Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

De Antwerpse underground weigert volwassen te worden

Redactie - 29-09-2026

Van dEUS en Kiss My Jazz tot zines, tattoos, lawaai en obscure platen: Antwerpen heeft nog altijd een cultuur die liever in een achterzaal ontstaat dan in een cultuurtempel. De Blikfabriek in Hoboken is een van de plekken waar die geest opnieuw bijzonder levendig wordt.

Antwerpen heeft een merkwaardige eigenschap: de stad kan zichzelf enorm ernstig nemen en tegelijk een hardnekkige liefde koesteren voor alles wat zich daar niets van aantrekt.

Voor de ene Antwerpenaar begint cultuur bij een museumkaartje, een galerie of een modecollectie in de Nationalestraat. Voor een andere begint ze pas wanneer iemand een versterker aanschakelt in een ruimte waar de verwarming het niet doet, een kunstenaar een zine uitbrengt in een oplage van vijftig exemplaren of drie muzikanten besluiten dat een nummer best wat langer en vreemder mag worden.

Die tweede Antwerpenaar is nog lang niet uitgestorven. Dat wordt op donderdag 8 oktober opnieuw duidelijk in de Blikfabriek in Hoboken, waar Club Cantin Rudy Trouvé, Elko Blijweert en Benny Bang samenbrengt. Trouvé en Blijweert delen al meer dan dertig jaar muzikale geschiedenis, van Kiss My Jazz en Gore Slut tot The Love Substitutes, Tape Cuts Tape en het Rudy Trouvé Septet. Hun parcours loopt dwars door de Antwerpse underground en laat zich volgens Blikfabriek moeilijk in één genre vangen.

Niet dood, gewoon ergens anders

Underground betekent vandaag niet noodzakelijk meer wat het twintig of dertig jaar geleden betekende. Er is geen geheim wachtwoord, geen kelder waar je eerst drie keer moet aanbellen en ook de tijd dat een band absoluut onbekend moest zijn om interessant te blijven, ligt achter ons.

Sommige namen uit de Antwerpse underground zijn intussen behoorlijk bekend geworden. Rudy Trouvé speelde bij dEUS, maar bleef daarnaast actief als muzikant, producer én beeldend kunstenaar. Elko Blijweert doorkruiste met zijn gitaar al evenveel muzikale als theatrale werelden en werkte onder meer mee aan Kiss My Jazz en Front 242. Samen zijn ze ook betrokken bij Heaven Hotel, het platform waaronder een deel van hun muziek verschijnt.
Dat is misschien wel het geheim van de Antwerpse scene: ze hoeft niet eeuwig underground te blijven om underground te zijn.

Mensen breken door, anderen verdwijnen weer, bands vallen uiteen en duiken jaren later opnieuw op in een andere bezetting. Er ontstaan nieuwe collectieven, kleine labels, ateliers, platenzaken, tattooshops, concertplekken en kunstenaarsruimtes.

De namen veranderen, de energie blijft.

De stad achter de stad

Wie alleen naar de officiële cultuuragenda kijkt, mist een flink stuk Antwerpen. De underground zit niet op één plaats. Ze verplaatst zich.

Van de legendarische clubs en cafés van vroeger naar kleinere concertzalen, kunstenaarsateliers, repetitiekoten en tijdelijke plekken. Vandaag speelt ook sociale media een rol: een beginnende band kan met een paar filmpjes sneller een publiek vinden dan vroeger met honderd affiches en een stapel flyers.
Maar juist daarom blijven fysieke plekken belangrijk.

De Blikfabriek is daar een goed voorbeeld van. Een voormalige industriële plek in Hoboken werd er een creatieve omgeving waar verschillende initiatieven, makers en activiteiten samenkomen. Cantin is het centrale buurtcafé en organiseert vanaf oktober iedere donderdag een gratis concert.

Op 1 oktober staat er bijvoorbeeld Mugger Hugger, een Antwerps trio dat postpunk, noise, alternatieve rock en jazzrock door elkaar gooit. Op 8 oktober volgen Trouvé, Blijweert en Benny Bang. Later die maand passeren onder meer Björn Eriksson & The Bouviers en Knätser met Benjamin Bruyns.

Geen strak afgelijnd genre dus. Geen “dit is de Antwerpse sound”. Eerder: doe iets interessants en kijk daarna wel hoe je het noemt.

