Wie vandaag nog met een diesel rijdt, krijgt stilaan het gevoel dat hij een sigaret aan het opsteken is in een kindercrèche. Alles en iedereen lijkt die motorisering weg te willen. Lage-emissiezones, extra belastingen, parkeerverboden, milieutaksen… en nu duikt er nog een nieuwe evolutie op: sommige tankstations zouden binnen enkele jaren gewoon kunnen stoppen met diesel aanbieden.
Niet omdat dieselmotoren plots verboden worden, maar omdat ze simpelweg plaats willen maken voor laadpalen.
En ergens is dat best ironisch. Jarenlang werd diesel gepusht als de slimme keuze voor wie veel kilometers deed. Politici moedigden het aan, constructeurs bouwden er massaal op verder en bedrijven leasten duizenden zelfontbranders. Vandaag is diezelfde diesel plots de paria van het verkeer geworden.
Twintig jaar geleden was diesel nog dé keuze van de Belg. Wij zijn tenslotte een land van pendelaars, vertegenwoordigers en mensen die dagelijks honderd kilometer autosnelweg vreten alsof het niks is.
Een diesel was logisch. Zuinig, sterk en ideaal voor lange afstanden. Wie écht veel reed, keek bijna neer op benzine.
Maar sinds Dieselgate en de hele stikstof- en klimaatpaniek is het imago compleet gekeerd. Vandaag word je bijna bekeken alsof je persoonlijk een ijsbeer hebt gewurgd wanneer je met een diesel een stadscentrum binnenrijdt. En dat heeft gevolgen.
De verkoop van dieselwagens is compleet ingestort. Waar vroeger bijna elke bedrijfswagen een diesel was, kiezen bedrijven nu massaal voor hybride of elektrisch: niet altijd omdat werknemers dat willen, maar omdat de fiscaliteit hen die richting min of meer verplicht.
En dat brengt ons bij een probleem waar weinig mensen bij stilstaan: een tankstation heeft maar beperkte ruimte. Vroeger was het simpel. Een paar pompen, een kleine shop, misschien een carwash en klaar.
Vandaag moeten uitbaters nadenken over laadpleinen, snelladers en infrastructuur voor elektrische auto’s. En die nemen plaats in. Veel plaats.
Als het aantal dieselrijders blijft dalen, wordt het voor sommige tankstations gewoon economisch minder interessant om nog aparte dieselpompen te behouden. Zeker in steden of drukke regio’s waar elektrische rijders steeds talrijker worden.
In Londen zijn er nu al signalen dat sommige stations diesel beginnen af te bouwen. En hoewel België altijd wat trager volgt, is het niet ondenkbaar dat ook hier binnen enkele jaren bepaalde kleinere stations zeggen: “diesel? Daar hebben we geen pomp meer voor.”
Toch ligt het verhaal hier iets genuanceerder dan in sommige andere landen.
België zit namelijk nog vol dieselwagens. Heel veel zelfs. Zeker buiten de steden. Denk aan bestelwagens, camionetten, vrachtverkeer en mensen die dagelijks lange afstanden rijden. Voor hen blijft diesel vaak nog altijd logisch.
Bovendien hebben wij een gigantische tweedehandsmarkt. Wat hier “te oud” wordt, blijft vaak nog jaren rondrijden bij iemand anders. En dan is er nog een verschil met veel theoretische discussies over elektrisch rijden: de praktijk.
Want ja, elektrisch rijden kan goedkoper zijn… als je thuis laadt. Maar wie veel snelwegkilometers doet en afhankelijk is van snelladers, merkt snel dat de prijzen daar stevig oplopen. Sommige laadpunten rekenen vandaag tarieven aan waarbij je je spontaan begint af te vragen of een goeie oude diesel misschien toch nog niet zo gek was.
Dus nee, diesel verdwijnt morgen niet plots van de kaart. Daar rijden er simpelweg nog veel te veel van rond. Maar de richting is wel duidelijk.
Tankstations evolueren stilaan van klassieke pompstations naar energiehubs met laadpleinen, koffiebars en shops waar je tegenwoordig meer soorten havermelk vindt dan motorolie.
En ergens is dat toch een vreemd beeld voor wie opgegroeid is in een tijd waarin dieselrijders de koningen van de linkerbaan waren. Nu lijken ze stilaan een uitstervende soort te worden.
Al moet je één ding toegeven: als je vandaag nog een dikke zescilinderdiesel hoort brommen op de snelweg, klinkt dat toch nog altijd nét iets aangenamer dan het gezoem van een huishoudtoestel op wielen.