Automerken praten graag over innovatie, visie en ‘de toekomst van mobiliteit’. Maar af en toe praten ze vooral complete onzin. Dan komt er een auto op de markt waarvan je je jaren later nog altijd afvraagt wie daar in godsnaam zijn handtekening onder heeft gezet. Marketingafdelingen spreken dan over ‘hun tijd vooruit’, liefhebbers noemen het gewoon wat het is: een blunder.
Dit zijn tien auto’s uit de voorbije dertig jaar die perfect aantonen dat zelfs miljardenbedrijven met topingenieurs soms grandioos de bal misslaan.
1. Fiat Multipla (1998): functioneel, maar met een trauma
De Fiat Multipla wordt vaak verdedigd met het argument “ja maar, hij was praktisch”. Klopt. Zes zitplaatsen, veel ruimte, slim bedacht. Alleen: niemand wilde erin gezien worden. Het design leek alsof iemand twee auto’s op elkaar had gezet en dan was vergeten op ‘undo’ te klikken. De extra lichtstrip boven de koplampen maakte het geheel compleet absurd. Fiat probeerde later nog een facelift, maar het kwaad was geschied. De Multipla werd een meme vóór memes bestonden.
2. Renault Vel Satis (2001): prestige volgens Renault
Renault dacht begin jaren 2000 serieus dat het BMW en Mercedes kon aanvallen in het topsegment. De Vel Satis moest bewijzen dat Franse luxe ook iets was. Het resultaat was een log, hoog, vreemd gevormd ding dat eruitzag alsof hij permanent op zijn tenen stond. Te duur, te weinig uitstraling, te weinig begeerte. Zelfs Franse ministers reden er liever niet mee.
3. Mercedes-Benz A-klasse (1997): de eland die alles veranderde
De eerste A-klasse moest een revolutie worden: compact, veilig, Mercedes-kwaliteit. Tot hij tijdens de beruchte elandentest letterlijk omviel. Paniek bij Mercedes, wereldwijde schaamte, en uiteindelijk een snelle invoering van ESP als standaard. Ironisch genoeg redde die blunder levens en veranderde ze de industrie, maar op dat moment was het vooral gênant.
4. Smart Forfour (2004): groter, maar waarom?
Smart had goud in handen met de ForTwo: klein, slim, eigenzinnig. Dus dacht men: laten we er een grotere van maken. De Forfour was duurder, minder speels en verloor precies datgene wat Smart aantrekkelijk maakte. Hij verkocht voor geen meter en verdween geruisloos. Smart zou het nog vaker proberen, maar nooit meer echt slagen.
5. BMW 7 Reeks E65 (2001): te vroeg, te vreemd
Chris Bangle tekende begin jaren 2000 een BMW 7 Reeks die de wereld niet begreep. Een kont die eruitzag alsof hij er achteraf was opgeplakt, een interieur vol digitale menu’s waar niemand wijs uit werd. Vandaag is men milder, maar toen was het pure schoktherapie. BMW hield voet bij stuk, maar het kostte hen jarenlang goodwill. Deze 7 kreeg de bijnaam Bangle-butt.
6. Volkswagen Phaeton (2002): perfect… en totaal overbodig
De Phaeton was technisch briljant. Fluisterstil, luxueus, beter gebouwd dan veel concurrenten. Alleen: het was een Volkswagen van meer dan 80.000 euro. Niemand die dat bedrag wilde neertellen voor een merk dat vooral bekend stond om Golfjes en Passats. Ferdinand Piëch wilde bewijzen dat het kon. De markt bewees dat het niet hoefde.
7. Peugeot 1007 (2004): schuifdeuren zonder publiek
Peugeot dacht slim te zijn: een kleine stadsauto met elektrische schuifdeuren. In de praktijk was de 1007 zwaar, traag, duur en vooral… onhandig. De deuren werkten niet altijd, parkeerplaatsen bleken plots te smal en de prijs sloeg nergens op. Het idee was creatief, de uitvoering een ramp.
8. Cadillac ELR (2013): Tesla-paniek in Detroit
Toen Tesla plots relevant werd, raakten traditionele merken in paniek. Cadillac kwam met de ELR, een hybride coupé op basis van de Chevrolet Volt. Hij zag er chic uit, maar was traag, belachelijk duur en technisch achterhaald. Een Tesla-killer was het allerminst. Meer een stille erkenning dat Detroit het even kwijt was.
9. Alfa Romeo Brera (2005): mooi, maar loodzwaar
De Brera is een van de mooiste Alfa’s ooit getekend. Op foto’s een droom, in het echt een teleurstelling. Te zwaar, te weinig scherpte, motoren die het design geen eer aandeden. Liefhebbers wilden verliefd worden, maar bleven met een knagend gevoel achter. Schoonheid alleen bleek niet genoeg.
10. Tesla Cybertruck (2023): futurisme of karikatuur?
De Cybertruck moest de toekomst voorstellen. Wat hij vooral deed, was het internet verdelen. Sommigen zagen genialiteit, anderen een rijdende PlayStation-render. Productievertragingen, kwaliteitsproblemen en een design dat nergens echt past, maken het voorlopig vooral een marketingfenomeen. Of hij ooit als succes de geschiedenis ingaat, moet nog blijken. Maar als blunderpotentieel zit hij alvast goed.