Welkom in de mobiliteit van de toekomst: stil rijden, met kunstmatig motorgeluid.
We hebben jarenlang geprobeerd auto’s stiller te maken. Minder lawaai, minder hinder, aangenamer wonen. De verbrandingsmotor moest verdwijnen en elektrische auto’s zouden het straatbeeld niet alleen schoner, maar ook stiller maken.
Een mooi idee.
Te mooi, blijkbaar.
Blijkt plots - volgens VIAS - dat de elektrische wagen zó stil zijn, dat voetgangers en fietsers ze bij lage snelheid soms niet of te laat horen aankomen. En dus komt de oplossing uit de koker van onze verkeersspecialisten: maak die auto’s opnieuw wat luidruchtiger.
Niet omdat ze lawaai moeten maken, uiteraard. Maar omdat ze niet stil genoeg mogen zijn.
Stilte is plots gevaarlijk
Het probleem doet zich vooral voor bij lage snelheden. Rond 20 kilometer per uur worden sommige elektrische en hybride voertuigen door ‘proefpersonen’ niet of te laat opgemerkt.
Bij hybride wagens zou ongeveer één op de vijf voertuigen bij 20 kilometer per uur niet worden gehoord.
Dat zou inderdaad een veiligheidsprobleem kunnen zijn?
Maar zoals het tegenwoordig wel vaker gaat, is de eerste reflex niet: kunnen we mensen beter leren omgaan met stillere voertuigen? Kunnen we technologie slimmer inzetten? Kunnen auto's voetgangers detecteren en automatisch remmen?
Nee.
We hebben een geluid nodig.
Dus krijgen we kunstmatig autogeluid
Elektrische wagens moeten vandaag al beschikken over een Acoustic Vehicle Alerting System, het zogenaamde AVAS. Dat systeem produceert bij lage snelheid kunstmatig geluid.
VIAS vindt dat blijkbaar nog niet genoeg.
Het verkeersinstituut wil een duidelijker standaardgeluid én een hoger minimaal volume.
Het decibel-probleem
Momenteel moet een elektrische wagen bij 10 kilometer per uur minstens ongeveer 50 decibel produceren en bij 20 kilometer per uur 56 decibel.
VIAS wil daar nog een schepje bovenop doen.
Bij 10 kilometer per uur zou het volume met 3 decibel moeten stijgen. Bovendien zou een auto tot 30 kilometer per uur verplicht hoorbaar moeten blijven, met rond die snelheid een geluidsniveau van ongeveer 58 decibel.
Met andere woorden: je koopt een elektrische wagen omdat hij stil is en vervolgens zorgt de overheid ervoor dat hij lawaai maakt.
Voor je veiligheid.
Uiteraard.
En welk geluid moet dat dan zijn?
Niet alleen het volume moet volgens VIAS worden bekeken. Ook de frequentie en het soort geluid zouden beter moeten worden afgestemd op wat mensen effectief herkennen.
Niet elk kunstmatig geluid zou even goed werken
VIAS denkt daarom aan geluiden die voldoende opvallen.
Wie een fragment van het voorgestelde geluid beluistert, zou bijna denken dat er ergens een ruimteschip aan het landen is.
Misschien is dat ook de bedoeling.
De volgende stap is wellicht dat je niet langer hoort dat er een auto aankomt, maar dat er een Starship door je straat is gereden.
Van stilte naar geluidsoverlast
De ironie van deze soap is dat we hier een probleem proberen op te lossen dat we zelf grotendeels hebben gecreëerd.
Jarenlang was verkeerslawaai een probleem. Auto's en motoren maakten te veel lawaai. Mensen klaagden over optrekkende wagens, brommers en vrachtwagens.
Nu hebben we voertuigen die nauwelijks geluid produceren en beginnen we ons zorgen te maken over het gebrek aan lawaai.
De slinger zwaait opnieuw de andere kant op.
Automobielfederatie Febiac waarschuwt dan ook voor een overdreven reactie. Een stillere wagen is voor veel mensen net een voordeel.
En daar valt ook iets voor te zeggen.
Want als iedere elektrische wagen straks op eigen wijze door de stad piept, zoemt, bromt, jankt of futuristische geluidseffecten produceert, hebben we misschien het ene probleem ingeruild voor een ander.
58 decibel veiligheid
VIAS benadrukt terecht dat het geluid niet mag leiden tot geluidsoverlast. Eum, willen ze het nu, of willen ze het niet? of mogen we die vraag niet stellen? Wat voor de ene voetganger een noodzakelijk veiligheidssignaal is, kan voor de andere gewoon het zoveelste geluid zijn dat hij de hele dag moet verdragen.
We hebben inmiddels al auto's die piepen bij het parkeren, auto's die waarschuwen wanneer je een rijstrook verlaat, auto's die remmen als ze een obstakel zien en auto's die je vertellen dat je te dicht bij de witte lijn rijdt. Nu moeten ze ook nog hoorbaar zijn omdat ze anders te stil zijn. De moderne auto begint steeds meer op een computer te lijken die voortdurend tegen je praat.
(Foto: P-magazine)