van 150 jaar oud krijgt nieuwe interpretatie.
Britse onderzoekers hebben een fossiel opnieuw geanalyseerd en vastgesteld dat het gaat om een van de grootste schorpioenen die ooit op aarde leefde. Het dier, Praearcturus gigas, zwierf ongeveer 415 miljoen jaar geleden rond in wat vandaag Engeland en Wales is. Met een lengte van meer dan een meter en scharen tot 16 centimeter was het een dominante predator in zijn tijd.
De resten van Praearcturus gigas werden al zo’n anderhalve eeuw geleden ontdekt in de zandsteenformaties van St. Maughan’s, een geologische laag die zich uitstrekt van Wales tot delen van West-Engeland. Maar over wat er precies gevonden was, bleef decennialang discussie bestaan.
Door het beperkte fossiele materiaal en de gefragmenteerde vondsten werd het dier lange tijd verkeerd ingeschat. In de jaren 80 doken al vermoedens op dat het om een schorpioen kon gaan, maar veel onderzoekers hielden het op een primitieve kreeftachtige.
Nieuwe vergelijkingen met recentere vondsten en verbeterde analysetechnieken hebben die twijfel nu definitief weggenomen.
Cruciale vergelijking brengt doorbraak
De doorslag kwam er na een anatomische vergelijking van een specifiek onderdeel van het skelet: het borststuk. Dat werd vergeleken met dat van een schorpioen uit Canada.
De gelijkenis bleek zo specifiek dat er volgens onderzoekers nauwelijks nog twijfel mogelijk was over de classificatie. Het ging om een zeldzaam maar doorslaggevend morfologisch kenmerk dat typisch is voor schorpioenen.
“Een beest dat je liever niet tegenkomt”
Hoewel het fossiel vooral een indruk geeft van een robuust en zwaar gebouwd dier, is de conclusie duidelijk: dit was geen onschuldige bodembewoner.
Volgens paleobiologen die het fossiel bestudeerden, moet P. gigas een indrukwekkende verschijning zijn geweest. Met zijn formaat en klauwen was het vermoedelijk een van de dominante roofdieren in zijn omgeving.
De context van die periode speelt daarbij een belangrijke rol. In het Vroeg-Devoon stond het leven op het land nog in zijn kinderschoenen. Grote landroofdieren waren zeldzaam tot onbestaand, waardoor deze schorpioen vrij spel had.
Toppositie zonder concurrentie
Door het gebrek aan natuurlijke vijanden kon het dier uitgroeien tot een uitzonderlijk grote soort. Mogelijk jaagde het op kleinere geleedpotigen op het land, maar ook in het water zou het een efficiënte jager geweest zijn die vissen en andere prooien niet spaarde.
Pas miljoenen jaren later, in het Carboon, verschenen grotere en complexere ecosystemen op het land met bossen, moerassen en een grotere diversiteit aan dieren. Tegen die tijd was het tijdperk van deze reuzen al lang voorbij.
Conclusie: de herinterpretatie van Praearcturus gigas herschrijft opnieuw een stukje prehistorische geschiedenis. Wat ooit een twijfelgeval was tussen kreeftachtige en schorpioen, blijkt nu een van de grootste landarthropoden die ooit heeft bestaan.
(Foto: shutterstock)