 

 


 

De stad achter de stad

Wie alleen naar de officiële cultuuragenda kijkt, mist een flink stuk Antwerpen. De underground zit niet op één plaats. Ze verplaatst zich.

Van de legendarische clubs en cafés van vroeger naar kleinere concertzalen, kunstenaarsateliers, repetitiekoten en tijdelijke plekken. En vandaag ook naar sociale media, waar een beginnende band met een paar filmpjes sneller een publiek kan vinden dan vroeger met honderd affiches en een stapel flyers.

Maar juist daarom blijven fysieke plekken belangrijk.

De Blikfabriek is daar een goed voorbeeld van. Een voormalige industriële plek in Hoboken werd er een creatieve omgeving waar verschillende initiatieven, makers en activiteiten samenkomen. Cantin is het centrale buurtcafé en organiseert vanaf oktober iedere donderdag een gratis concert.

Dat programma zegt eigenlijk veel over hoe de hedendaagse underground werkt.

Op 1 oktober staat er bijvoorbeeld Mugger Hugger, een Antwerps trio dat postpunk, noise, alternatieve rock en jazzrock door elkaar gooit. Op 8 oktober volgen Trouvé, Blijweert en Benny Bang. Later die maand staan onder meer Björn Eriksson & The Bouviers en Knätser met Benjamin Bruyns op het programma.

Geen strak afgelijnd genre dus. Geen “dit is de Antwerpse sound”. Eerder: doe iets interessants en kijk daarna wel hoe je het noemt.

Van muziek naar tattoos, zines en mode

Underground is allang niet meer uitsluitend muziek. Dezelfde mensen die in een band spelen, maken affiches, fotograferen concerten, drukken een eigen zine, ontwerpen een T-shirt, zetten een tattoo, verzamelen vinyl of organiseren een feest.

Muziek, beeldende kunst, grafisch ontwerp en mode lopen steeds meer door elkaar.

Dat verklaart ook waarom plekken als Blikfabriek aantrekkelijk zijn: je gaat er niet noodzakelijk naartoe voor één discipline. Je komt voor een concert en blijft hangen aan de bar. Je ontdekt een kunstenaar. Je raakt aan de praat met iemand die een klein kledinglabel heeft. Je ziet een affiche die interessanter is dan de tentoonstelling waarvoor ze reclame maakt.

Dat is cultuur voordat ze een brochure krijgt.

De nieuwe generatie hoeft niet meer te wachten

Ook de manier waarop zo'n underground ontstaat, is veranderd. In de jaren tachtig en negentig had je een repetitiekot, een goedkoop fotokopieerapparaat, een cassette en een adresboek nodig.

Vandaag kan een jonge Antwerpse muzikant vanuit zijn slaapkamer een track maken, een videoclip posten en dezelfde avond nog een publiek bereiken.

Toch heeft die digitale vrijheid de behoefte aan fysieke ontmoetingsplaatsen niet weggevaagd. Integendeel.

Een Instagram-account kan je laten ontdekken wie interessant is, maar het is nog altijd een zaal, café, atelier of club waar je ontdekt of iemand echt iets te vertellen heeft.

Misschien is dat ook waarom de underground telkens terugkomt. Ze heeft geen vaste vorm nodig. Alleen een paar mensen die vinden dat de bestaande cultuuragenda niet genoeg is.

Geen museumstuk

Daarom is Club Cantin op 8 oktober meer dan een avondje nostalgisch terugkijken naar oude Antwerpse namen. Trouvé en Blijweert duiken er in het Heaven Hotel Songbook, met materiaal uit hun gezamenlijke muzikale verleden, maar volgens de organisatie wordt het geen klassieke retrospectieve. Oud werk krijgt een nieuwe vorm en nummers uit verschillende projecten komen naast elkaar te staan, met ruimte voor songs, improvisatie en experiment.

En dat is eigenlijk precies hoe je naar de Antwerpse underground moet kijken.

Niet als een museumstuk uit de tijd van de Belgische rockexplosie, maar als iets dat zichzelf voortdurend opnieuw uitvindt.

De underground is niet verdwenen. Ze heeft gewoon geen zin om volwassen te worden.

Praktisch

Club Cantin – Rudy Trouvé, Elko Blijweert & Benny Bang
Donderdag 8 oktober om 20.30 uur
Blikfabriek, Hoboken

(Foto: YouTube)

Antwerpen Underground

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken