Het stille afscheid van een strijdvaardige herder.
Het Vaticaan huilt. En een deel van de wereld huilt mee. Paus Franciscus, de eerste jezuïet, de eerste Latijns-Amerikaan, de man die de kerk wilde doen ademen in de geur van haar schapen, is niet meer. De geestelijke bulldozer met een zachte stem is op 88-jarige leeftijd overleden, na een maandenlang gevecht met een dubbele longontsteking dat hem uiteindelijk fataal werd.
Van Buenos Aires tot Sint-Pieter: een man met sandalen en een revolutie
Geboren als Jorge Mario Bergoglio, zoon van Italiaanse migranten in Buenos Aires, was hij nooit het soort prelaat dat zichzelf graag liet dragen op de schouders van kerkelijke traditie. Integendeel. Toen hij in 2013 verkozen werd tot paus – de eerste niet-Europeaan in ruim 1200 jaar – weigerde hij meteen de pauselijke penthouse. In plaats daarvan koos hij voor een sobere kamer in het gastenverblijf. De man had genoeg aan een zwarte aktetas, een oude Renault 4, en een onuitputtelijke voorraad pastorale koppigheid.
Vanaf dag één zette hij zich schrap tegen de logge bureaucratie van de Curie, preekte hij over barmhartigheid in plaats van dogma’s, en noemde hij het kapitalisme zonder hart gewoonweg “de mesthoop van de duivel”. Dat leverde hem zowaar sympathie op bij atheïsten maar wed door een flink deel van de conservatieve kerk als een tikkende tijdbom werd gezien.
Laatste hoofdstuk: ademnood en een zwijgende zegen
Op 14 februari werd Franciscus met spoed opgenomen in het Gemelli-ziekenhuis in Rome. Diagnose: dubbele longontsteking. Vijf weken later werd hij – zichtbaar verzwakt – ontslagen. Het leek even alsof hij weer op krachten kwam. Hij verscheen nog op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek voor de jaarlijkse Urbi et Orbi-zegen, al sprak hij de woorden niet zelf meer uit. Zijn stem was weg, zijn blik dof. Zijn lichaam had hem definitief verraden.
Toch bleef hij doorgaan. Zelfs nog een laatste diplomatieke audiëntie met de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance, wat in Vaticaanse termen bijna gelijkstaat aan een partijtje boksen op je sterfbed. De Argentijnse vechter gaf niet op – tot het lichaam het gisterenavond finaal voor bekeken hield.
Een paus met tanden – en eelt op de ziel
Franciscus was geen man van compromissen. Onder zijn pontificaat gingen taboes voor de bijl: misbruikschandalen, homoseksualiteit in de kerk, de rol van vrouwen, het celibaat... Nu ja, er werden aanzetten gedaan.
Dat hij de hele kerk niet kon hervormen, was geen verrassing. Maar hij maakte wél het verschil tussen een burcht van dogma’s en een hospitaal voor gekwetste zielen. In interviews liet hij geregeld verstaan dat hij bereid was om op te stappen als zijn gezondheid het liet afweten. Maar zoals het een echte jezuïet betaamt, bleef hij tot het bittere einde: lijdend, werkend, en biddend.
De opvolging: een rooksignaal dat wachten heet
Wie volgt hem op? Gaat de Kerk teruggrijpen naar een conservatief bastion als reactie op Franciscus’ progressieve wind? Of krijgt zijn geest nog een tweede adem in een opvolger die de melktanden van Franciscus wisselt voor echte tanden?
(Foto: Shutterstock)