Een doorbraak in de cold case van Carola Titze, die in 1996 vermoord werd in De Haan, lijkt dichterbij dan ooit. Belgische speurders hebben DNA-materiaal naar het FBI-lab in Virginia gestuurd in de hoop de identiteit van de dader alsnog te onthullen.
In de zomer van 1996 verdween de Duitse tiener Carola Titze tijdens een familievakantie in Sunparks, De Haan. Zes dagen later werd haar lichaam gevonden, gruwelijk toegetakeld in de nabijgelegen duinen. Ondanks intensieve zoektochten en uitgebreid onderzoek, bleef de dader onbekend.
Na meer dan twee decennia van onzekerheid, heeft het Brugse gerecht nu de hulp ingeroepen van de FBI. Het DNA uit het moordonderzoek is overhandigd aan een gespecialiseerd forensisch lab in Quantico, Virginia. Dit lab is een van de weinige ter wereld met de capaciteit om oude DNA-sporen te analyseren en mogelijke daders te identificeren.
In 2020 kreeg de zaak een onverwachte wending toen het verdwijningsdossier van Maddie McCann leidde tot nieuwe inzichten en de heropening van Carola's dossier. Hoewel een directe link met een verdachte niet kon worden aangetoond, ontstond er nieuwe hoop. Nu, met de technologie van het FBI-lab, kan het DNA-profiel van de dader mogelijk gekoppeld worden aan andere internationale databanken, wat cruciaal kan zijn voor het kraken van de zaak.
Het belang van DNA-onderzoek in oude onopgeloste zaken neemt toe, zoals blijkt uit andere Belgische gevallen waarbij daders na decennia alsnog geïdentificeerd werden. Voor de ouders van Carola en het gerecht is de race tegen de klok begonnen, aangezien de verjaringstermijn van de zaak in 2026 afloopt.