Zo zot als Leuven foor.
Maandag riep Trump zich uit tot tolheffende poortwachter van de Straat van Hormuz. Dinsdag trok hij de tol alweer in. Zijn eigen minister had hem nochtans net gezegd dat het onwettig was. Zo bewijst de president in vierentwintig uur wat de halve wereld al wist.
Was het maar om te lachen
Er is een moment waarop een columnist zijn werk kwijt is, en dat moment is nu. Satire leeft van overdrijving: je neemt de werkelijkheid en je duwt ze één stap te ver, tot ze belachelijk wordt. Maar wat doe je als de werkelijkheid die stap zelf al heeft gezet, en er nog drie bovenop? Wat valt er nog te overdrijven aan een man die op maandag een tol van twintig procent op de belangrijkste zeestraat ter wereld afkondigt, en die op dinsdag alweer intrekt? Je kunt daar niets meer bij verzinnen. Je kunt het alleen nog beschrijven.
Vierentwintig uur poortwachter
Even meelezen, want er zit een stevig tempo in de gebeurtenissen. Maandag riep Donald Trump de Verenigde Staten uit tot "poortwachter" van de Straat van Hormuz. Als vergoeding voor die bewaking zou zijn land twintig procent innen op alle vracht die er passeert, want de veiligheid moet betaald worden en fairness is fairness. Grote woorden, grote percentages.
Dinsdag, amper een etmaal later, verschijnt er een nieuw bericht op zijn sociale netwerk. De tol gaat niet door. Na gesprekken met leiders uit het Midden-Oosten heeft de president besloten de heffing te vervangen door investeringen van de Golfstaten in de Amerikaanse economie. Die zullen "massaal" zijn en "miljoenen goedbetaalde banen" opleveren. Hoeveel precies, dat zegt hij niet. Wie die investeerders zijn, evenmin. Het is een cheque zonder bedrag, ondertekend door iemand zonder rekening. En om toch iets te kunnen tonen, kondigt hij tegelijk een volledige blokkade aan van alles wat van of naar Iran vaart, en verklaart hij de straat voor de rest weer "open".
Zijn eigen minister had het hem gezegd
Het pijnlijkste is dat niemand hem dit had hoeven vertellen, want zijn eigen regering had het al gedaan. Nauwelijks een paar weken geleden verklaarde zijn minister van Buitenlandse Zaken nog plechtig dat geen enkel land tol mag heffen op internationale wateren. Zo is de wet, zei hij. En hij had gelijk.
Vraag het aan de mensen die er verstand van hebben. Een expert zeerecht van de Universiteit Gent legde deze week nog eens geduldig uit waarom het plan elke juridische grond miste. De Straat van Hormuz is een internationale zeestraat; vrije, ongehinderde doorvaart is er een principe dat al sinds een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in 1949 vaststaat en dat in het VN-Zeerechtverdrag van 1982 werd gebetonneerd. Aan het Suez- en het Panamakanaal wordt wel tol geheven, maar dat zijn kunstmatige kanalen, met de graafmachine aangelegd. Aan de Bosporus gebeurt het ook, maar daarover bestaat sinds 1936 een apart verdrag. En, voegde de professor er droogjes aan toe, de Verenigde Staten liggen niet eens aan de Straat van Hormuz. Ze voeren er oorlog.
Iedereen had het hem gezegd
En het waren niet alleen de juristen. De reders zelf, de mensen die er hun schepen doorheen moeten sturen, noemden het idee ronduit slecht. Een grote Duitse rederij, die de straat sowieso al meed, sprak van een "fundamenteel slecht idee". De internationale maritieme organisatie verzet zich met klem tegen heffingen op zulke doorvaart. De grootste redersvereniging waarschuwde dat een tol de doorvaart alleen maar verder zou ontmoedigen — wat het hele opzet, veiligheid garanderen, meteen onderuithaalt.
En dat was maandag al te zien. Waar normaal een vijfde van alle olie en gas ter wereld door de straat schuift, viel er die dag in de scheepvaartdata geen enkele cargopassage meer te bespeuren. Nul. De prijs van een vat Brent klom naar vijfentachtig euro, het hoogste in een maand. Zesduizend zeelieden zitten er intussen vast. De poortwachter had zijn eigen poort dichtgeknepen.
En toch
Een slecht idee intrekken is op zich beter dan het koppig doorzetten. Je zou kunnen zeggen: kijk, de man luistert, hij corrigeert, hij vermijdt een juridisch en economisch drama en haalt er nog Golfinvesteringen bij ook. Flexibiliteit, dealmaking, zo verkopen ze het in het Witte Huis.
Alleen krijg je geen medaille voor het blussen van een brand die je vierentwintig uur eerder zelf hebt aangestoken. De "massale investeringen" zijn een getal zonder cijfers en een belofte zonder namen — voorlopig bestaan ze alleen in de zin waarin ze zijn aangekondigd. De blokkade van Iran blijft. De straat blijft in de praktijk potdicht. De olie blijft duur, de zesduizend zeelui blijven vast. Er is niets opgelost; er is alleen een pirouette gedraaid. En een supermacht wiens Midden-Oostenbeleid tussen maandag en dinsdag omslaat naargelang de bui van één man, dat is geen wendbaarheid. Dat is wispelturigheid met kernwapens in de kelder.
De diagnose van bij de beenhouwer
Dus laten we het beestje bij zijn naam noemen, zoals ze bij ons in de rij bij de beenhouwer zeggen als iemand voor de derde keer van gedacht verandert over hetzelfde stuk vlees: die is zo zot als de foor. Het is geen belediging, het is een vaststelling. Een man die op maandag een wet negeert die zijn eigen minister hem heeft voorgelezen, en die wet op dinsdag alsnog gelijk geeft door zijn plan in te trekken, heeft in twee dagen tijd bewezen dat er geen strategie zit achter de bravoure. Alleen een stemming.
De satire is voorbij, schreven we in het begin. En dat is het echte probleem. Niet dat de clown in het Witte Huis grappig is, maar dat hij het niet is. Want terwijl wij ons vergapen aan de capriolen, staat de olieprijs op zijn hoogste peil in een maand, en betaalt straks een halve wereld de rekening van een grap die niemand heeft verteld.
(Foto: AI-P-magazine)