Een microgolfoven is doorgaans een vrij vreedzaam toestel. Je warmt er de overschot van gisteren in op, vergeet er een kop koffie in en ontdekt af en toe dat drie minuten op vol vermogen het verschil betekent tussen lauwe lasagne en culinaire lava. Maar elektromagnetische microgolven blijken ook voor iets totaal anders bruikbaar: drones uitschakelen.
En laat België daar nu net geld voor veil hebben. Defensieminister Theo Francken trekt samen met tien andere NAVO-landen geld uit voor onderzoek naar nieuwe manieren om drones en laagvliegende raketten goedkoper uit de lucht te halen. België legt daarvoor ruim 160.000 euro op tafel, verspreid over drie jaar. Voor Defensiebegrippen is dat zowat het bedrag dat normaal tussen twee zetelkussens van een F-35 wordt teruggevonden.
Het interessante is vooral waarnaar men gaat kijken: goedkopere onderscheppingsraketten, lasers en zogenaamde directed-energy weapons. En bij die laatste categorie komen onder meer krachtige microgolven in beeld.
Kortom: na jaren waarin oorlog steeds meer op een peperduur computerspel begon te lijken, zou een deel van de toekomst wel eens verdacht veel kunnen weghebben van een uit de kluiten gewassen keukenapparaat.
Eerst miljarden, nu mag het ook wat goedkoper
De timing levert een aardige tegenstelling op. Francken kreeg eerder miljarden extra defensieruimte in een klimaat waarin de Russische militaire dreiging — inclusief denkbeeldige drones — nadrukkelijk als argument werd gebruikt voor fors hogere uitgaven. Nu komt er plots een onderzoek van amper 160.000 euro Belgische bijdrage naar technologie die de bestrijding van drones juist véél goedkoper moet maken.
Een relatief eenvoudige aanvaldrone kan tienduizenden euro's kosten. Schiet je daar vervolgens een geavanceerde luchtdoelraket van honderdduizenden of zelfs miljoenen euro's achteraan, dan heb je technisch misschien gewonnen, maar de belastingbetaler weet alweer waarvoor-ie uitgeperst wordt.
Het is een beetje alsof er een mug in je slaapkamer zit en je besluit het probleem op te lossen door een Leopardtank door de gevel te rijden. De mug is vermoedelijk weg. Alleen kan er over de kostenefficiëntie van de operatie gediscussieerd worden. Precies daarom zoekt men naar goedkopere manieren om drones uit te schakelen.
Hoe schiet je iets neer zonder iets te schieten?
Hier wordt het leuk. Een krachtig microgolfwapen hoeft een drone namelijk niet noodzakelijk fysiek aan flarden te knallen. Het gebruikt elektromagnetische energie om de elektronica aan boord te verstoren of te beschadigen. Moderne drones zitten vol chips, sensoren, communicatiesystemen en andere elektronische onderdelen, en precies daar probeert zo'n systeem toe te slaan.
Het principe vertoont enige verwantschap met de microgolven waarmee je thuis voedsel verwarmt, maar daar stopt de vergelijking met het toestel naast je koelkast ongeveer. Niemand bij Defensie is van plan de deur uit een Whirlpool te rukken, hem richting Moskou te draaien en op de knop voor ‘diepvriesmaaltijd’ te drukken.
Bij zogenaamde high-power microwave-wapens wordt krachtige elektromagnetische energie gericht uitgezonden. Wanneer voldoende daarvan in elektronische circuits terechtkomt, kan dat storingen veroorzaken of onderdelen beschadigen. Een drone die nog perfect intact door de lucht vliegt maar waarvan cruciale elektronica ermee ophoudt, heeft plots een vrij ernstig carrièreprobleem.
En dat biedt nog een interessant voordeel: afhankelijk van het systeem kunnen microgolven mogelijk interessant zijn tegen meerdere elektronische doelen in een bepaald gebied, terwijl een klassieke onderscheppingsraket doorgaans na één doelwit zijn werkzame leven als raket beëindigt.
En dan hebben we nog de laser
Een andere technologie waarnaar binnen het internationale onderzoeksprogramma wordt gekeken, zijn lasers. Ook daar klinkt het allemaal behoorlijk Star Wars, al is het principe eigenlijk eenvoudig: concentreer voldoende energie op een doelwit en laat die energie lokaal schade veroorzaken.
Het grote voordeel daarvan is opnieuw de prijs per inzet. Zodra je over een werkend systeem en voldoende energie beschikt, hoef je niet telkens een peperdure raket uit een lanceerbuis te jagen. Elektriciteit is ook niet gratis, maar zelfs na de recentste energiefactuur durven we voorzichtig te stellen dat dit nog altijd goedkoper is dan iedere keer een raket van een miljoen euro bestellen.
Alleen heeft een laser ook beperkingen. Het doelwit moet kunnen worden gevolgd en de straal moet voldoende lang en krachtig op de juiste plaats kunnen worden gehouden. Bovendien kunnen weersomstandigheden zoals vocht, mist en bewolking roet in het eten gooien. En laat België nu toevallig niet bekendstaan om zijn eindeloze reeks kristalheldere dagen met droge woestijnlucht. Enfin, meestal toch niet.
Waarom niet gewoon alle drones storen?
Ook elektronische oorlogsvoering bestaat natuurlijk al. Wanneer je de communicatie of navigatie van een drone kunt verstoren, hoef je hem niet noodzakelijk uit de lucht te schieten.
Maar ook daar woedt een voortdurend kat-en-muisspel. Drones kunnen autonomer worden, andere communicatiemethoden gebruiken of beter bestand worden tegen storingen. Zodra de ene partij een nieuwe oplossing bedenkt, begint de andere alweer aan de volgende versie.
Dat zie je momenteel bijzonder snel gebeuren. Drones die enkele jaren geleden nog als behoorlijk geavanceerd golden, krijgen voortdurend snellere, slimmere of beter beschermde opvolgers. Vervolgens verschijnen er counterdrones om die drones te onderscheppen, waarna ook die weer moeten worden aangepast.