Volgens een bericht in HLN dreigt een Vlaams fonds vanaf 2026 miljoenen euro’s minder inkomsten te hebben, oplopend tot 85 miljoen tegen 2030. De reden? Minder opbrengsten uit verkeer en mobiliteit. De oplossing die geopperd wordt: dat verlies compenseren met verkeersboetes. Een opvallende redenering — en eentje die wringt.
Er zit iets wonderlijk ironisch in hoe we ons verkeer organiseren. Jarenlang wordt iedereen aangemoedigd om zuiniger te rijden, minder te rijden, of beter nog: elektrisch te rijden. Goed voor het klimaat, goed voor de lucht, goed voor de toekomst, goed voor de ijsberen en zo. Iedereen blij.
En dan, een paar jaar later: oei. De inkomsten vallen tegen. Blijkbaar werkte het dus.
Elektrische wagens betalen minder belastingen, verbruiken geen brandstof (dus geen accijnzen), en moderne auto’s zijn sowieso zuiniger geworden. Voeg daar nog wat thuiswerk en minder kilometers aan toe, en je krijgt… een gat in de begroting. Verrassend, maar eigenlijk ook weer niet.
En dan komt de oplossing van minister De Ridder: dat verlies compenseren met verkeersboetes.
Dat is toch een fascinerende gedachte. We willen minder vervuiling, minder verkeer, minder overtredingen… maar tegelijk rekenen we er financieel op dat mensen genoeg fouten blijven maken om de rekening te doen kloppen.
Je begint bijna te hopen dat iemand nog eens door het rood rijdt, gewoon voor het algemeen belang. Misschien moeten we het systeem gewoon eerlijker maken. Een kleine administratieve boete voor wie zich voorbeeldig gedraagt: “Gefeliciteerd, u heeft vandaag geen enkele overtreding begaan. Maar da's wel een beetje verdacht. Dat wordt dan 15 euro, ter compensatie van het gederfde inkomen.”
Klinkt absurd? Misschien. Maar niet veel absurder dan een beleid dat succes heeft… en daar vervolgens een financieel probleem van maakt.