De Energiewende, dat Duitse megaproject dat onze oosterburen CO₂-neutraal moet maken, begint steeds meer op een technisch sprookje te lijken. Een sprookje met windmolens, zonnepanelen, miljardensubsidies… maar met een einde dat niemand wil lezen.
Nieuwe cijfers tonen namelijk een bizarre realiteit. Duitsland bouwt wind- en zonneparken bij alsof morgen verboden wordt om nog beton te gieten. De geïnstalleerde capaciteit van wind en zon samen bedraagt intussen meer dan 185.000 megawatt. Maar in november 2025 produceerde die gigantische infrastructuur… gemiddeld amper 21.441 MW stroom. Dat is 11,54 procent van het theoretisch vermogen.
Anders gezegd: je koopt een Ferrari, trap het gaspedaal vol in, en hij rijdt nog geen 30 per uur.
Nog erger wordt het bij de minst gunstige uren: windstilte en donkere dagen. Dan zakte de productie naar 677 MW, oftewel 0,36 procent van wat er op papier mogelijk is. Met andere woorden: een praktisch nuluitstoot, maar dan in de verkeerde zin van het woord.
Waarom komt er ondanks de groei zo weinig stroom bij?
Volgens wetenschappers van de TU Dresden, onder leiding van professor Sigismund Kobe, loopt het fout op verschillende fronten.
Eén oorzaak is puur natuurkunde: windmolens hinderen elkaar. Het zogenaamde cluster-wake-effect maakt dat turbines in een groot windpark de wind afremmen voor de turbines achter hen. Hoe meer molens je bouwt, hoe minder efficiënt ze worden.
Daarnaast zijn er structurele problemen:
- te weinig hoogspanningslijnen tussen noord en zuid
- overbelasting van het net
- windturbines en zonnepanelen die noodgedwongen worden afgeschakeld
- negatieve stroomprijzen waardoor centrales en windparken moeten stilvallen
Kort samengevat: Duitsland kan de eigen hernieuwbare energie niet kwijt wanneer het waait, en produceert nauwelijks iets wanneer het nodig is.
En batterijen dan?
Ook daar zijn de experts duidelijk: batterijparken kunnen wel pieken opvangen, maar niet de structurele problemen oplossen.
De studie benadrukt dat de minimale productie uit wind en zon bijna nul blijft, zelfs als je nóg duizenden turbines bouwt. Terwijl de maximale pieken verder stijgen. Dat betekent dat de variabiliteit blijft toenemen en dat het stroomnet steeds instabieler wordt.
Het echte Energiewende-paradox
De officiële uitbreidingsplannen van wind en zonne-energie vertrekken nog steeds vanuit geïnstalleerd vermogen, alsof dat iets zegt over wat er effectief uit het stopcontact komt. Maar als de minimale productie telkens richting nul gaat en de pieken niet meer in het net passen, bouw je jezelf recht een energiestress in.
Meer windmolens, meer zonnepanelen… maar geen garantie op meer bruikbare stroom. Duitsland loopt tegen de grenzen van zijn eigen groene droom aan. De Energiewende belooft een paradijs, maar levert voorlopig vooral onverwachte kinderziektes – en een reusachtig technisch dilemma – op.
Waar eindigt dit? Dat zal de komende jaren blijken. Maar één ding is duidelijk: fysica kun je niet wegsubsidiëren.