De minister die graag gelijk krijgt, maar geen publiek vindt.
Theo Francken wil duidelijk iets rechtzetten. Of beter: iets bevestigd zien. Alleen botst hij op een vreemd soort muur in Brussel: instanties die zeggen dat ze niet gaan doen wat hij vraagt.
En dat is“vreemd, vreemd, vreemd”.
De herhaling is veelzeggend. Niet omdat ze iets bewijst, maar omdat ze vooral moet suggereren dat er iets niet klopt. Alleen: het is niet duidelijk wat precies.
De audit die “nee” blijft zeggen
De federale auditdienst weigert dus opnieuw om een onderzoek te openen naar de omstreden spoedaankopen van antidronewapens binnen Defensie. Ook een tweede verzoek van Francken wordt afgewezen.
Volgens bronnen omdat een audit op dit moment simpelweg niet opportuun is, onder meer door lopende gerechtelijke procedures en eerdere evaluaties.
Maar in het politieke discours wordt “niet doen” al snel “niet willen”.
En daar begint het spanningsveld.
50 miljoen euro en een Pano-schaduw
De hele zaak komt uit de schaduw van een eerdere reportage van Pano, waarin vragen werden gesteld over de aankoop van antidronewapens ter waarde van ongeveer 50 miljoen euro.
Daarin werd gesuggereerd dat de procedure niet vlekkeloos verliep en dat er mogelijk sprake was van vriendjespolitiek of minstens slordige besluitvorming.
Francken zelf schreeuwt het van de daken dat dat niet waar is en benadrukt - met zichtbare nervositeit - dat hij net volledige transparantie wil. “Ik wil net gecontroleerd worden”
Want ja, opvallend genoeg positioneert de minister zich niet als iemand die controle probeert te vermijden, maar net als iemand die erom vraagt.
“Ik ben het meest gegeneerd van allemaal dat de dienst geen onderzoek wil doen,” klinkt het. “Niemand is meer vragende partij voor een audit dan ik.”
Een uitspraak die op papier eenvoudig klinkt, maar politiek zwaarder weegt dan ze lijkt: wie vraagt om controle, verwacht meestal ook dat ze komt.
Vooruit blokkeert zonder audit
De politieke gevolgen zijn intussen concreet. Coalitiepartner Vooruit weigert bijkomende defensiedossiers goed te keuren zolang er geen duidelijke doorlichting is van de aankoopprocedure.
Controle wordt dus een voorwaarde voor beleid. En beleid wordt zo gegijzeld door controle die niet wil starten.
Het Rekenhof als plan B
Er wordt intussen gekeken naar een alternatief: het Rekenhof. Die instelling kan grotere doorlichtingen uitvoeren, maar enkel op vraag van het parlement en met een duidelijk mandaat. En vooral: traag. Heel traag. Wat in een dossier over defensieaankopen en politieke druk niet bepaald een detail is.
Tussen Pano en parket
Alsof dat nog niet genoeg is, loopt er dus ook een gerechtelijk onderzoek. Volgens het parket van Brussel is dat “volop bezig”, wat in justitieel jargon meestal betekent: er is iets, maar niemand weet wanneer het eindigt.
De auditdienst wil net daarom niet tussen beide komen. Een klassieke Belgische cirkel: audit wacht op justitie, justitie kijkt niet naar audit, politiek wacht op beide.
De bekende rolverdeling
In het midden daarvan staat een minister die zich stevig afzet tegen journalistiek en Pano “walgelijke journalistiek” noemt.
Wat moet Jan met de pet vinden van een minister als ijzervreter die zegt dat hij alles wil laten onderzoeken, tegenover een systeem dat niet beweegt, en een publiek dat vooral toekijkt.
In de rij bij de beenhouwer klinkt het eenvoudiger: als niemand wil onderzoeken, waarom niet?
Maar in Brussel werkt dat zelden zo rechtlijnig.
Hier is controle geen knop die je indrukt, maar een proces waar iedereen tegelijk op zit te duwen — en niemand echt door beweegt.
En dus blijft de kernvraag hangen: is dit een minister die tegen muren botst, of een systeem dat gewoon weigert mee te spelen met het verhaal dat hem het beste uitkomt? De waarheid zweeft ondertussen overal en nergens tussenin.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)