Europa zag de Chinese automerken oprukken en trok aan de noodrem: extra invoerheffingen moesten goedkope Chinese elektrische auto's afremmen en onze eigen auto-industrie beschermen. Alleen hadden BYD en co vrij snel een oplossing gevonden. Als het duur wordt om auto's Europa binnen te brengen, bouwen we ze toch gewoon ín Europa? Schaakmat is misschien een groot woord, maar Brussel mag alweer nieuwe regels verzinnen.
Je moet het de Chinezen nageven: ze denken nogal praktisch. Europa keek de voorbije jaren met toenemende zenuwachtigheid naar merken als BYD, Omoda, Jaecoo en Leapmotor, die hier steeds nadrukkelijker hun auto's kwamen verkopen. Vooral op elektrisch vlak hebben de Chinezen een stevige voorsprong opgebouwd, terwijl Europese fabrikanten ondertussen fabrieken sluiten, banen schrappen en hun boekhouders steeds vaker rode pennen nodig hebben.
Dus kwam Europa met extra invoerheffingen op elektrische auto's uit China. Probleem opgelost. Nu ja, ongeveer vijf minuten.
Dan bouwen we ze toch hier?
Want Chinese fabrikanten begonnen vervolgens Europese productieplannen uit te rollen. BYD start met productie in Hongarije en kijkt naar een tweede fabriek in Spanje. Omoda en Jaecoo worden al in Spanje gebouwd en ook Leapmotor en Geely kijken naar Europese productiecapaciteit.
En dat kan behoorlijk groot worden. Volgens onderzoeksinstituut Global Mobility zouden Chinese merken dit jaar ongeveer 90.000 auto's in Europa assembleren. Tegen 2030 zou dat één miljoen auto's per jaar kunnen worden en tegen 2035 zelfs anderhalf miljoen.
Europa: “We maken Chinese auto's duurder aan de grens.”
China: “Welke grens?”
Brussel ziet het volgende probleem al komen
Op zich hoeft Chinese productie in Europa natuurlijk helemaal geen ramp te zijn. Een fabriek betekent banen, investeringen, logistiek en lokale leveranciers.
Alleen wil Europa vermijden dat een schip uit China aankomt met zowat een volledige auto in onderdelen, waarna hier nog iemand de spiegels erop schroeft en fier een sticker MADE IN EUROPE op de achterruit plakt.
Daarom werkt Europa alweer aan nieuwe regels.
Via de Industrial Accelerator Act wil het bepalen hoeveel onderdelen van een lokaal geproduceerde auto daadwerkelijk uit Europa moeten komen om bepaalde voordelen te krijgen. Ook belangrijke componenten zoals batterijen zouden daardoor vaker hier geproduceerd moeten worden.
Voor een merk als BYD is dat vervelend. BYD maakt in China namelijk enorm veel onderdelen zelf en heeft daar een bijzonder efficiënte productieketen uitgebouwd.
Nu zou het een deel daarvan in Europa opnieuw moeten organiseren.
Welkom in Europa. Hier is uw fabriek en daar ligt uw eerste stapel papierwerk.
De jobs blijven, maar van wie is de kassa?
Daarmee komen we bij het moeilijkste deel.
Wanneer een BYD straks in Hongarije wordt gebouwd door Europese werknemers met Europese onderdelen, blijft een flink deel van de economische activiteit hier.
Maar BYD blijft natuurlijk een Chinees bedrijf.
Wanneer iemand vroeger een Volkswagen, Peugeot of Renault kocht en straks voor een BYD kiest, verschuiven marktaandeel en uiteindelijk ook winsten richting Chinese autobouwers. Europese productie van Chinese merken kan dus banen opleveren zonder dat daarmee alle problemen van de Europese auto-industrie verdwijnen.
En het levert een grappige vraag op.
Stel dat straks een BYD in Hongarije wordt gebouwd, met een Europese batterij en Europese onderdelen door Europese werknemers.
Terwijl Volkswagen auto's in China bouwt met Chinese onderdelen. Welke van de twee is dan eigenlijk de Europese auto?
Twintig jaar geleden had je voor het antwoord op die vraag geen drie seconden nodig. Binnenkort moeten we vermoedelijk eerst de stamboom van de batterij opvragen.
De muur staat er nog, alleen staan de Chinezen inmiddels binnen
Europa hoopte met zijn invoerheffingen vooral wat ademruimte te creëren voor zijn eigen auto-industrie. Maar Chinese fabrikanten blijken niet van plan die Europese markt zomaar op te geven.
Integendeel.
Als Europa te duur wordt om auto's naartoe te sturen, dan wordt Europa gewoon een plek om auto's te bouwen.
En dus zitten we met een heerlijke economische ironie. Europa bouwde een belastingmuur om Chinese elektrische auto's buiten te houden. De Chinezen bekeken die muur even, haalden hun rekenmachine boven en dachten: “Prima. Zet onze fabriek maar aan de andere kant.”