Er was een tijd dat ondergetekende ooit de hele nacht opbleef om naar de Oscars te kunnen kijken?
Nu? Nu, interesseert me nauwelijks nog wie de winnaars zijn en blijkbaar ben ik niet alleen meer.
Want Hollywood’s grootste avond lijkt steeds meer op een goed gecaterde klaagmuur voor multimiljonairs met een politieke mening geworden te zijn.
Terwijl One Battle After Another zes beeldjes binnenhaalde en Sinners er vier, haakten miljoenen kijkers gewoon af. 17,9 miljoen Amerikanen keken nog mee, negen procent minder dan vorig jaar en meteen het laagste cijfer in vier jaar. Dat terwijl er nochtans spanning genoeg was tussen twee publieksfavorieten. Blijkbaar is zelfs een nek-aan-nekrace niet genoeg om de gewone kijker nog warm te krijgen voor drie uur champagne, couture en opgeheven vingertjes.
En dat is eigenlijk niet zo verrassend. De gemiddelde mens, die zijn energiefactuur probeert te begrijpen zonder Excel, zit niet te wachten op politieke speeches van sterren die meer verdienen per Instagram-post dan wij op een jaar.
Zeker niet wanneer die sterren hun maatschappelijk engagement verkondigen vanuit omheinde villa’s, omringd door bodyguards en infinity pools. Het contrast is zo groot dat het bijna performance art wordt. De Oscars waren ooit een feest van cinema, waar links en rechts samen konden genieten van films, muziek en een occasionele gênante dankspeech. Vandaag lijkt het eerder een open mic night waar het verplicht is om nog snel even op Trump te kakken voor je het podium verlaat.
Dat Hollywood zichzelf ondertussen feliciteert met “de nummer één show van de avond” zegt vooral iets over de concurrentie en niet over het succes. Ja, op sociale media ging het los, met miljoenen views en likes.
Maar dat is dezelfde logica als een verkeersongeluk dat viraal gaat, mensen kijken, maar niet noodzakelijk omdat ze het leuk vinden. De Oscars zijn niet dood, maar ze zijn wel veranderd in een evenement waar de gewone man steeds minder aansluiting bij voelt.
En als zelfs filmfans beginnen te zappen, dan weet je dat het probleem niet bij de kijker ligt, maar bij het feestje zelf.